Maalsteen, uitgemalen en vergeten langs de rand van een akker

Maalsteen, vml. uit de trechterbekercultuurDaar lag ze dan, recht voor mijn neus. Ze was mij niet eerder opgevallen, ik zoek meestal naar kleinere steentjes. Gelukkig behield mijn zoekmaat Jan het overzicht en maakte me op de aanwezigheid van de maalsteen (Kweern = archeologische term) attent.
De langste zijde is tegen de 50 centimeter. De schaal van de granieten steen vertoont een duidelijke uitloper aan de rechter onderzijde. Mogelijkerwijs vergemakkelijkte dit het verwijderen van het gemalen graan.
Veel kennis van zaken omtrent maalstenen bezit, ik erken het eerlijk,  de “Verteller van het Oude” niet. Ik heb me behoorlijk moeten inlezen. Veel goed onderzoek is er naar maalstenen niet verricht. Otto Harsema, toentertijd conservator van het provinciaal Museum Drenthe, heeft in het boek “Molens in Drenthe” (daterend uit de beginjaren ’80) een goed leesbaar en overzichtelijk artikel geschreven. Verder staan in de Drentsche Volksalmanakken diverse artikelen (waaronder o.a. van Wijnand van der Sanden). Maar daar moeten we het met doen.
Uit Drenthe kennen we honderden maalstenen, maar slechts zelden is de archeologische context bekend. Slechts enkelen zijn compleet opgegraven tijdens een archeologische opgraving. De meesten zijn gevonden in steenhopen, verwijderd van het land door de huidige bewerker. Logisch, maar daarmee verdwijnt de context en kunnen we alleen op de uiterlijke kenmerken afgaan.
De randen van onze maalsteen (de ligger) zijn enigszins opstaand, hetgeen doet vermoeden dat de maler (de loper) een stuk kleiner is. In Nederland zijn de oudste maalstenen gevonden in Limburg (de eerste akkerbouwers  waren Bandkeramiekers), zij vertonen afgesleten randen. De verklaring daarvoor is dat de lopers in de lengte groter waren dan de breedte van de liggers. In Drenthe komt dit type niet voor.

Datering van de maalsteen

De onze is bekend uit opgravingen o.a.  bij Anloo, Zuidwolde en Bronniger. Uitsluitend opgravingen die in verband gebracht worden met de Trechterbekercultuur (de Hunebedbouwers).
In de bronstijd komen zadelvormige kweernen (maalstenen) “in de mode” terwijl in de vroege ijzertijd de handmolens van basaltlava in opkomst zijn.
“Onze ligger” past dus in het beeld van de trechterbekercultuur, maar misschien ook wil binnen de andere bekerculturen. Wie zal het zeggen?
Nu op zoek naar de loper!

Laat u inspireren door mijn verhalen uit het verleden!