Ouder Nieuws (archief) Mijn archeologische belevenissen en die van anderen in de voorafgaande jaren

Nieuwe verhalen van amateur-archeologen toegevoegd

Twee prachtige artikelen over vondsten op de tweede maasvlakte toegevoegd. Mirjam K. schrijft over een benen Mesolithische spits en Hester Loeff over een levallois afslag. Beiden vinden het gevondene de “vondst van hun leven”. 

Verandering op de website

De pagina archeologische vondsten op mijn website is ingrijpend veranderd. Het scrol menu werd te lang waardoor de te lezen artikelen niet goed zichtbaar meer waren. Nu is ze onderverdeeld in verhalen van de “Verteller van het Oude” en van zijn collega amateur-archeologen. Op desbetreffende pagina’s treft u foto’s van de besproken artefacten aan, klik erop en de bijzondere verhalen worden zichtbaar. 

Gertie Bergsma, nieuwe provinciaal archeoloog Drenthe

Wijnand van der Sanden, sinds eind jaren ’90 provinciaal archeoloog van Drenthe, is conservator in het Drents museum geworden. De “Verteller van het Oude” is verheugd over zijn benoeming. Met de komst van Wijnand keert de kennis van de prehistorie, na het vertrek van Jaap Beuker, in het museum weer toe.Wijnand wordt opgevolgd door Gertie Bergsma.
Ik ken haar al vanaf 2003, sindsdien hebben we vele opgravingen samen mogen uitvoeren. Ze is een bevlogen archeologe met hart voor de amateurs. Ik wens Gertie veel succes en plezier toe in haar nieuwe functie en hoop dat de samenwerking zich voortzet.

Opgraving in Norg

Een flitsbezoek aan Norg, dorp aan de rand van de Drentsche hooglanden. Bij toeristen zeer bekend, in de zomermaanden weten deze haar massaal te vinden. Vandaag was de “Verteller van het Oude” er op bezoek. Aan de rand van het dorp -de Peesterweg- zal gebouwd worden.  Op riante kavels verschijnen ongetwijfeld prachtige villa’s. Archeologisch onderzoeksbureau RAAP doet onderzoek naar de bewoningsgeschiedenis. Aangezien Norg rijk is Jaap Bergsma, schaver tot op de millimeteraan prehistorische vondsten, reed ik verwachtingsvol naar de opgraving. Het werd een weerzien met bekenden. Jarenlang had ik sommige opgravers niet meer gezien, toentertijd werkten ze voor het ARC, waarmee ik ook vele opgravingen heb doorgevoerd. Helaas hield dit archeologisch bureau haar hoofd niet boven water en moesten de medewerkers op zoek naar ander werk. Fantastisch om een aantal terug te zien, langzaam neemt het werk in de archeologie weer toe, Gosse aan het couperenwaardoor het aantal werklozen in deze beroepsgroep snel afneemt. Jaap Bergman, een begrip onder de graafspecialisten, bestuurde als vanouds de graafmachine. Maar wat de Verteller het meeste deugd deed was wel het feit dat zijn archeologisch maatje Gosse ook deelnam aan de opgraving.
De resultaten: op een groot deel van het terrein werden geen paalg
paalgat in keileematen of andere sporen aangetroffen. Deze concentreerden zich op een relatief klein gebied -in het noordwesten- van het opgravingsgebied. De paalgaten waren diep in het keileem gegraven, mogelijkerwijs van twee boerderijen. Het totaal ontbreken van vondsten maakt de datering moeilijker. Vermoedelijk stammen de sporen uit de Middeleeuwen. Pas als alles opgegraven is kan de puzzel in elkaar gezet worden. Alleen deze week (eind september) wordt er nog gewerkt.  Dus snel kijken als u nog iets van de opgraving wilt meemaken.

Kro-Ncrv “Jan rijdt door” vuistbijlenkampioenschap

jan rijd doorTijdens het Nederlands Kampioenschap vuistbijlen maken, kwam het programma “Jan rijdt door” langs. Ze maakte een leuke impressie van het gebeuren, vakkundige uitleg van Ernest Mols, “Verteller van het Oude” pontificaal in beeld. Nog verbaasd dat ik me niet op de vingers sloeg met al die camera aandacht. Klik hier voor de reportage.

Nieuwe artikelen over Kommagene

Luchtfoto van Nemrud met daarop het grafmonument voor Antiochos I.Het is een tijdje stil geweest over de Nemrud en haar prachtige grafmonument ter ere van Antiochos I, koning van Kommagene in de eerste eeuw voor Christus. Ik heb de draad weer opgepakt om mijn website hierover te vervolmaken. Met name het hoofdstuk over de koningen van het illustere koninkrijk behoefde enige aanvulling. U kunt nu meer lezen over Mithradates II, Mithradates III, Antiochos III en Antiochos IV.

Determinatie avonden weer van start

Nuis, pauze - even geen steentjes determinerenSinds 2006 is een opmerkelijk project gestart in Het Noordelijk Archeologisch Depot. In de door haar beheerde verzamelingen kwamen veel oudere collecties van amateur archeologen voor die niet of nauwelijks waren beschreven. Van velen ontbrak zelfs een nauwkeurige vindplaatsaanduiding. Helaas, helaas! Iedere steentjeszoeker heeft de plicht -althans volgens mij- zijn of haar collectie zo te beheren dat over bovenstaande geen onzekerheid is. In een tijd dat er geen gebruik van GPS gemaakt kon worden, was het zeker geen eenvoudige taak. Dat begrijp ik wel.
Enfin, in Nuis komen een aantal hedendaagse amateur-archeologen uit het Noorden van ons land op de donderdagavond bijeen om de collecties aan de vergetelheid te ontrukken. Vele honderdduizenden steentjes zijn al door onze handen gegaan.  Prachtige en minder mooie collecties zijn inmiddels beschreven. Er zijn van die avonden bij dat je niet wilt stoppen, zulke mooie artefacten van onze voorouders heb je mogen vasthouden. Afgelopen donderdag -na een drie maanden durende zomerstop- kwamen we weer bij elkaar. De avonden zijn super gezellig, met veel humor. Onze kennis van artefacten wordt steeds uitgebreider.De door te werken collectie van volgende week.
Wat doet een (amateur)archeoloog na beëindiging van zijn actieve zoek carrière? Natuurlijk kun je van je gevonden artefacten blijven genieten, maar je zou ze ook in Nuis kunnen laten opslaan. De collectie blijft onder jouw naam voortbestaan en is beschikbaar voor de wetenschap. Dus bij deze een oproep, heb je zelf een collectie of ken je een steentjeszoeker, breng dan eens ter sprake of het tijd wordt de verzameling in Nuis onder te brengen. De “Verteller van het Oude” is het zeker van plan.
Volgens de beheerders van het depot is er nog drie jaar werk voor onze groep. Misschien vind je het leuk om mee te helpen. Mail me dan even of kom langs in Nuis.

OSmigratie en Verteller zijn vrienden

OSmigratie, aanbevolen door de "Verteller van het Oude" voor al uw ICT wensen.Kees Epema, de man achter OSmigratie ken ik al jarenlang. Absolute een topper op ICT gebied. Met recht een vriend van de Verteller. Voor zijn klanten maakt hij hun wensen op ICT gebied waar, ongeacht het budget. Zijn laatste Masterpiece  was het bouwen van een digitale omgeving voor kinderen en volwassenen in het Oermuseum in Diever.  Interactief, oersterk en bijzonder eenvoudig te bedienen. Dus, denkt u aan digitaliseren dan raad ik u aan contact met hem op te nemen. Advies inwinnen kan altijd.
http://osmigratie.nl/index.html

Nieuw website item: Archeologische vondsten

In de loop van de jaren heb ik vele artikelen in “Nieuws van de Verteller” geschreven over archeologische vondsten. Het gaat daarbij niet altijd om het artefact, maar veel meer over het verhaal achter de vondst. Helaas verdwijnt na verloop van tijd het item in “Ouder nieuws”. Ze is vrijwel niet meer te vinden. Zonde, want het verhaal is de moeite waard om gelezen te worden. Daarom heb ik besloten een nieuw item toe te voegen aan mijn hoofdmenu: Archeologische vondsten. Hier kunt u in het scrol menu een keuze maken. Regelmatig zal een nieuw verhaal toegevoegd worden.

Vuistbijlen vinden, fotograferen en liggen laten!

De hitte was bijna ondraaglijk, we spreken over het jaar 1999, zonder mededogen scheen de koperen ploert onophoudelijk op het dak van de minibus. Alle ramen stonden open, maar de hete bries zorgde nauwelijks voor verkoeling. Ik kon  nauwelijks geloven dat ikzelf deze safari -zo noemde de Turkse chauffeur de onderneming- bedacht had. De hele dag was ik al op zoek naar artefacten geweest. En wat had ik een bijzondere dingen gezien! Het begon in alle vroegte, de temperatuur bedroeg nog maar 25 graden, met een bezoek aan een tweetal prachtige Romeinse graftombes. Een paar kilometer verderop lag een verticaal doorgesneden bewoningsheuvel (hüyük), afgegraven bewoningsheuvelondenkbaar in Nederland maar een eldorado voor steentjeszoekers. Een tijdje later was een Romeinse mijlpaal(!) aan de beurt, ze lag direct naast de stoffige  kiezelweg waarop wij onze tour vervolgden. Op de aanpalende akker lagen duizenden neolithische afslagen, ik voelde mij in het Walhalla. Maar dan die hitte! De temperatuur vlak boven het aardoppervlakte liep op tot over de 50 °C, teveel voor een normaal gesproken redelijk koele Nederlander. In de verte ontwaarde zich een riviertje, een verfrissende duik lonkte. De weg er naar toe was duidelijk niet gemaakt voor auto’s, de gaten waren soms een meter diep. Na een gigantische omweg arriveerde ik tenslotte bij de rivier. Tot mijn verbazing was de naast gelegen akker net afgebrand (verbranden van het kaf). Even verderop lag zelfs een hüyük. Weer zo’n historische plek, zoals er velen zijn in dit prachtige land. Na uitgestapt te zijn droogde mijn -van het zweet nat geworden- blouche  binnen enkele tellen op. Ik lette meer op de anderhalf meter lange slang die voorzichtig tussen doornen laverend, een veilig heenkomen zocht.  Twee bijeneters zweefden door de lucht, hun Turkse vuistbijl in situprachtige felle kleuren zou een ieder hebben bekoord. Vol bewondering keek ik hen na, vervolgens richtte mijn blik zich op de grond voor mijn voeten. En daar lag ze, ik kon mijn ogen niet geloven. Voor het eerst van mijn leven aanschouwde ik in de natuur een vuistbijl! Geen twijfel over mogelijk, tweezijdig bewerkt, snijdende kanten en een (enigszins afgeronde) punt. Wat was ze groot! Achter vitrines had ik natuurlijk wel diverse exemplaren mogen aanschouwen, maar die waren allen rond de 10 centimeter. Dit exemplaar was ongeveer 25 cm lang en woog tenminste een kilo. Ik voelde mij een soort Indiana Jones, 4500 kilometer van huis en een spectaculaire ontdekking doende. Toen de rust weer een beetje in mijn gemoed terug was gekeerd, ontdekte ik een verborgen vuistbijlnog meerdere exemplaren. In totaal 12 (!) om precies te zijn. Allen liggen ze op een plateau, 25 meter daaronder  stroomt de dieper in het landschap uitgesleten rivier. Alsof de vroegere gebruikers van de vuistbijlen speciaal op deze plek hun gereedschap maakten om hun pas gedood voedsel te ontleden. Niets meenemen van het gereedschap, gewoon binnen een paar minuten ter plekke maken. Bruikbaar vuursteen ligt er genoeg. In een klein museum vond ik de Turkse datering, tussen 150 KA (zoals dat tegenwoordig heet) en 500 KA.  Een ruime datering welke aangeeft dat het onderzoek er naar nog in de kinderschoenen staat.
Vele malen ben ik terug geweest, op deze en andere plekken heb ik meer dan 100 vuistbijlen mogen aanschouwen. Mooie afslagen, gefabriceerd met de zgn. Levallois-techniek kwam ik niet tegen. Dat maakt een datering van 300.000 jaar (300 KA) en ouder het meest waarschijnlijk.
U vraagt zich af of ik inmiddels een uitgebreide collectie bezit? Het antwoord is “Nee!”. Ten eerste is het streng verboden artefacten mee te nemen en ten tweede, ze horen in Turkije thuis! Dus fotograferen, inmeten, tekenen etc.! En laten liggen!
De zon kan me niks meer schelen, ik weet dat er na elke tocht een prachtige beloning wacht. Volgend jaar maar weer.

Antiochos IV, laatste koning van Kommagene

Mijn website staat vol met verhalen. Ik leef er voor, ik vertel ze graag!munt van antiochos IV
Een deel van de site is gewijd aan Kommagene, een staat ongeveer zo groot als Nederland, gelegen aan de Euphraat. Ze zou ons niet bekend zijn als daar niet het prachtige grafmonument voor Antiochos I op de Nemrud was.  De Verteller van het Oude had het geluk om haar mee te mogen helpen restaureren. Voor altijd verknocht aan de berg en het mooie Turkse land.
Het deel op de website over de Nemrud en Kommagene nadert haar voltooiing. Ik heb een artikel toegevoegd over Antiochos IV. De laatste koning van het koninkrijk Kommagene. Steeds laverend tussen de Romeinen en de Parthen. Antiochos IV was een vazal koning. Gedoogd door achtereenvolgens Tiberius, Caligula, Claudius, Nero en Vespasianus. Een illuster rijtje Romeinse Keizers. Uiteindelijk verliest Kommagene in het jaar 72 haar zelfstandigheid. U vindt het artikel door in de linkernavigatiebalk op het kopje “Koningen van Kommagene” te klikken of door te drukken op de link op deze pagina.

IJstijdenmuseum en Verteller zijn Vrienden

logo ijstijden museum buitenpostDe Verteller van het Oude en het IJstijdenmuseum in Buitenpost zijn vrienden geworden. In het museum maakt u kennis met de Prehistorische en Geologische geschiedenis van de Friese Wouden. Ze laat u kennis maken met de verschillende IJstijden en toont u de zwerfstenen die door de reusachtige gletsjers zijn achtergelaten. Tevens gaat u op jacht met de Neanderthalers. U ziet hoe ze op de uitgestrekte toendra’s op mammoeten, wolharige neushoorns, reuzenherten en wilde paarden jaagden.

Reportage RTV- Drenthe sikkel onderzoek

reportage rtv-drenthe over sikkel onderzoekRTV-Drenthe maakt over het algemeen hele goede reportages over de prehistorie. De keren dat ik ze nu meegemaakt heb, waren ze heel zorgvuldig in hun berichtgeving. Zo ook deze keer. Van mij had de reportage iets langer gemogen maar ik ben al blij dat ze er aandacht aan schonken.
We zijn overigens nog lang niet klaar, de uitzending suggereert dat een beetje. Het snijden van andere gewassen staat binnenkort op het programma. Klik op het logo en geniet van wat ik mede heb mogen doen.

Rogge snijden met vuurstenen sikkels

Een van de sikkels gemaakt door Andreas BenkeDe vrijdag voorafgaand aan het snij-incident (zie bericht hieronder) was ik betrokken bij een  snij-experiment met sikkels.
Ongeveer 40 sikkels zijn  in Drenthe gevonden, bijna uitsluitend van vuursteen gemaakt dat afkomstig is van het eiland Helgoland.  Ze dateren vanaf de bronstijd tot in de ijzertijd. Stuk voor stuk zijn de sikkels in de prehistorie door een zeer bedreven vuursteenbewerker gemaakt. De bewerking is tamelijk complex, dit heeft te maken met de vorm van het artefact. Zo complex zelfs dat de huidige generatie vuursteen bewerkers -waartoe ik mezelf ook een beetje reken- nauwelijks in staat is om ze na te maken. Slechts een Duitse deskundige, Andreas Benke, kan dit. Hij maakt ze perfect, bijna nog mooier dan in de prehistorie!
Over de functie van de sikkels wordt nog steeds gedebatteerd. Lange tijd werd aangenomen dat ze gebruikt waren voor het snijden van graan. Annelou van Gijn heeft ook onderzoek gedaan naar de herkomst van de zware patina op de sikkels. De onderzoekster komt tot de conclusie dat deze gebruikt moeten zijn voor het snijden van plaggen.
De akker waarvan de gerst gesneden is met een vuurstenen sikkelGeen van bovenstaande theorieën is echter voldoende gestaafd in de praktijk. Daarom trokken wij – 9 (amateur)archeologen- voorzien van nieuwe, ongebruikte stenen sikkels naar een terrein van Natuurmonumenten in Ansen. Hierop werd gerst verbouwd zonder dat er gebruik werd gemaakt van bestrijdingsmiddelen. Tussen de gersthalmen bloeiden diverse planten, een situatie die waarschijnlijk vergelijkbaar is met de prehistorische.  Een persoon doet er ongeveer 50 minuten over om een perceeltje van 5 bij 5 meter te ontdoen van het gewas. De sikkels snijden perfect, het kost relatief weinig moeite de gerst te oogsten. Staande te werken werd als ongemakkelijk ervaren, zittend op de knieën was het beter vol te houden.
Iemand anders van ons gezelschap bewerkte de grond met een nieuwe sikkel. Alle gebruikte sikkels worden onderzocht op sporen.  Deze worden dan weer vergeleken met de gebruikssporen op de prehistorische sikkels. Uiteindelijk hopen we een uitspraak te kunnen
Sikkel - Rtv-Drenthe en Geertdoen over het doel en nut van de sikkels voor onze voorouders.
Rtv-Drenthe had lucht gekregen van ons experimen
t en kwam opnames maken. Prehistorische Geert mocht zijn kunde bewijzen voor de camera, hetgeen hij met veel plezier deed. De uitzending is vml. dinsdag te zien.
De volgende keer is een ander gewas aan de beurt,  ik houd u op de hoogte.

Vuursteen bewerken in IJstijden museum

vuursteenwerkplaats buitenpost 2017Gezellig zat ik te praten met het toegestroomde publiek. De zon scheen, de catering was net langs geweest en aan belangstelling hadden Ernest en ik niet te klagen. Door kinderen werd er hard gewerkt aan het fabriceren van diverse soorten pijlpunten. Volwassenen stelden verschillende vragen over de prehistorie en de gebruikte steenbewerkingstechnieken. Praten en demonstreren gaat niet samen. Een ferme klap van mijn geweihamer deed een brok vuursteen in tientallen stukken verpulveren. Helaas vond een van de vlijmscherpe stukken het nodig om ruim drie centimeter van mijn duim open te halen. De snee was kaasrecht en diep tot op het bot.  Mijn verbazing en het uitspattende bloed  hielden gelijke tred. Het publiek deinsde achteruit. Behalve de kinderen dan, zij vonden het wel interessant en bleven gefascineerd toekijken hoe de “Verteller van het Oude” zijn praatjes verloor.
En de dag was zo leuk begonnen. Op zaterdag 26 augustus organiseerde de Stichting IJstijdenmuseum in Buitenpost een IJstijdenmuseum-dag. Deze dag is een combinatie van prehistorische en geologische activiteiten. Iedereen die meer wil weten over vuurstenen demonstratie materiaalarcheologie, prehistorie, geologie en zwerfstenen was voor deze dag van harte uitgenodigd. Vele verenigingen, musea, geologische en archeologische instellingen presenteerden hun activiteiten. Gelukkig ontbraken de vele commerciële stalletjes die je vaak ziet rondom dit soort dagen. De mensen die op het evenement afkwamen waren allemaal liefhebbers. Een ware verademing!
De dokter in het ziekenhuis dacht dat ik bewerkt was met een vlijmscherp mes, hij kon niet geloven dat het “een stukje steen” was. Een mooier compliment kunnen onze voorouders niet krijgen. Hechtingen en een tetanus injectie vielen mij ten deel. ’s Avonds een patatje en nu typen met een twee vinger systeem.

Van een ring en een kluissleutel

Een mooie vondst is kicken! Iedere speurder naar oudheden kent het gevoel. Later, liggend in de vitrine, verliest het artefact toch iets van de ondervonden euforie. Natuurlijk, het blijft prachtig om er naar te kijken, maar het vinden blijft het leukst.
Sommige vondsten hebben een emotionele waarde, iets wat je altijd bijblijft en steeds een goed gevoel geeft.
Martin van de Bosch en gouden ringBegin van deze maand (augustus) meldde Martin, metaaldetector man en steentjesverzamelaar in hart en nieren, zich bij een boer om toestemming te vragen voor een zoektocht over diens veld. Dat bleek geen enkel probleem te zijn, de boer herinnerde zich hoe zijn moeder haar trouwring was kwijtgeraakt. Zij was, zo hoorde Martin later, 57 jaar geleden op het land werkzaam geweest. Naast een sloot wilde ze een afrasteringspaaltje recht zetten. Toen ze er tegenaan drukte, knaptje het paaltje en viel de vrouw in de sloot. Bij die gelegenheid verloor ze haar ring.
Martin toog naar de plek waar vermoedelijk het kleinood verloren was.  Al gauw kreeg hij een mooi signaal, het bleek de ring te zijn. Onbeschadigd, alsof ze gisteren verloren was. Martin kon de ring aan de blijde eigenaresse teruggeven.
Zoals hij het uitdrukt:“Zo heeft een vondst toch weer een leuk verhaal en een goed einde . Dit maakt deze hobby zo leuk en spannend , op naar het volgend avontuur”.  Lees meer op Martins website.
In 1993 had ik een gelijksoortige -hoewel minder emotionele- belevenis. Ik woonde in Diever, vlak naast het gemeentehuis. Ik gebruikte bij archeologische opgravingen een White Coinmaster metaaldetector. Op een gegeven moment komt er een medewerker van het gemeentehuis in paniek binnen lopen. De sleutel van de kluis was kwijtgeraakt. Dagenlang zoeken had niets opgeleverd. De enige verklaring die de man kon geven was dat de sleutel (overigens had de kluis ook een cijfercombinatie) tijdens de schoonmaak in een een prullenbak (ze zat in een doosje) was verdwenen. Al het materiaal uit het gemeentehuis zou binnen een uur opgehaald worden door een gespecialiseerd vernietigingsbedrijf. Of ik even de zakken wilde controleren met de detector? Van binnen grinnikend -leedvermaak zoals u wilt- liep ik met hem mee. Toen de deur van de kelder open ging, kreeg ik gelijk een hard hoofd in het oplossen van dit probleem. Er lagen honderden zakken. Allen met honderden paperclubs en nietjes! Maar uiteindelijk, 5 minuten voordat het vernietigingsbedrijf kwam, vond ik de sleutel. Grote opluchting in Diever en een bos bloemen voor mij.

Een historisch museum

Even buiten Tolbert, omgeven door een aantal voormalige stroomdalletjes en gelegen op een zandkopje, ligt de boerderij van de Geert Venema in zijn museumfamilie Venema. Zoon des huizes, Geert -archeologische vriend en zoekmaat van de “Verteller van het Oude”- geeft er een extra dimensie aan zijn hobby. Hij bouwt aan een eigen museum, inclusief bezoekers/vergader ruimte.
Het moet een echt streekmuseum worden met vondsten uit het Westerkwartier. Op archeologisch gebied was deze streek in Groningen tamelijk onbekend. Geert heeft met zijn zoekmaat Bernard Versloot hier een eind aan gemaakt. Vele bewoningsplekken en artefacten zijn door hen ontdekt.
Geerts eigen verhaal is uniek.  Zijn overgrootvader kocht in 1897 een stuk grond, bouwde er een boerderij op en begon er zijn bedrijf. De omgeving werd ontgonnen, waarbij twee bijlen werden gevonden. Via omzwervingen kwamen ze in het Noordelijk Archeologisch Depot in Nuis terecht. Hier kreeg Geert de vondsten van zijn overgrootvader, na meer dan 100 jaar, in handen.

Het depot van het museum van Geert Venema Tijdens de bouw van zijn museum volgde nog een verrassing.  Er kwam trechterbekeraardewerk en artefacten tevoorschijn. De site werd zorgvuldig toegedekt, wachtend op toekomstige generaties archeologen.
De bouw vordert gestaag, Geert werkt zorgvuldig en vol “grinta”, het zal echter nog een poosje duren voordat het af. Maar het is het wachten waard!
Ik volg de verrichtingen van Geert met grote belangstelling.

Dalfsen – een amateur te veel

Laat ik duidelijk zijn, ik ben een groot voorstander van de inzet van schatgraven in dalfsenamateurarcheologen -hobbyarcheologen zo u wilt- bij opgravingen. Een paar weken geleden verschenen de eerste berichten onder de titel “Schatgraven in Dalfsen”. Mijn wenkbrauwen fronsten zich toen al spontaan. Een maand lang kunnen niet-archeologen meehelpen het gebied te onderzoeken. Maximaal ongeveer 20 per dag.
“Hoe wil je deze allemaal begeleiden, zodat er geen archeologisch bewijs verloren gaat?”, bedacht ik mij.
De (landelijke) media sprong er bovenop. Dalfsen kwam groot in het nieuws. Filmploegen van diverse omroepen rukten uit. Op de beelden zag ik hoe een groepje vrijwilligers uitleg kreeg over schaven en het herkennen van sporen. En hup, daar gingen de enthousiastelingen. Op de voet gevolgd door de cameraploegen. De blauwe blauwe T-shirts met opdruk (Schat van Dalfsen!) staken vel af tegen het opstuivende gele zand.  Op een klein gebied verdrongen de liefhebbers zich, allen hopend iets moois te vinden.
Een van de omroepen presteerde het zelfs om het themamuziekje van “Indiana Jones” onder hun reportage te zetten.
De serieuze wetenschap -en dat is de Archeologie toch- wordt neergezet als een stelletje schatgravers.
Bah, alles voor de publiciteit. De gemeente en de zich daarvoor lenende archeologen, hebben hun zin gekregen. De “Verteller van het Oude” gruwelijkt ervan. Wat me bij zal blijven, laten we positief eindigen, is het enthousiasme van de vrijwilligers!

“Onze vroegste voorouders” – Leendert Louwe Kooijmans

 Onze vroegste voorouders - Louwe KooijmansMet grote regelmaat verschijnt er een boek over de prehistorie. Vaak geven ze een fantastisch overzicht van de Vaderlandse geschiedenis  -of een gedeelte er van-. Meestal is het geschreven voor een breed publiek waardoor de “Verteller van het Oude” en zijn archeologische vrienden afhaken. Immers door onze interesse hebben we de meeste kennis al in huis. Het boek van Louwe Kooijmans vormt een uitzondering. De voormalig hoogleraar prehistorie aan de universiteit van Leiden is er in geslaagd me te boeien. Hij schrijft uiterst boeiend, alsof ik een college van hem bijwoon. Ik geef toe dat het voor de leek – op het gebied van ontwikkelingsgeschiedenis van de mensheid- uiteindelijk, door de enorme aantallen voorbeelden en de diepgang van het onderwerp, best wel moeilijk is om te volgen.
Louwe Kooijmans geeft in zijn boek de ontwikkeling van de mensheid weer vanaf “de vroegste mens” tot aan ongeveer 3000 voor Christus -het einde van de nieuwe steentijd-.  De ondertitel luidt “De geschiedenis van Nederland in de steentijd”. Louwe Kooijmans laat zien dat het gebied waarin we nu wonen “slechts een klein en anoniem stukje van de grote Europese ruimte was”.  Hij schets de ontwikkeling in het groter geheel en keert daarna terug naar ons gebied. Mijn favoriete hoofdstuk gaat over de Neanderthalers. In het boek wordt afgerekend met clichés uit het verleden en zet je aan tot denken. Met het beeld van de robuuste, leeghoofdige voorouder wordt definitief afgerekend.
Ik heb mijn bedenkingen bij de datering die de schrijver geeft aan het Neanderthaler kampement bij Assen  -tussen 130.000 en 100.000 jaar geleden-. Benieuwd wat Jaap Beuker en Marcel Niekus hiervan vinden.

Facebook en Verteller van het Oude zijn vrienden

 “Verteller van het Oude” eindelijk op Facebook. Ik wilde er eigenlijkface book logo niet aan, mijn tijd is beperkt en nieuws is er genoeg. Ziehier het dilemma.  Maar ach, mijn lezers willen het en ik ben niet de beroerdste. Alleen een beetje huiverig voor dit relatief onbekende medium (althans voor mij). Ik lees wel eens discussies op soortgelijke pagina’s waarbij taalgebruik en respect niet passen bij de eerbied voor onze voorouders. Voorlopig een besloten groep daarom. Even zeggen, via de Facebook pagina, dat je lid wilt worden van de groep en ik voeg je toe.
Klik op het logo van FB om naar mijn pagina toe te gaan.

Alesi – 16 maanden en 13 miljoen jaar oud

Schedel van Alesi, mensaap en 13 miljoen jaar oud, na reinigingschedel van een 13 miljoen jaar oud mensaapje, AlesiWaar komen we vandaan? Geen mens op deze aardkloot houdt zich er niet mee bezig. Sommigen kijken hierbij naar hun directe voorouders, weer anderen zoals de “Verteller van het Oude” gaan iets verder terug in de tijd en speuren naar overblijfselen van Neanderthalers. Een maand geleden toonden vondsten aan dat de Homo Sapiens al 300.000 jaar geleden leefden. En dan die paleontologen die op zoek zijn naar de oorsprong van de mens! Zij kijken miljoenen jaren terug.
Wat zal de Keniaanse fossielenjager John Ekusi in augustus 2014 een gat in de lucht gesprongen hebben. Hij en zijn team vonden in de omgeving van Napudet, een streek in het noorden van Kenia, de fossiele resten van een schedeltje van een aapachtige. Niet groter dan een citroen, maar perfect bewaard gebleven!
Ze lag in een oerbos dat eertijds bedekt werd door de as van een vulkaan, en kon gedetermineerd worden op 13 miljoen jaar oud. Dat maakt het schedeltje super interessant. Uit die tijd kennen we wel vondsten van losse tanden, maar niet van een schedel of andere lichaamsdelen. Zo’n 7 miljoen jaren geleden evolueerden uit een gezamenlijke voorouder de mensachtigen en de mensapen. Het schedeltje is dus een gezamenlijke voorouder.
Direct na de ontdekking werd ze onder een CT scan gelegd in Nairobi, de Nederlander Fred Spoor -verbonden aan het Max Plankinstituut- werd uitgenodigd om de resultaten hiervan te komen beoordelen. De tanden in de schedel waren helaas afgebroken maar konden 3d gereconstrueerd worden, de mini-oorkanalen bleken nog helemaal intact.
Vastgesteld kon worden dat het ging om een 16 maanden oud aapje. Het geslacht was op grond van de schedel alleen, niet te bepalen.  Zoals gebruikelijk is in de wetenschap, werd de schedel een naam gegeven. Alesi!
In de taal van de in het gebied voorkomende stam -de Turkano- betekent Ales, voorouder. Een passende naam.
Tot nu toe konden wetenschappers de oorsprong van de mensheid, met zeer veel moeite, terug kunnen reconstrueren tot 10 miljoen jaar. Met de vondst van Alesi zijn ze in een klap 3 miljoen jaar verder terug. Maar ze roept ook veel vragen op.
Drie jaar na de ontdekking komen de wetenschappers nu naar buiten met de resultaten. Gelijk is het groot nieuws, alle landelijke dagbladen maken er melding van, radio en tv blijven niet achter. Tja, de mensheid heeft tegenwoordig tijd genoeg om over haar voorouders na te denken.

Langs de rand van een akker – maalsteen

Maalsteen, vml. uit de trechterbekercultuurDaar lag ze dan, recht voor mijn neus. Ze was mij niet eerder opgevallen, ik zoek meestal naar kleinere steentjes. Gelukkig behield mijn zoekmaat Jan het overzicht en maakte me op de aanwezigheid van de maalsteen (Kweern = archeologische term) attent.
De langste zijde is tegen de 50 centimeter. De schaal van de granieten steen vertoont een duidelijke uitloper aan de rechter onderzijde. Mogelijkerwijs vergemakkelijkte dit het verwijderen van het gemalen graan.
Veel kennis van zaken omtrent maalstenen bezit, ik erken het eerlijk,  de “Verteller van het Oude” niet. Ik heb me behoorlijk moeten inlezen. Veel goed onderzoek is er naar maalstenen niet verricht. Otto Harsema, toentertijd conservator van het provinciaal Museum Drenthe, heeft in het boek “Molens in Drenthe” (daterend uit de beginjaren ’80) een goed leesbaar en overzichtelijk artikel geschreven. Verder staan in de Drentsche Volksalmanakken diverse artikelen (waaronder o.a. van Wijnand van der Sanden). Maar daar moeten we het met doen.
Uit Drenthe kennen we honderden maalstenen, maar slechts zelden is de archeologische context bekend. Slechts enkelen zijn compleet opgegraven tijdens een archeologische opgraving. De meesten zijn gevonden in steenhopen, verwijderd van het land door de huidige bewerker. Logisch, maar daarmee verdwijnt de context en kunnen we alleen op de uiterlijke kenmerken afgaan.
De randen van onze maalsteen (de ligger) zijn enigszins opstaand, hetgeen doet vermoeden dat de maler (de loper) een stuk kleiner is. In Nederland zijn de oudste maalstenen gevonden in Limburg (de eerste akkerbouwers  waren Bandkeramiekers), zij vertonen afgesleten randen. De verklaring daarvoor is dat de lopers in de lengte groter waren dan de breedte van de liggers. In Drenthe komt dit type niet voor.
De onze is bekend uit opgravingen o.a.  bij Anloo, Zuidwolde en Bronniger. Uitsluitend opgravingen die in verband gebracht worden met de Trechterbekercultuur (de Hunebedbouwers).
In de bronstijd komen zadelvormige kweernen (maalstenen) “in de mode” terwijl in de vroege ijzertijd de handmolens van basaltlava in opkomst zijn.
“Onze ligger” past dus in het beeld van de trechterbekercultuur, maar misschien ook wil binnen de andere bekerculturen. Wie zal het zeggen?
Nu op zoek naar de loper!

Tegenvallende Oermarkt, weinig nieuws

Zondag 6 augustus organiseerde het Hunebedmuseum in Borger hun oertijdmarkt in borgerwederkerende Oertijdmarkt. Jarenlang was de “Verteller van het Oude” niet meer geweest. Het werd tijd om weer een kijkje te nemen.
In de aankondiging stond:” Tientallen kramen op het gebied van archeologie, mineralen en fossielen vullen het terrein van het Hunebedcentrum. Organisaties geven informatie over archeologie en geologie, handelaren verkopen mineralen en fossielen en sieradenmakers laten de mooiste sieraden van edelstenen zien. Daarnaast zijn er ook diverse activiteiten.”
Aangekomen in Borger, schrok ik toch enigszins.  De beloofde 80 kramen waren aanwezig, ze stonden in dubbele rijen met weinig tussenruimte opgesteld. Daartussen liepen honderden mensen voort te schuifelen. Het terrein was duidelijk te klein voor de grote aanloop belangstellenden. Maar wat mij het meest stoorde was de afwezigheid van de archeologie! Slechts een aantal verenigingen presenteerden zich, een paar experimenterende archeologische groepen,  gelukkig een stand met archeologische boeken en een met barnsteen. Maar dat was het! Veel kraampjes met fossielen, leuk, maar tamelijk overdadig. En dan die sieraden! Meer dan de helft van de kraampjes vol met ringen en hangers. Snel doorlopen.
De beloofde activiteiten behelsden pottenbakken voor kinderen en een grabbelton. Meer heb ik niet kunnen ontdekken.
Voor een Hunebed museum, dat ik trouwens een warm hart toedraag, wordt het tijd om zich te bezinnen over deze markt. Terug naar de basis, de archeologie!

Nederlands Kampioenschap vuistbijlen maken

Verteller van het Oude aan het vuursteen bewerken samen met andere deelnemers tijds het NK vuistbijlen maken.In het rustieke Drentse dorp Diever werd voor de vierde keer het Ned. Kamp. vuistbijlen slaan gehouden.
Haar bewoners zijn uitermate actief op historisch gebied. Dat mag onder andere blijken uit een bloeiende historische vereniging en een fantastisch museum. Het Oermuseum, gelegen aan de brink en ondergebracht in het prachtige -en historische- Schultehuus! Zonder subsidie en betaalde krachten slagen zij er elk jaar weer in om een boeiende tentoonstelling in te richten en diverse activiteiten te organiseren. Haar inkomsten genereert het museum uit de entree gelden en activiteiten. Gelukkig komen er elk jaar vele toeristen naar Diever, zodat het hoofd boven water gehouden kan worden.
De “Verteller van het Oude” staat zeer sympathiek tegenover het Dieverse gebeuren, vandaar dat het in zijn nieuws is opgenomen.
Dit jaar had het museum over belangstelling niet te klagen, TV Drenthe, Dagblad van het Noorden, KRO, zij allen kwamen om het evenement te verslaan.
De “Verteller van het Oude” deed voor de tweede keer mee. Het echec van vorig jaar wilde hij niet weer meemaken, een gedeelde laatste plaats was toen het hoogst haalbare.
Een jaartje flink oefenen en vele duizenden afslagen verder, leverde een tweede plaats op. De “Verteller van het Oude” kan het niet ontkennen. Hij voelde trots in zich opkomen toen hij de uitslag van jury voorzitter Jaap Beuker vernam. Aan de vuistbijl van de terechte winnaar Henk Paas, kon hij bij lange na niet tippen. Dat wordt nog jaren oefenen!
NK vuistbijl maken: ‘Je bent niet zomaar een neanderthaler!’ (+video)

De aanhouder wint!

Zwaard van OmmerschansEen paar weken geleden vernam ik het nieuws uit een landelijk dagblad. Voor €550.000,- had het Rijksmuseum van Oudheden een zwaard aangekocht. Voor die prijs moet het wel handelen om een bijzonder object, en dat is ze!
Het achtenzestig centimeter lange zwaard dateert uit 1500-1350 voor Christus en is eind negentiende eeuw in het veen bij Ommerschans in Overijssel ontdekt op het landgoed van de Duitse grootgrondbezitter Eduard Lüps.  Volgens de overlevering lag ze op een verhoging van berkenstammetjes. Erbij werden  verder onder meer een bronzen scheermes, een priem, enkele metaalfragmenten, een slijpsteen en een stenen beiteltje gevonden.
Het zwaard maakt onderdeel uit van een kleine groep van zes ‘reuzenzwaarden’ uit de bronstijd. Deze zwaarden werden niet gebruikt om te vechten. Daarvoor waren ze te groot en te zwaar en bovendien zijn ze ongeslepen. Ze hadden een belangrijke ceremoniële functie en dienden mogelijk zelfs als religieus voorwerp.
De zes reuzenzwaarden zijn niet allemaal in Nederland gevonden. In ons land werd in 1947 tijdens baggerwerkzaamheden in de Zwaard van Jutphaasvoormalige gemeente Jutphaas een kleiner exemplaar ontdekt. De baggeraars gaven deze weg aan twee jongens die het vervolgens aan de muur van hun slaapkamer hingen. In 2004 kocht het RMO dit zwaard aan. De vier andere zwaarden zijn verspreid over Engeland en Frankrijk gevonden. Volgens deskundigen horen ze bij elkaar en zijn ze al in de prehistorie verspreid geraakt (!). Sterker nog, men vermoedt dat ze uit dezelfde bronsgieterij komen, de verschillen zijn miniem, de kwaliteit zeer hoog.
Pas in 1927 werd de vondst uit Ommerschans breder bekend en ging toenmalig directeur Holwerda van het RMO een kijkje nemen, vergezeld door de burgemeester van Ommen. Hoewel Holwerda sterk twijfelde aan het bestaan van een Bronstijd, was hij wel zo onder de indruk van de vondst dat hij hem wilde onderzoeken. Hij kreeg de gelegenheid een foto en een afgietsel te maken, maar toen hij het zwaard met de bijgiften voor zijn museum wilde kopen, stelde Lüps zulke hoge financiële eisen dat de koop niet doorging. In de jaren dertig trok de familie naar Duitsland en verdween het zwaard uit zicht. In de jaren zeventig heeft toenmalig conservator Louwe Kooijmans vergeefs een nieuwe poging gedaan om het zwaard te verwerven.
Onlangs werd ze op een veiling bij Christies, Londen, aangeboden. Binnen zeer korte tijd wist het RMO een flink bedrag aan sponsorgeld te bemachtigen waarmee ze de aankoop kon bekostigen.
(Met dank aan de NRC)

Napjessteen of schaaltjessteen?

Napjessteen tussen de "kinderkopjes"Zesendertig jaar loopt hij elkeNapjessteen, vers "opgedolven" dag over over de “kinderkopjes” naast zijn prachtige boerderij. Hij is een liefhebber van archeologie, evenals zijn vrouw en drie zoons. Het pad van hun huis naar de straat had deze goede vriend van de “Verteller van het Oude”  nota bene zelf aangelegd. De benodigde stenen waren afkomstig van de buurman, die op zijn buurt deze op zijn land had verzameld.
Zesendertig jaar loopt de “Verteller van het Oude” met enige regelmaat over hetzelfde pad, zijn blik richtend op de ingang van de boerderij. Door een rugblessure gekweld, liep hij onlangs een beetje hinkend en met de blik omlaag, wederom over de oprit. En toen zag hij “haar”. Een napjessteen!
“Napjesstenen kunnen beschouwd worden als een vorm van maal- of wrijfwerktuigen die voor het fijnwrijven van zaden en kruiden of het maken van bijvoorbeeld oker zijn gebruikt. De napjes hebben de vorm van kleine schoteltjes of schaaltjes en zijn vergelijkbaar met de functie van moderne mortieren en vijzels.”
(F. Modderkolk, J. Nicolay; Opgravingen bij Midlaren, pp. 471)
Bij ondiepe holtes is er sprake van een schaaltjessteen (zo’n 1 tot 2 cm), daarna spreekt men van napjessteen. De pas ontdekte steen zou eigenlijk in de eerste categorie passen. Ik vind dit onderscheid echter niet logisch. Immers we weten niet hoe lang (dus dieper!) een steen is gebruikt. De diepte kan ook afhangen van het gebruiksdoel. De steen is gebruikt in combinatie met een kleinere steen die als stamper diende. Een houten stamper valt ook niet uit te sluiten.
Over de datering valt niets met zekerheid te zeggen. In hetzelfde pad vond ik nog een stuk van een vroegmiddeleeuwse handmolen. Of ze iets met elkaar te maken hebben, wie zal het zeggen. In ieder geval is duidelijk als  napjesstenen ( u merkt, mijn voorkeur gaat uit naar deze benaming) uit hun context gehaald zijn, over de datering niets valt op te merken. Van Neolithicum tot Middeleeuwen!
En ik, voortaan gebogen lopend over de “kinderkopjes” en het land van de buurman!! Ik houd u op de hoogte in mijn nieuws overzicht.

Steen-hoop

uitrustende Verteller van het OudeSinds een aantal jaren vul ik de  “niet-zoektijd” anders in. Niet langer loop ik mokkend rond in afwachting van het oogstseizoen, nee, in tegendeel. Ik heb tijd om mijn hobby te volmaken. De vondstadministratie en vindplaatsen moet verder beschreven en gefotografeerd worden. Tijd om via literatuurstudie mijn kennis uit te breiden, gelegenheid tot het doen van onderzoekjes en voorbereiden van nieuwe lezingen. Kortom genoeg te doen.
Zoals u in eerdere berichten van dit jaar heeft kunnen lezen, heb ik -en mijn zoekmaatje Jan- diverse midden-paleolhieten ontdekt. Langs de rand van de akker heeft de eigenaar van het belopen perceel gedurende diverse jaren de meegerooide stenen gedeponeerd. Overwoekerd door grassen, bramen en brandnetels liggen ze te wachten om bekeken te worden. Deze week was het zover. De Verteller van het Oude trok de handschoenen aan, pakte een vork en ging de enorm langgerekte stenenrug te lijf. Duizenden stenen hebben inmiddels mijn handen gezien. Met dezelfde snelheid waarmee ze
Verteller van het Oude en een steenhoop opgepakt waren, werden ze ook weer weggeworpen. En iedere keer  was er die hoop. Hoop op een MP. Iedere keer vervloog de hoop met dezelfde snelheid als ze binnenkwam.  Slechts een enkele keer -twee stuks gecraquleerd vuursteen en drie afslagen uit andere perioden- deed het hart een tik sneller slaan.
Zoeken naar MP valt te vergelijken met een speld in een hooiberg, het vergt geduld, veel geduld. Gelukkig heb ik nog 20 kubieke meter te gaan. 20 tussen hoop en steen of tussen steen en hoop! Wat u wilt!

Ontzilten en beschermen

diverse geprepareerde botten uit de Noordzee liggen te drogen.Een jaar lang lagen ze op zijn zolder, vergeten. Verpakt in een grote , zwarte en bovenal stevige vuilniszak.
Duizenden jaren  hadden de botten op de bodem van de Noordzee doorgebracht, door alles en iedereen met rust gelaten. Tot dat een sleepnet van een Urker visser langskwam. Als bijvangst werden ze door hem opgeslagen. Op een gegeven moment kwam een vriend van mij langs en verhuisden de botten naar het hoogste punt in diens huis. Tijdens een bezoek van de “Verteller van het Oude” kwamen ze ter sprake en werden ze ontrukt aan de vergetelheid. Duidelijk was de inwerking van het zeezout te zien. Sommige botten waren wit uitgeslagen, anderen rotten van binnen uit. Nodig tijd om actie te ondernemen!
Maandenlang heb ik ze buiten op de veranda in grote teilen met water laten ontzilten, bovendien moest zoveel mogelijk zuurstof uit de botten verwijderd worden.
Eindelijk was het dan zover. In een koele, donkere ruimte mochten de botten langzaam opdrogen. Sommige brokkelden tijdens dit proces al direct af, het zout in combinatie met zuurstof had haar vernietigend werk gedaan. Aangetast door zeezout en zuurstof. Niets kan deze botten nog redden. Te lang hebben ze op het droge gelegen zonder professionele behandeling. Nu is het proces onomkeerbaar en binnenkort zullen de prehistorische botten uiteen vallen.
Anderen waren gelukkig onaangetast. Een badje in verdunde houtlijm 3D zal ze weer jarenlang tegen verder bederf beschermen.
Het mammoetbot, de beenderen van een wisent en oeros sieren de huiskamer van mijn vriend. Ontrukt aan de vergetelheid, maar zeker niet voor eeuwig!

Prehistorische mijnen bij Rijckholt

Goed nieuws! De enige, tot voor kort nog voor het publiek toegankelijke vuursteenmijn uit de prehistorie in Nederland, gaat weer open!!Een kijkje in de 84 schachten tellende vuursteenmijn in het Savelsbos bij Rijckholt.
Na een jaar praten, nadenken en puzzelen samen met de eigenaar Staatsbosbeheer, gemeente en vele andere partijen, is  de exploitatie van de prehistorische vuursteenmijn overgedragen aan de Stichting ir D.C. van Schaik.
O
penstelling voor het publiek is -naast concervering en informatieverstrekking- het belangrijkste doel. Voorlopig wordt de werkwijze van Staatsbosbeheer overgenomen. Dat wil zeggen, twee keer per maand een rondleiding door de 84 schachten tellende mijn voor het geïnteresseerde publiek.
Op de langere termijn wordt gedacht aan verruiming van de exploitatie en de bouw van een bezoekerscentrum aan de rand van het Savelsbos.
Wanneer de liefhebbers van archeologie de mijn voor het eerst weer kunnen betreden is nog niet bekend. De Verteller van het Oude” wacht in spanning af. Zijn voetsporen liggen er nog niet, maar dat gaat veranderen!

Oerbos, ook in Drenthe!

Oerbos komt te voorschijn tijdens een opgraving op het landgoed Den Treek-Henschoten bij Leusden.Het zal u niet zijn ontgaan. Het begon al op zondagmorgen in het radioprogramma “Vroege Vogels” -waar ik overigens graag naar luister voordat de velden met haar geluiden lonken-, direct daarna nam het journaal het item over, een paar uur later gevolgd door de landelijke dagbladen.  Op het landgoed Den Treek-Henschoten bij Leusden is een oerbos gevonden. Geschatte ouderdom: 13.000 jaar. De meer dan 160 bomen zijn prachtig geconserveerd en lenen zich uitstekend voor verder onderzoek.
Maar wist u dat ook in Drenthe een oerbos restant is gevonden. In 2008 werd deze ontdekt bij Roderwolde toen een boer strubben van zijn land wilde laten verwijderen. RTV Drenthe maakte er een item over van amper twee minuten. (klik hier voor de reportage). Toegeven het bos is ongeveer 3000 jaar minder oud, maar ze was wel de eerste die in Nederland werd ontdekt. Op veel media-aandacht kon ze echter niet rekenen. Wat dat betreft hebben de archeologen in Leusden het slimmer aangepakt.
Hoe mooi een heel oud bos kan zijn, bewijst het filmpje over het Bialowieza oerbos in Polen. Laat dit nu net het laatste oerbos in Europa zijn! Helaas is de Poolse overheid begonnen met het kappen hiervan!!
Soms begrijpt de “Verteller van het Oude”  de wereld niet meer. Enerzijds zijn we opgetogen, ja zelfs euforisch, over het ontdekken van een zo’n oud stukje cultuurlandschap, anderzijds vernietigen we het……..

Bijltje uit de Enkelgraf cultuur

Klein bijltje uit de Enkelgraf cultuur (2900 - 2500 v.Chr.)“Ach je moet het doen met wat je hebt”, zal de maker van dit kleine bijltje mogelijkerwijs hebben gedacht.   De lengte bedraagt slechts 5,7 centimeter, terwijl de breedte op de top 4,3 cm meet. Ze is geschacht  geweest, er zit namelijk een “bright spot” op het achtereind. Deze ontstaat door frictie tussen de steen en het hout van de schachting. Op de foto is het niet te zien, maar de bijlsnede staat  enigszins asymmetrisch  ten opzichte van het bijllichaam. Mogelijkerwijs is er sprake van een dissel(tje). Een andere verklaring zou kunnen zijn dat de bijl eertijds gebroken is en daarna bijgewerkt. De snede komt hierdoor asymmetrisch te liggen.
Het dunne bijltje (dikte maximaal 1,4 cm) vertoont nog meer bijzonderheden. Duidelijk te zien is de verontreiniging in de steen, ze is niet gemaakt van het beste materiaal. Op de keerzijde zit een deel van een zee-egel ingesloten. Alweer een minpuntje.
Naast het bijltje vond ik een prachtige lange kling en enkele pijlpunten. Zodat rekening gehouden moet worden met een grafgift. De onbeschadigde snede spreekt daarvoor.
Enkelgrafbijltjes zijn vaak niet zo mooi gepolijst.  Slechts de delen die er toe doen, en dan nog voornamelijk de top en haar directe omgeving, zijn geslepen.
Trechterbeker bijltjes zijn over het algemeen veel mooier en over een groter oppervlakte gepolijst. Meestal zelfs over de gehele bijl. In de Drenthe zijn veel bijlen uit deze beide culturen opgemeten. Men mat de dikte van de top en de breedte van de top, deelde deze door elkaar en vermenigvuldigde de uitkomst met 100. De uitkomst was significant verschillend. De zgn. topindex bij trechterbekerbijltjes lag tussen 28 en 42, voor enkelgraf tussen 42 en 70.  Mijn bijltje gaf een uitkomst van 33, dus trechterbeker.
Eigenlijk heb ik  een bijltje van onbekende komaf. Maar voor mij is ze fraai, zeer fraai!

Nieuw archeologisch tijdschrift i.s.m. AWN

Voorpagina van het nieuwe veelbelovende tijdschrift "Archeologie van Nederland"Het gebeurt niet vaak dat ik enthousiast raak van tijdschriften op archeologisch gebied. Ik vind ze vaak oppervlakkig en erg gericht op het buitenland. Zeer populair dus met nadruk op commercie. Zelden wordt een onderwerp uitgediept, met de komst van “Archeologie in Nederland” lijkt hier een eind aan te komen. Het eerste nummer (februari 2017) is in haar geheel te downloaden.
In haar eigen woorden: U ontvangt jaarlijks 320 pagina’s, verdeeld over vijf nummers, die vol staan met inhoudelijke artikelen, de mooiste vondsten, actuele discussies, nieuwsberichten, literatuursignalementen en tentoonstellingen. Het tijdschrift richt zich op alle actief geïnteresseerden – zowel professioneel als vrijwillig – die belangstelling hebben voor de rijkdom van ons bodemarchief.
Oordeelt u zelf en klik hier om te lezen of bovenstaand cursief gedrukte wordt waargemaakt.

Langs de Vledder AA!

Diverse mesolithische spitsen van de vindplaats langs de Vledder AA. Het vondstmateriaal van de site bestrijkt een hele lange periode. Van Mesolithicum tot ijzertijd.Ongeveer 25 jaar geleden reed ik op een ruilverkavelingsweggetje langs de Vledder AA. Van verre lonkte een in het zonnig landschap opduikende heuvel. Het loof van de aardappels was doodgespoten, ik besloot een kijkje te nemen. Bij de eerste stap was het al raak. De afslagen lagen voor het oprapen, geen tien maar honderden!
Van de eigenaar van het perceel kreeg ik toestemming om vo
orzichtig tussen zijn broodwinning te zoeken. Die middag verzamelde ik meer dan 500 artefacten op het veld. Van mesolithicum tot bronstijd. De volgende twee jaren kwamen daar nog een een kleine 3000 stuks bij.  De plek raakte een beetje bij mij in vergetelheid, ik ging namelijk verhuizen en het stroomgebied van de Vledder A moest het doen zonder een van haar amateurarcheologen.
Een paar jaar geleden kwam ik er nog eens langs, het kopje ligt nu midden in een natuurgebied. Volkomen beschermd, er wordt niet meer geploegd, das en vos zijn terug, mensen komen er niet meer.
Ik sprak erover met Ronald Popken, archeologische vriend en woonachtig in Diever. Na mijn vertrek had hij de plek ontdekt, binnen een jaar had Ronald anderhalf duizend artefacten verzameld. Direct daarna was het natuurgebied geworden. We besloten de gevonden spullen naast elkaar te leggen, te determineren en er een artikel over te schrijven (althans Ronald). Het onderzoek leverde  een verrassend feit op. Buiten ons tweeën, hadden nog drie amateurarcheologen de plek bezocht. Hun collecties waren keurig in depots opgeslagen, zodoende konden we  deze bij het onderzoek betrekken. Zodra het artikel klaar is, dan zal ik het op mijn website publiceren. Een van de prachtige foto’s, een overzicht van diverse mesolithische spitsen, kunt hier alvast bekijken.

Help, een leeuw! Wie heeft nieuws?

Soms sta je als Verteller van het OMessing gestilleerd leeuwtje, de vraag is wat het voorsteld. Wie heeft hier nieuws over?ude met je mond vol tanden. Een lezer van deze website, Rudy,  riep mijn hulp in. Hij had een messing voorwerp gevonden en wist niet wat het moest voorstellen. Verder dan een Achterzijde van het bronzen leeuwtje.gestileerde leeuw kwamen we niet, de achterzijde levert ook niet veel meer duidelijkheid op. Meer dan een half jaar probeer ik al een antwoord te vinden. Wordt een beetje een obsessie, wie gaat ons helpen?  

Bronstijdspits

Af en toe dwarrelde er nog een laatste sneeuwvlok naar beneden. Al Bronstijdspits, alsof ze net is neergedwarreld met de laatste sneeuwvlokken!had ze een heleboel vriendinnen meegenomen, niets kon me die dag weerhouden om op de akkers te gaan zoeken. De noodgedwongen rust vanwege de winter had me geen goed gedaan. Onrustig werd ik ervan. Ik moest naar buiten!
En daar lag ze dan, genietend van de eerste zonnestralen die haar fraai bewerkte huid beschenen. Ze leek neergelegd, bovenop een paar glimlachende zandkorrels. Misschien was ze wel met een vlokje aan komen dwarrelen!
U merkt het, ik begin euforische wartaal uit te slaan. Ik kan het niet helpen maar iedere keer als ik een fraai bewerkte bronstijdspits vind, overvallen me dergelijke gevoelens. Even zakelijk! Een weerhaakje en de schachtdoorn ontbreken. Ze is gehandicapt, oeps daar gaan we weer, maar o zo aantrekkelijk. Datering:  Vroege en Midden-Bronstijd (2100-1100 v.Chr.).
Ik heb de spits opgeborgen in een lade, af en toe trek ik deze even open. Maar het spitsje  lijkt minder mooi, het vinden is de kick. Niet het bezitten!

Archeologie, maar dan anders!

De Drents Prehistorische Vereniging organiseert al jaren voor de bijEen door Ivar Schute opgegraven bril uit het vernietigingskamp Sobibor. haar aangesloten amateur-archeologen bijeenkomsten. Meestal gaan de lezingen over een onderwerp uit de prehistorie. De avonden zijn druk bezocht, Drenthe bezit een actieve groep van zoekers. Tot mijn verbazing trok de lezing van Ivar Schute, senior-archeoloog bij RAAP, slechts weinig mensen. Ivar, afgestudeerd in Leiden, graaft al jaren naar sporen uit de Tweede Wereldoorlog. De Verteller van het Oude hoorde voor het eerst van hem toen hij een reportage op tv zag over het vinden van  restanten van de gaskamers van Sobibor.  Toentertijd was ik al diep gegrepen over de bevlogen en respectvolle manier van vertellen van Ivar. Tijdens de DPV-lezing nam hij ons mee langs diverse Nederlandse WOII memorabele plaatsen. Via de Grebbeberg, kamp Vught en Westerbork kwamen we uiteindelijk toch weer diep in Polen terecht.
Recentere archeologie roept vragen op. Wat heeft het voor meerwaarde, er is al zoveel beschreven. Nergens weten we zoveel van als juist onze recente geschiedenis, moeten we er dan nog naar graven? Archeologie bewijst, immers ze is een wetenschap van sporen. En zeker als er sprake van controverse is, kan de archeologie meerwaarde opleveren. In “het geval” Sobibor waren de sporen van het kamp (en dat is vrijwel overal het geval) verdwenen. Slechts 50 mensen hebben het kamp overleefd -Jules Schelvis is voor ons Nederlanders de bekendste- alleen dank zij hen weten we iets over dit anderhalf jaar in gebruik zijnde vernietigingskamp. De exacte locatie van de  gaskamers (etc.) was niet  bekend. Archeologie heeft hiervoor het bewijs geleverd.
Aan het eind van de avond zat ik met een knoop in de maag en was vol bewondering over de verrichte werkzaamheden van Ivar. Ik vind het opgraven van urnenvelden al indrukwekkend, laat staan ….
Wat hebben de thuisblijvers iets gemist!

Vriendschap tussen een dolk en een schrabber

dolkfragment uit de bronstijdEr zijn van die akkers die voor eeuwig in je geheugen gegrift blijven. Soms liggen ze prachtig in het landschap, dan weer heb je er een mooie vondst op gedaan. Maar soms -heel soms- voldoen ze aan beide criteria. Deze akker, nadere aanduiding gaat u niet krijgen, overtreft zelfs de stoutste verwachting. Ze geeft artefacten van onze voorouders prijs over een periode van meer dan 60.000 jaar. Alle ons bekende  archeologische perioden zijn vertegenwoordigd.
Op een koude, ietwat druilerige zondag in januari liep ik er samen met zoekmaatje Jan. De dag was zo-wie-zo al goed, we hadden een paar leuke vondsten gedaan. Plotseling een oerkreet en ik kijk in het breed glimlachende gelaat van Jan. Op het van koude, wit uitgeslagen gezicht ontwaar ik een enorme blos van opwinding. In zijn hand ligt een prachtig in het licht flikkerend fragment van een dolk. Onmiddellijk deel ik in zijn vreugde, de voorbijrijdende boer zal hoofdschuddend het tafereel vanuit zijn cabine hebben aanschouwd.
Genoeg gefeest, terug naar de dolk. Het betreft hier hoogstwaarschijnlijk, volgens de dolken indeling van Bloemers, een type IV fragment. Een zgn Fischschwanzdolch. De grootste breedte is aan de bovenkant op de foto te zien, het heft van de dolk. Helaas is ze eertijds gebroken zodat we nu nog slechts 4,5 cm bezitten van wat eens een prachtexemplaar moet zijn geweest. Op de foto -direct genomen  na de vondst- is de fijne bewerking goed te zien. Het zou kunnen dat het fragment na de breuk nog is bij geretoucheerd. Er lijken extra afslagen op te zijn gefabriceerd om er een schrabber van te maken. En juist deze combinatie is uniek, in Drenthe is een dergelijke combinatie nog nooit gevonden. Recycling in de prehistorie!
Dit type dolk wordt gedateerd tussen 1600 en 1500 v.Chr. In de midden-bronstijd.
Wordt vervolgd??

Jaap Beuker neemt afscheid van Drents Museum
Jaap Beuker in actie

Na bijna 40 jaar werkzaam geweest zijn voor het Drents Museum, heeft hoofdconservator Jaap Beuker afscheid genomen van zijn droombaan. De pensionering lonkt.  Aan het eind van de drukbezochte receptie gaf Jaap een overzicht van de door hem voorgenomen archeologische activiteiten in de nabije toekomst. Een “waslijst” welke typerend is voor Jaap. Pannen genoeg, de Verteller van het Oude is blij om deel te mogen nemen aan de verwezenlijking van een aantal.
Jaap bracht amateurs en professionals bij elkaar. Er ontstond een nauwe samenwerking! Jaap organiseerde deskundigheidsbevorderende bijeenkomsten en liet amateurs meewerken tijdens opgravingen. Onder de bezielende leiding van Jaap (en ook Marcel Niekus) werd een speurtocht ondernomen naar Neanderthaler kampementen. En met succes, getuige de vele publicaties in diverse bladen.
Met het vertrek van Jaap, vertrekt er ook veel kennis uit het museum. Het zal moeilijk zijn een waardig opvolger te vinden.

Nieuwe lezing van de Verteller van het Oude!

Turkse vuistbijl in situSamen met mijn archeologisch maatje Ernest zwerf ik al vele jaren door Zuidoost Turkije. Een waar archeologisch Mekka! Op onze tochten door onherbergzame en zeer warme streken kwamen we met enige regelmaat vuistbijlen tegen. De gangbare datering voor deze is tussen 150.000 jaar en 500.000 jaar oud. De multitool van onze voorouders komt op sommige plaatsen met vele tientallen tegelijk voor.
Meer over de lezing vindt u onder het kopje “Wat kan de Verteller u bieden?” in de hoofd navigatiebalk.

Indië, een speurtocht naar mijn vader!

Hendrik ten Brink hospitaal kaartje vlak voor zijn vertrek naar IndieHet begint allemaal met bovenstaand berichtje. Een ansichtkaartje uit IJmuiden van mijn vader, Hendrik ten Brink, geboren in 1927 en al meer dan 35 jaar niet meer onder ons. Vlak voor het vertrek van het troepentransportschip postte hij het gekoesterde kaartje.
Tijdens zijn leven sprak vader niet over de drie jaar die hij in “den vreemde” heeft doorgebracht. Als mijn broer en ik er naar vroegen, zweeg hij, draaide zich om en ging wat anders doen.
De meimaand roept nostalgische herinneringen op, wij -mijn broer en ik- gaan speuren naar sporen van ons vader.
Op mijn website zal op termijn een nieuw hoofdstuk -Indië- worden toegevoegd, waarop u een reconstructie van drie jaar dienst in Nederlands Indië (hopelijk) kunt lezen.

 

nieuws, nieuws, nieuws, nieuws,nieuws, nieuws, nieuws,nieuws,  nieuws, nieuws, nieuws, nieuws, nieuws, nieuws, nieuws, nieuws,
nieuws, nieuws, nieuws,nieuws, nieuws, nieuws, nieuws,nieuws, nieuws,nieuws,nieuws,nieuws,nieuws,nieuws,nieuws,nieuws,

 

 Een messcherpe buurvrouw (ouder nieuws)

Fantastische laat-paleolithische kling, gevonden door Annie Jonker -in de 60er jaren van de vorige eeuw- nabij Gasselte.Verhalen zijn overal, ik heb het al eerder geschreven. Je hoeft er niets voor te doen, ze komen vanzelf. Alleen goed luisteren en daarna doorvertellen. En dat is nu juist wat ik beoog met het ouder nieuws pagina mijn website.
Eens per week determineer ik archeologische verzamelingen in het noordelijk depot in Nuis. Al jaren werk ik daar samen met een aantal  bevlogen amateurarcheologen. Een daarvan is HILLEBRAND VAN DEN BOSCH. Op een avond komt hij aangelopen met een prachtige lange kling. Ze meet 11 cm bij 4 cm. Is zwaar gepatineerd en gemaakt van Noordelijk senoom vuursteen.  Aan de slagbobbelzijde zitten resten van zilverpapier. Dergelijke lange en vooral ook brede klingen zijn zeldzaam in Drenthe. Een droom van elke “steentjeszoeker”!!
Op een middag  richtte Hillebrand zijn vondstenkastje opnieuw in. Achter hem hoorde hij gestommel, buurvrouw Annie Jonker kwam via de achterdeur -zoals bij ons in het Noorden nog kan- binnen.  “Deze past er nog mooi bij!”, zegt ze tegen Hillebrand.
50 Jaar geleden gevonden in de omgeving van Gasselte en daarna nauwelijks meer uit het zilverpapier geweest. Annie had de kling (ze wist toetertijd niet wat het was) laten zien aan twee bekende Friese (amateur)archeologen. Deze waren direct getogen naar de vindplaats, Annie verdrietig achterlatend. De vindster mocht van beide heren niet mee, geen pottenkijkers. Annie was woedend geweest, haar voornemen om de kling af te staan trok ze gelijk in. De beide mannen keerden terug zonder -volgens eigen zeggen- artefacten gevonden te hebben. Hun belangstelling voor de kling verdween en het artefact sleet zijn dagen in zilverpapier. Tot nu toe.
Wat is nu de archeologische waarde van de kling? Helaas is de precieze vindplaats niet meer bekend. Linken aan andere vondsten is dus niet mogelijk, een losse vondst kan duiden op een toevalligheid. Echter ze is oud. Dergelijke grote klingen kwamen voor tijdens de Federmesser traditie en de Ahrensburg traditie (tussen ca. 11.000 en 9.000 jaar voor Chr.). Deze zogeheten Riesenklingen hadden vaak een lengte van meer dan 10 cm. De negatieven op Annie’s kling doen niet zo regelmatig aan dan bij de Ahrensburg cultuur gebruikelijk is. Vermoedelijk moeten we de kling tussen 11.600 en 10.700 dateren, dus binnen de Federmessercultuur.  Het zou fantastisch zijn om de vindplaats alsnog te achterhalen. Zij zou meer duidelijkheid kunnen verschaffen over de datering. Zou het Ahrensburg zijn, dan is dat sensationeel. We kennen maar een paar van deze plekken.

Neanderthaler kampement met ongekende potentie

Verteller van het Oude - Anne ten Brink-  en zijn Midden Paleolithische kernOp deze website en met name in mijn nieuwsoverzicht heb ik vaker bericht over Neanderthaler vondsten op een vindplaats in de buurt van Assen. Sinds 2007 zijn (amateur)archeologen  al op deze plaats aan het zoeken. Een gedeelte van het terrein is opgegraven, precies daar waar zich een grote concentratie vondsten bevond. Het leverde honderden vondsten op, waaronder diverse artefacten die zich nog in situ bevonden. De plek kenmerkte zich door de grote hoeveelheid vuistbijlen (meer dan 30!!). Wij, waaronder de Verteller van het Oude, bleven in de buurt zoeken. Op enkele honderden meters vanaf het eerste kampement werd een tweede ontdekt. Kenmerkend is het ontbreken van vuistbijlen en de aanwezigheid van vele kernen en afslagen. Mogelijkerwijs hebben beiden met elkaar te maken, een productieplaats van voorwerpen en op de andere plek het verwerken van jachtvangst.
Midden april liepen wij voor het laatst (i.v.m. het bewerken van de akker) over de tweede vindplaats. Op deze dag werden 18 zekere middenpaleolithen opgeraapt. Naast vele kernen en afslagen werd een mogelijke schaaf opgeraapt. Nog nooit hebben we zovele artefacten uit deze periode op een dag gevonden. De potentie van deze plaats is zeer groot! De Verteller van het Oude kan niet wachten tot het najaar.
Op beide vindplaatsen zijn tot op dit moment meer dan 500 artefacten verzameld. Het brede publiek krijgt ook steeds meer belangstelling voor onze activiteiten, getuige de explosie van publiciteit. Hieronder een aantal linkjes er naar toe.

RTV-Drenthe: Geheime Neanderthalervindplaats bij Assen levert bijzondere bodemschatten op
Drenthe Journaal: Archeologen vinden tweede kampement Neanderthalers
Dagblad van het Noorden: Neanderthalers hadden werkplaats in Drenthe
NRC Next

Neanderthalers krijgen eigen website

Header van de Stichting STONE.

Prachtig. Een spreekbuis voor de Neanderthalers!
De Stichting Steentijd Onderzoek Nederland
stelt zich ten doel: de kennis over prehistorische samenlevingen in Nederland te vergroten. De nadruk ligt hierbij op culturen van jagers-verzamelaars uit de Oude en Midden Steentijd (Paleolithicum en Mesolithicum).
Klik op de banier om naar de website te gaan.

Drelsdorf en Meneer Ronald

Regelmatig krijg ik opmerkingen over een stukje dat ik geschreven heb. Daar ben ik blij mee, het levert mij soms andere inzichten op of bevestigt juist mijn mening.
In het eerder geschreven stukje (even naar beneden scrollen) over het noordelijkste Neanderthaler kampement dat tot nu toe gevonden is, in Drelsdorf, 40 kilometer ten zuiden van de Deense grens, beschreef ik een paar topvondsten gedaan door Nederlandse amateur archeologen. Daarbij had ik, volgens enkele criticaster, de namen van de vinders moeten vermelden. Vanwege privacy redenen had ik dat niet gedaan. Maar goed, ere wie ere toekomt! De mooiste vondst werd gedaan door RONALD POPKEN, amateur archeoloog uit DIEVER, een schitterende kern, bewerkt door een Neanderthaler!
Deelnemers Drelsdorf zoektocht april 2016Een paar weken geleden was hetzelfde gezelschap weer in Drelsdorf aanwezig, ditmaal om hun (onervaren) 7 Duitse collega’s te helpen in hun zoektocht naar sporen van onze gemeenschappelijke voorouders.  Dat onze (ontwikkelings)hulp in de belangstelling stond, bleek wel uit het feit dat diverse Duitse professionele archeologen alsmede een Deense aanwezig waren.  Te samen waren we in staat om mooie artefacten op te rapen en het vondstbeeld van de akker te bevestigen. Steeds meer wordt een vondstconcentratie zichtbaar. Een nabij gelegen akker kon ook bezocht worden, de daar gevonden artefacten vallen precies binnen de te verwachten concentratieplek.
Terug naar Ronald.  De helft van de gedane vondsten, kwam op zijn conto! Door hem werd het aantal kernen, tot nu toe gevonden op de site, verdubbeld. Drie kwamen er voor zijn rekening, het leverde hem bij de Duitsers de bijnaam “Kernthaler Ronald” op.Trotse meneer Ronald met kern uit het MP
Hollandse (amateur)archeologen eren hun collega’s, vanwege hun levenslange archeologische werkzaamheden of uitzonderlijke prestaties, met de toevoeging “Meneer”.
De Verteller van het Oude blijft jaloers op zijn vondsten en maakt een diepe buiging voor Meneer Ronald!

Een mammoetbot met problemen

Een tijdje geleden kreeg ik van een vriend een ca. 60 cm lang stuk van een mammoetdijbeen. Zoals velen raakte ik  diep onder de indruk van zijn robuuste uiterlijk.
In al mijn enthousiasme nam ik het direct mee naar mijn schooltje om aan geïnteresseerde leerlingen te laten zien. De ” Oooh’s” en “Aaah’s” waren niet van de lucht! Ik besloot daarom het bot nog een dagje te laten liggen om zoveel mogelijk leerlingen in staat te stellen zich eraan te vergapen. De volgende ochtend bemerkte ik echter witte vlekken op het bot.
Navraag bij de man van wie ik het had gekregen  leerde dat een Urker visser het dijbeen in zijn net had aangetroffen. Een tijdje had het bot opgeslagen gelegen in een loods, waarna mijn vriend het had verkregen. Bij hem thuis lag het bot buiten. Mogelijkerwijs is dit de redding van het dijbeen geweest. In het bot zit veel zout en dat tast bij opdroging de structuur aan.Mammoetbot ligt te ontzilten in teil.
Voor de komende (tenminste)  zes weken ligt het bot in een teiltje met water om langzamerhand het zout eruit te weken. Vervolgens zal ik het in een badje met velpon-aceton (1:10) leggen, waarna het beschermd moet zijn. Botten hebben niet het “eeuwige”  leven, maar enige tientallen jaren moeten ze toch wel weer “meegaan”! Tenminste als het al niet te veel is aangetast.
Een andere mogelijkheid is om het bot in een bad met verdunde witte houtlijm 3D te leggen.
Mocht het te behandelen object vrij groot zijn (zoals bij mij het geval is), dan kun je het geheel met een kwast bestrijken.  Helaas kun je niet goed bij het binnenste van het bot, zodat het onderdompelen in een bad(je) toch de voorkeur geniet.
In alle gevallen geldt: “Laat het bot geleidelijk opdrogen en absolute niet in de zon leggen”. Krimpscheuren zullen het gevolg zijn.
Mocht je ervaring hebben met het conserveren van botten en je hebt goede tips, laat het me dan weten! Ik en mijn bot zullen je dankbaar zijn.

Albert Egges van Giffen

Van Giffen in DieverIk had het genoegen om bij de opening van de tentoonstelling over het werk van Van Giffen te mogen zijn in het Schultehuus in Diever.  Als eregasten waren Kaj Glasbergen, Tineke van Giffen en Prof. Waterbolk aanwezig. Zij verrichtten de openingshandeling; een kleine opgraving waarna de opgegraven trechterbeker het museum  werd binnengebracht.Van Giffen en Glasbergen graven trechterbeker op
De gehele beneden verdieping van het museum is gewijd aan het bekendste groavertien van Nederland. Een verdieping hoger zijn indrukwekkende films over zijn werk te zien. Mensen die Van Giffen gekend hebben komen ook aan het woord.
Naast vele mooie panelen over zijn leven, heeft het museum ook diverse persoonlijke items van Van Giffen geëxposeerd.
Er is aan de kinderen gedacht, immers zij zijn de gravers van de toekomst! Een gedeelte van een hunebed is op zeer kunstige wijze nagemaakt. Hierin kunnen de latere archeologen graven naar verborgen schatten. Op beeldschermen krijgen zij uitleg over het gevondene en tijdens de opgraving worden ze begeleid door
een ” archeologische” stem.
Kees Epema van OS-migration heeft op voortreffelijke wijze  audio-visuele middelen toegepast, waardoor u een aangename bezoek wacht!

Onderwaterschat

Vroeger, héél lang geleden (!), droomde ik er wel eens van. Onderwater archeoloog! Het leek me een spannend beroep, helemaal toen ik het boek “Scheepsarcheologie” van G. D. van der Heide in 1974 verslonden had. Met het verstrijken van de jaren verdween het idee naar de achtergrond. In 2005 had ik het genoegen met Wouter Waldus op te graven in Sneek. Behalve passie voor het opgraven van terpen specialiseerde hij zich ook in de onderwaterarcheologie. Nog niet zo lang geleden haalde hij de Kogge van Kampen boven water. Een spectaculaire vondst.
oorlogschip "Huis ter Warmelo"Toen ik vanmorgen de radio aanzette weerklonk een zo mogelijk nog belangrijker vondst. Op een diepte van meer dan 60 meter is een Hollands oorlogsschip uit 1708 aangetroffen. Het betreft  vermoedelijk het fregat “Huis Ter Warmelo”. Volgens bronnen zou het op de rotsen zijn gelopen en met haar 130 koppige bemanning in de golven zijn verdwenen. Archeologen houden een slag om de arm wat betreft de naam van het schip. Tot op heden heeft er geen definitieve identificatie plaatsgevonden.
Het “Huis ter Warmelo” meet vijfendertig meter en was voorzien van een behoorlijk aantal kanonnen. Ze voer in de onrustige streken om de handelsbelangen van De Republiek te verdedigen.
Statig staat ze nu op de bodem, zo goed als intact.  Alle (?) kanonnen staan aan dek en zelfs een van de masten zou nog overeind staan. De beelden van het wrak zijn fantastisch. Bekijk ze absoluut!
Jammer dat ik niet kan duiken, ik had haar zo graag gezien!
Had ik maar onderwater archeoloog moeten worden!!

 Prijs Drents Historische Vereniging 2015

Voorgedragen worden voor de prijs van de DHV vind ik een grote eer. De vrijwilligers aan het Neanderthaler project (met de beroemde vindplaats nabij Assen), waaronder de “Verteller van het Oude”, overkwam het. De volhoudendheid, het enthousiasme en de behaalde resultaten vormden de basis van de voordracht.  Voor het eerst was een kampement van de Neanderthalers in Drenthe vastgesteld. Inmiddels, met dank aan de onze club, kunnen meerdere (lange of korte) verblijfplaatsen worden bewezen.tussenstation Meppel
Uit de eerste voordracht (17 aanmeldingen) werden tenslotte drie personen of instellingen genomineerd. Voor mij was het toch wel een beetje teleurstellend om daar niet bij te zitten.
In het programma “Drenthe Toen” van RTV Drenthe werd zondag 13 maart de winnaar bekend gemaakt. De prijs voor het beste initiatief op het gebied van Drentse geschiedenis ging naar Thijs Rinsema voor zijn boek ” Tussenstation Meppel: Fritz Blasbalg op de vlucht voor Hitler”. Thijs heeft door zijn eerdere werken, zijn sporen ruimschoots verdiend. Alle in mij nog aanwezig Neanderthaler genen feliciteren Thijs Rinsema van harte!!

Zevende determinatie middag in Diever

De oudste berichten in dit (zeer onvolledig) nieuwsoverzicht staan onderaan. Het begint in 1999 met de allereerste determinatie middag van archeologische voorwerpen in Diever. Teruglezend valt op dat het aantal ingebrachte voorwerpen steeds iets kleiner wordt. Wel komen er steeds meer mensen uit de omliggende regio’s.
willem karel frederik friso, herdenkingsmunt Stadhouder Willem IVDe middagen zijn  heel gemoedelijk en de belangstellende blijven altijd een hele tijd.
Voor mij was een herdenkingsmunt (gebruikt als hanger) van  de Friese Stadhouder Willem Karel Hendrik Friso (de latere stadhouder Willem IV) een hoogtepunt.
Volgend jaar maar weer!

Spinklosje uit het water

Afgelopen weekend liep ik met enige medezoekers over een zeer moeilijk toegankelijke akker.  De regen van de afgelopen periode had ervoor gezorgd dat het terrein vrijwel ontoegankelijk was.
U vraagt zich af waarom wij dan per se  hier ons geluk wilden beproeven? Welnu, eerder was op het perceel een midden-paleoliet gevonden. Aan ons om te bewijzen dat het niet een incidentele vondst was. Helaas, we hadden op dat gebied geen geluk.
Grote spinklos met een diameter van ruim 4 en halve centimeterTijdens het doorwaden van één van de vele modderpoelen viel mijn oog op een min of meer rond “steentje” met precies in het midden een gat. Na reiniging bleek het een spinklosje te zijn met een doorsnede van meer dan 4½ centimeter en een hoogte van 1½ cm. Ze is gemaakt van middelmatig hard gebakken aardewerk met een steengruis magering.
spinklosje onderzijdeSpinklosjes werden gebruikt bij het bewerken van ruwe stof, voornamelijk wol en in beperktere mate vermoedelijk ook vlas (voor het verkrijgen van linnen). De klosjes vormden de verzwaring van een hangende, houten spil. Door de draaiende beweging van spil en klos kon op een eenvoudige manier handmatig garen worden gesponnen (J. A. W. Nicolay, Opgravingen bij Midlaren pp. 347).
Onder de spinklosjes bestaat een grote variatie in grootte, dikte, gewicht, bakwijze en kwaliteit. Het door mij gevonden klosje laat zich maar moeilijk in een tijdvak indelen. Te meer omdat verder op de hele akker geen aardewerk meer is aangetroffen. Een datering tussen 300 en 800 na Chr. lijkt dan ook het beste wat ik u kan bieden.

Vuursteenbewerken met kinderen

De geologische vereniging Gea afd. Friesland organiseerde in het Natuurmuseum Fryslân te Leeuwarden een themabijeenkomst over meteorieten. Diverse organisaties, instellingen en personen presenteerden zich. De binnenplaats van het schitterende museum is overdekt en leent zich perfect voor het organiseren van evenementen.
De Verteller van
vuursteenwerkplaats het Oude en zijn maatje Ernest Mols bewerkten er vuursteen. Meer ter vermaak van de bezoekers dan dat we iets te maken hadden met het thema.
Ongeveer 2500 mensen kwamen erop af, daarmede het Natuurmuseum Fryslân een van de drukste weekenden uit haar bestaan bezorgend.
Wij hebben het geweten! Tijd om met elkaar te praten
Voorbeelden van werktuigen uit de Steentijd van Nederland. was er niet, laat staan om actiefoto’s nemen. Onze werkplaats was constant volledig gevuld met kinderen en hun ouders. Met niet aflatende enthousiasme werden in totaal meer dan 200 pijlpunten en honderden afslagen vervaardigd.
Een zeer geslaagd weekend!

Drelsdorf, een midden- paleolithische vindplaats in Noord-Duitsland

Gedurende meer dan 30 jaar verzamelde landbouwer en amateur archeoloog H.I. Boockhoff vele honderden artefacten uit diverse archeologische perioden, Hij catalogiseerde ze per akker, zonder daarbij de gevonden voorwerpen te rangschikken na tijdsperiode.  Na het overlijden van de heer Boockhoff bleven de (grote)kisten onaangeroerd. Marcel Niekus en Jaap Beuker, beiden experts op het gebied van midden-paleolithische artefacten, bezochten in 2009 de weduwe van Boockhoff en mochten de kisten doorzoeken.  Dit bleek echter een groter karwei te zijn dan aanvankelijk werd gedacht. De landbouwer had wel erg veel verzameld gedurende zijn leven. De beide archeologen konden het aantal vondsten uit het Midden-Paleolithicum (samen met de reeds door anderen gedetermineerde) doen laten oplopen tot 400 stuks.
Na de dood van Boockhoff had niemand meer over de als “Schmallacker” bekendstaande vindplaats gelopen. Niemand wist ook of de bevindingen van de overleden amateur archeoloog correct waren.
deelnemrs drelsdorf 2015Met dit doel voor ogen vertrokken eind 2015 een club (amateur)archeologen onder leiding van Jaap Beuker naar Schleswig-Holstein. De “Verteller van het Oude” was een van hen. Het werden drie onvergetelijke dagen. Ten eerste werden 14 zekere midden-paleolithische artefacten verzameld en nog ongeveer 30 vrijwel zekere. Deze laatste categorie telt voor de wetenschap eigenlijk niet, immers 100% zekerheid kon niet aan de stenen worden toegekend. Voor mij was de vondst (helaas door een ander!) van een geweldige
mp kern drelsdorfkern het hoogtepunt van de zoektocht.
De vondsten bewezen het gelijk van Boockhoff, op zijn akker had de paleolithische mens langere tijd verbleven.
Alle vondsten werden door ons ingemeten en worden op dit moment beschreven door archeologen van het Landesmuseum  in Schleswig-Holstein. Deze innige samenwerking krijgt binnenkort een vervolg.

Schloss Gottorf, een overweldigend museum

Als u mij een paar jaar geleden gevraagd zou hebben naar het meest indrukwekkende museum in Nederland betreffende de prehistorie van ons land, dan zou ik zonder aarzelen het Drents museum genoemd hebben. Helaas, sinds de prachtige verbouwing lijkt de prehistorie van Drenthe naar de achtergrond te zijn verdrongen. Toegegeven, voor het grote publiek is de kleinere, digitalere, opstelling misschien aantrekkelijk. Maar voor mij als liefhebber die graag zoveel mogelijk vergelijkingsmateriaal wil aanschouwen is het een teleurstelling. Drenthes topvondsten staan er maar verloren in een hoekje bij. Jammer.Schloss Gottorf
Een maand geleden was ik in de Duitse deelstaat Schleswig-Holstein in de plaats (hoe kan het ook anders) Schleswig. “Voor je prehistorische hart, moet je hier zijn!”, luidde de verkregen tip. Onvoorstelbare  rijkdom aan de meest prachtige neolitische peddelsprehistorische artefacten en voorwerpen! Schitterend tentoongesteld en voorzien van fabelachtige reconstructies.
In een aparte hal staat een compleet opgegraven Vikingschip met bijbehorende schatten. Daarnaast biedt het museum haar bezoekers steeds wisselende Vikingbootkunsttentoonstellingen. De drie uur dat ik er doorgebracht heb, waren bij lange na niet genoeg om alles te bekijken. Alleen het pand is de reis al waard!
De website van Schloss Gottorf is basic, kunnen ze tenminste nog iets leren van het Drents museum. Maar verder …. oordeelt uzelf!

Urnenveld in Dwingeloo

In 1970 – 1971 groeven de bekende archeologen P. B.  Kooi en O.H. Harsema in Dwingeloo een deel van een urnenveld uit de vroege ijzertijd op. Zij vonden naast tal van kringgreppels met bijbehorende crematieresten (al dan niet in urnen),  een zgn. langbed. Dit type langwerpige grafheuvel van grote afmetingen wordt relatief zelden in Drenthe gevonden.
In eerdere jaren (en eeuwen) waren op (relatief) grote afstand van de toenmalige opgraving, al urnen gevonden. De vinders ervan stonden deze en de bijpotjes (grafgiften) aan het Drents museum af. Kooi en

Tijdens het schaven van het oppervlakte komen de eerste crematieresten te voorschijn.

Harsema concludeerden op basis van deze vondsten dat het om een aanzienlijk grafveld moest gaan.
In de buurt van de opgraving uit 1972 stond de voormalige brandweerkazerne. Zij heeft onlangs plaats moeten maken voor een moderner gebouw Uiteindelijk komt er een prachtige, complete urn tevoorschijn.aan de rand van het dorp. De aldus ontstane kavel wordt gereed gemaakt voor de bouw van enkele woningen. De gemeente Westerveld liet hieraan voorafgaand een archeologisch onderzoek uitvoeren.
Rond de jaarwisseling had ik het genoegen om met het archeologisch bureau “Transect”  mee te werken. In temperaturen die in de lente niet zouden misstaan, konden we de vermoedens van bovenstaande archeologen bevestigen. Het urnenveld van Dwingeloo is veel groter geweest! Spontaan kwamen mensen uit de buurt hun vondsten laten determineren. Zij hadden bij het tuinieren urnen en crematieresten gevonden. De huidige opgraving leverde m.i. een bevestiging op van de conclusies van Harsema en Kooi, zoals door deze laatste is verwoord in de ndva_1973.
Overigens, een tweede langbed kon worden aangetoond!

Een onverwachte hamerbijl

Hamerbijl van AlexHet is bijna pauze. Op deur van mijn klaslokaal wordt geklopt. Twee jongens staan een beetje schuchter op de drempel. Verstoord kijk ik op uit mijn voorleesboek “Dummie de Mummie”. Ik zit er net lekker in, de mummie spreekt voor het eerst en ik kan mijn stemmetjes over de hoofden van mijn aandachtige toehoordertjes laten klinken.
” Is dit iets Meester?”, klinkt het zachtjes.
Mijn adem stokt, een steen met een gat erin. Dit moet ik direct bekijken! “jongens en meiden, het is pauze”, hoor ik mezelf zeggen. Oog voor het ontstane tumult heb ik niet. Het enige wat ik wil is de hamerbijl in mijn hand houden. Meer dan 25 jaar zoeken en nog steeds heb ik niet een dergelijk exemplaar gevonden. Alex, 9 jaren jong, staat voor mijn neus. Zijn vader heeft tijdens het aardappelrooien de bijna 5000 jaar oude bijl gevonden. Ze is 24,5 centimeter lang en heeft enkele beschadigingen. Onder de Hamerbijl van Alex, snedehamerbijlen is zijn exemplaar een grote, een verduveld mooie ook! Trots meldde Alex dat ze thuis nog meer bijlen hadden. Een afspraak was snel gemaakt, nog dezelfde dag  heb ik ze mogen aanschouwen. Ook deze waren prachtig, maar geen kon in de schaduw staan van de hamerbijl. Op aanwijzing van Alex zijn vader bezocht ik de vondstplek. Diep in een beekdal op een klein ruggetje. Ik vond er een concentratie scherven uit de Enkelgrafcultuur. Op de rest van het veld lagen geen artefacten. De bijl moet dus zeer waarschijnlijk wel uit deze concentratie komen.
Elke dag weer hoop ik dat er op de deur wordt geklopt.

Trechterbekergrafveld in Dalfsen

Prachtig graf van de hunebedbouwers, gevonden in Dalfsen. Duidelijk is de plankenbeschoeiing om het graf nog als donkere verkleuring te zien.De kranten hebben er bol van gestaan, verschillende tv-zenders berichtten erover. Geweldige vondst in Dalfsen, een grafveld uit de tijd van de Hunebedbouwers. De gemeente Dalfsen heeft een mooie website, met onder andere 3d opnames van trechterbekers, gemaakt. Klik hier voor hun website. Ook het populaire archeologisch historiek net besteed er ruim aandacht. Lees hieronder hun tekst.
Archeologen hebben in Dalfsen een compleet grafveld uit de Steentijd Dalfsenontdekt. Het gaat volgens de onderzoekers om het grootste grafveld van West-Europa en een unicum voor Nederland. In totaal zijn er 120 graven met bijzondere grafgiften en zelfs een aarden monument uit de tijd van de Hunebedbouwers zijn blootgelegd. De gemeente Dalfsen heeft dat woensdag bekendgemaakt.
Vlak naast het grafveld zijn restanten van een boerderij gevonden. Het is voor het eerst dat bij een grafveld restanten van een woning zijn gevonden.
Het onderzoek werpt volgens de archeologen nieuw zicht op de ‘oer-Nederlander’, de eerste mensen die zich hier permanent vestigden en niet langer als jager-verzamelaar rondtrokken. De gemeente Dalfsen maakt de vondsten via onder meer een open dag, een website en een app zichtbaar voor publiek.

Filmpje Noordelijk Archeologisch Depot

Het Noordelijk Archeologisch Depot (NAD) in Nuis is bij het grote In het nieuws, Noordelijk Archeologisch Depot.publiek niet zo bekend. De drie noordelijke provincies van ons land hebben er hun archeologisch materiaal – voor zover het niet in een museum valt te bewonde

ren – opgeslagen. Sunshine films heeft in opdracht een filmpje gemaakt over het depot. U kunt er als particulier ook terecht. U dient daar wel een afspraak voor te maken. Ook verzorgen de medewerkers van het depot  rondleidingen voor groepen.
In de film is de Verteller van het Oude, samen met zijn archeologische vrienden, de collecties van amateur-archeologen aan het determineren en beschrijven.
Klik op het plaatje en de film wordt gestart.

Eén paleoliet, twee paleolieten!

Tijdens de laatste ijstijd kwam de grote ijsmassa niet tot ons land. De toenmalige voorouder, beter bekend onder de naam Neanderthaler, bezocht met enige regelmaat ons land. Dit schijnt vooral in de periode tussen 60.000 en 50.000 jaar geleden het geval te zijn geweest. Daarvoor en daarna was het te koud. De Verteller van het Oude en zijn archeologische vrienden zijn al jaren op zoek naar artefacten uit deze periode. Tot voor kort was alleen uit Mander (Overijssel) een kampement van de Neanderthalers bekend.  Inmiddels is in de nabijheid van Assen een tweede -grotere- verblijfplaats ontdekt.
Paleolieten zoeken, laat staan vinden, blijft moeilijk. Veel materiaal wordt niet herkend.  Meestal wordt – en dan vaak ook nog toevallig – slechts een enkele artefact ontdekt.
Midden Paleoliet ( afslag) van Bernard. Duidelijk is de slagbobbel en de zware patina te zien. Opvallend zijn de mooie kleuren die in banen over het artefact lopen.Samen met maatje Bernard Versloot liep ik Midden Paleoliet (afslag) van de Verteller van het Oude. Rechts midden is de slagbobbel te zien. over een veelbelovende akker. Een kreet deed me naar links kijken. Met een grote glimlach om zijn gezicht, toonde Bernard een prachtige paleolithische afslag. De slagbobbel – daar waar de Neanderthaler de vuursteen raakte – blonk in het voorjaarszonnetje.  Ik deed een stap in zijn richting om de paleoliet te bewonderen, tegelijkertijd bukte ik – voor de duizendste keer – om een veelbelovende steen op te rapen. Op een meter afstand van Bernards afslag lag er nog een! Ongelooflijk!
Op het terrein vonden we die dag nog twee. Een ware geluksdag! Hoewel, de Neanderthaler had zijn hoofd geschud. Twee van die malloten die zijn afval opraapten.

Leven op de bodem van de Noordzee!Mammoetbotten uit de noordzee

Tijdens de laatste ijstijd stond de Noordzee droog. Het was een vriendelijke, heuvelende toendra, vol met wild, een paradijs voor jagers: een Serengeti met een jas aan. Regelmatig vinden Nederlandse vissers botten in hun netten van mammoeten, leeuwen, neushoorns, hyena’s en andere uitgestorven of uitgeweken dieren. In “het Spoor Terug” een reconstructie van die verdwenen wereld met wetenschappers, verzamelaars en vissers.
Een prachtige reportage van OVT, eerder te beluisteren in 2007. Klik hier voor de reportage.

Aansprekende lezing Celtic Fields!

De Drents prehistorische vereniging heeft ook een werkgroep raatakkersamateur archeologie.  Voor deze leden organiseert zij drie keer per jaar een bijeenkomst. Sprekers die worden uitgenodigd weten dat zij een deskundig en kritisch publiek tegenover zich hebben.
Medio maart volgde de derde en laatste uitvoering. Stijn Arnoldussen (RuG) kwam bij ons spreken over zijn onderzoek in Celic fields (Raatakkers).  Stijn is een begenadigd spreker, zo eentje die zijn publiek de prehistorie laat beleven! De in grote aantallen opgekomen leden kregen zijn nieuwste inzichten in het raatakker onderzoek voorgeschoteld.  Ik associeerde Celtic fields altijd met boerenakkers uit de ijzertijd. Van die mooie vierkante met stenen walletjes. Niets van dit alles. Stijns onderzoek wees uit dat raatakkers mogelijkerwijs zelfs duizend jaar in gebruik zijn geweest. Soms zelfs doorlopend in de Romeinse tijd. Veel is nog onbekend, maar Stijn  graaft door in zijn kleine opgravingsputten. Lees hier meer over Stijn en zijn werk!

Als het hunebed kon spreken!

Voor de zoveelste keer in haar eeuwenoude bestaan is ze door vandalen  beschadigd. Ik heb het over hunebed D8 in het vernieling hunebed d8Kniphorstbosch tussen Anloo en Schipborg.  Ze verlangt terug na de tijd waarin ze nog beschermd werd door haar dekheuvel en waar respect voor de doden in ieders genen zat.
Maar de hunebedden hebben veel van hun magie verloren.  Weg heuvel, soms zelfs, weg stenen! We (althans de vandalen) stoken er vuurtjes, bekladden ze, graven er illegaal in rond, klimmen erop, etc …
Waar is dit alles voor nodig. Ik weet het niet. Het maakt me boos! Blijf met je poten van onze hunebedden af.
” Rustig Vertellertje!” , hoor ik u zeggen: “Denk om je taalgebruik!”
U heeft gelijk, maar ik voel me machteloos. Drenthen, bescherm uw monumenten. Houd een oogje in het zeil!
Uw voorouders zullen er dankbaar voor zijn!

Buizenzandsteen, een steen waar je doorkruipt!

Afgelopen zaterdag (21 maart) liep ik met een aantal van mijn archeologische vrienden op een akker. Ongeveer  de laatste buizenzandsteenmogelijkheid om  dit voorjaar nog artefacten uit de prehistorie  te vinden. Vele akkers zijn al ingezaaid of bemest, het rustseizoen voor de amateurarcheoloog staat op het punt van beginnen!
Op een gegeven moment stonden mijn maten om elkaar heen. Meestal een teken dat er iets bijzonders is gevonden. Ik haastte mij er heen. “Kijk Anne, een mooie buizenzandsteen!” .  Van geologie weet ik niet zo bar veel. Mijn kennis is beperkt en moet uitgebreid worden. De buizenzandsteen vormt een mooie gelegenheid om hier mee te beginnen.
Veel zandstenen zijn gevormd in ondiepe ondiep water. Dit valt af te leiden door de aanwezigheid in bepaalde typen van schelpfragmenten, kruipsporen van wormachtige dieren en golfribbels.
De zandstenen ontstaan, als afzonderlijke meestal uit kwarts en veldspaat bestaande  zandkorrels, gaan verkitten met behulp van een bindmiddel. Deze afzonderlijke zandkorrels moeten een grootte hebben die ligt tussen de 0,625 mm en 2 mm, anders is de naam “zandsteen” niet van toepassing. Het bindmiddel kan bestaan uit kiezelzuur, kalk, ijzer en soms zelfs klei. Als de aaneengekitte zandkorrels onder zware druk komen te staan van dikke lagen jongere zandlagen, ontstaat ten slotte zandsteen. Gesteenten, die op een dergelijke wijze ontstaan noemen we “afzettingsgesteenten”.
Bij de zandstenen in de Noord-Nederlandse bodem is het bindmiddel meestal kiezelzuur. Versteend kiezelzuur is keihard en de betreffende zandstenen dus ook.Over het algemeen zijn onze zwerfstenen afkomstig van rotsen uit Midden-/ of Zuid-Zweden.  Het zijn Dalarna, de Oostzeebodem, de Kalmarsund en omgeving, Schonen in Zuid-Zweden  en het eiland Bornholm. Veel zwerfstenen van zandsteen kunnen we niet rekenen tot de z.g. “Gidsgesteenten” omdat ze uit verschillende gebieden afkomstig kunnen zijn. Rode en paarse zandstenen zijn waarschijnlijk vaak afkomstig uit Dalarna, maar gelijksoortige stenen komen ook voor in het Oostzeegebied.
buizenzandsteenVan enkele soorten is wel met bekend waar de rotsen zich bevinden en dergelijke zwerfstenen kunnen we dan ook beschouwen als gidsgesteenten. Het bekendste gidsgesteente is de “Buizenzandsteen”. Officiële naam: “Skolithoszandsteen”.
Dit gesteente met kruipsporen (buizen) van wormachtige dieren  wordt ook geregeld in Noord-Nederland gevonden. Er bestaan een groot aantal soorten en alleen al van dit gesteente kan men een complete studie maken. De stenen zijn afkomstig van de Kalmarsund tussen Zweden en het eiland Öland. De stranden hier liggen bezaaid met dit soort stenen. Buizenzandstenen komen ook voor in Estland.
De aanwezigheid van de kruipsporen in de stenen tonen aan, dat de stenen zijn gevormd in ondiep zeewater, omdat de voor de sporen verantwoordelijke dieren alleen in dit milieu voorkwamen. De meest voorkomende soorten zijn grijsbruin van kleur.

Ik heb mijn informatie gehaald van de geweldige website van het IJstijdenmuseum. Informatie te over voor de stenenliefhebber. Klik hier om er rechtstreeks naar toe te gaan.

Drechtje of Brechtje? Skelet uit de bronstijd!

RTV Noord-Holland besteedt over het algemeen veel aandacht aan archeologie. De Verteller van het Oude  waardeert  dit ten zeerste.  Elf maart j.l. vonden archeologen het graf van een jonge vrouw uit de Drechtje, vrouw uit de bronstijd. Opgegraven in Westwoud.bronstijd. Bij Westwoud (N-H dus.) wordt de Wesfrisiaweg aangelegd. In de prehistorie moet dit stukje land dicht bevolkt zijn geweest, getuige de vele waardevolle sporen die bijna dagelijks ontdekt worden. RTV-NH schreef er onderstaande tekst over en legde met de camera de ontdekking vast. Naast Cees de steentijdman, nu ook Drechtje de bronstijdvrouw.

Het skelet is bijna 3.000 jaar oud en nog volledig in tact. De vrouw lag slechts zo’n 30 centimeter diep begraven. Het lichaam van de vrouw werd gevonden in de structuur van een oude grafheuvel.
Hierin werden vermoedelijk meerdere personen begraven in de Bronstijd. Het skelet van de vrouw is tot op heden het enige lichaam dat is teruggevonden. De vrouw was vermoedelijk zo’n 20-25 jaar oud, 160 centimeter lang en had schoenmaat 36. Het skelet wordt in het geheel gelicht en meegenomen voor verder onderzoek. Archeologen doen onder meer DNA-onderzoek, waardoor meer duidelijk wordt over het leven van de vrouw in de Bronstijd.
Na dit onderzoek gaat het skelet naar Huis van Hilde. De vindplaats is niet toegankelijk voor publiek.

Klik hier voor het filmpje.

Ernest Mols Nederlands Kampioen Vuistbijlen kloppen!

Afgelopen zaterdag (14 maart 2015) werd voor de tweede keer het Nederlands Kampioenschap Vuistbijlen maken in Diever gehouden. Evenals vorig jaar ging de eerste prijs naar Ernest Mols. Zijn vuistbijlen staken er volgens de jury ver bovenuit.
Vuistbijlen Ernest Mols Nederlands Kampioenschap 2014 Het aantal deelnemers aan het evenement heeft zich in een jaar tijd bijna verdubbeld. Opvallend genoeg waren er diverse mensen onder de deelnemers die nog maar kort met “slaan” van vuursteen waren begonnen. Veelal geïnspireerd doordat zij vorig jaar het evenement bezochten. De jury roemde hun vaardigheid en enthousiasme.
Het bezoekersaantal viel dit jaar een beetje tegen. Het koude weer zal ongetwijfeld daar een rol in hebben gespeeld.
Ook de determinatiemiddag in het Schultehuus viel qua inbreng tegen. Daar waar de vijf voorgaande sessies (jaren) spectaculaire meegebrachte vondsten lieten zien, moesten we (Verteller en zijn archeologische vrienden) het dit jaar slechts met een aantal leuke vondsten doen. Ook nog van buiten de provincie, potjandorie!
Resumé: gezellige sfeer, buitengewoon goed georganiseerd, terechte Nederlands Kampioen, tegenvallende inbreng archeologische vondsten!
“Volgend jaar maar weer”, dacht de Verteller van het Oude. Hij is zeker weer van de partij!!

Zomaar ….. omdat ze mooi zijn!

Als u verder naar beneden scrolt komt u met enige regelmaat een spits (pijlpunt) tegen. Soms is het een halffabricaat welke niet goed genoeg bevonden is, dan weer een spits waarbij een stukje ontbreekt. Alsof de afgeschoten pijl doel getroffen heeft en daarbij een beschadiging opgelopen heeft. Een enkele keer heb ik ook onbeschadigde spitsen gevonden. Onder het slaken van diverse oerkreten werden ze zorgvuldig in de meegebrachte vondstzakjes gestopt en mee naar huis genomen. Ik laat u hier een selectie zien van mijn “mooiste” spitsen.  De twee gave spitsen, links op de foto, komen uit de klokbekertijd/vroege bronstijd. De middelste is een zgn. transversaalspits. Hoewel ze een zeer lange periode in de “mode” zijn geweest, vanaf het Mesolithicum, is dit exemplaar aan de hunebedbouwers (het Trechterbekervolk) toe te schrijven.  Daarnaast wederom een spits uit klokbekertijd/vroege bronstijd. Zij hebben allemaal de karakteristieke oppervlakte retouche, alsof de pijl beter gestroomlijnd moest worden. Het laatste exemplaar, uit de Enkelgrafcultuur, is vrij bijzonder. Misschien worden ze niet zo snel herkend. De EGK volgt de Trechterbekercultuur op. Een tijdperk van grote technologische verandering. Maar voor de spitsen hadden ze blijkbaar weinig moeite over. Ach je hoeft niet altijd mooi van uiterlijk te zijn , om mooi gevonden te worden. De Verteller kan er van meespreken.
Mooie spitsen van de Verteller van het Oude

Nederlands kampioenschap vuistbijlen maken

Zaterdag 14 maart wordt voor de tweede keer het Open Nederlands Neanderthalers aan het werkkampioenschap vuistbijlen kloppen in Diever gehouden.  Vorig jaar werd Ernest Mols door een deskundige jury onder leiding van Jaap Beuker uitgeroepen tot winnaar. Het evenement kunt u gratis bezoeken, ze vindt plaats op de brink voor het Schultehuus en begint om 13.30 uur. Neemt u vooral ook uw stenen en onbekende voorwerpen mee. De Verteller van het Oude en zijn archeologische maatjes Gosse, Bernard en Geert determineren deze graag voor u. U vindt ons in het mooie Schultehuus, waarin ook de Archeologische vereniging Zuidwest Drenthe is gevestigd.

Nostalgische lezing

Geert Enting, mijn opa!In Eext, het dorp waar mijn opa (Geert Enting) en mijn moeder (Aaltje) geboren zijn, mocht ik afgelopen dinsdag (03-03-2015) een lezing geven. De historische vereniging “De Kluis” had mij uitgenodigd om een verhaal te vertellen over de oude steentijd van Nederland. Ik ben nogal nostalgisch aangelegd. Ik kreeg dan ook een déjà vue bij het horen van namen welke in mijn vroege jeugd zo regelmatig in mijn oren hadden geklonken.
“Ach, woar blef de tied!”
Het voelde goed, die avond. Een beetje thuuskommen!
En opa? Hij had zijn hoofd geschud, mij aangekeken en gezegd:”Ach mien jong, wat moei toch met al die stenen?”

Rapport  Neanderthaler vindplaats verschenen

Donderdag 26 februari 2015 hield Marcel Niekus een lezing invuistbijl Noordelijk depot te Nuis ter gelegenheid van het verschijnen van het opgravingsverslag van de Neanderthalervindplaats uit de omgeving van Assen. Het kampement heeft vele mooie artefacten, waaronder ongeveer 30 vuistbijlen, opgeleverd. Diverse gebroken stukken, waaronder een rugmes, konden aan elkaar gezet worden. Maar het mooist van allemaal was het vinden van diverse artefacten in situ. Met andere woorden, op de plek waar de Neanderthaler ze heeft achter gelaten. Min of meer dan, want artefacten worden door natuurlijke bodemprocessen soms ook verschoven. De Verteller van het Oude is zeer betrokken bij het project, hij is erg verheugd dat besloten is om de locatie van de vindplaats  geheim te houden. Nog niet de gehele vindplaats is opgegraven en het zou eeuwig zonde zijn als derden de gegevens zouden verstoren. Tot die tijd moet de steentijd liefhebber genoegen nemen met artikelen uit de krant.
Klik op Neanderthaler voor een mooi artikel, verschenen in het Dagblad van het Noorden.
En klik hier voor voor een reportage van TV-Drenthe.

Baby wolharige neushoorn gevonden

wolharige neushoorn babyIn het blad Science wordt melding gemaakt van de vondst van een baby wolharige neushoorn. Even uniek als ongelooflijk, ze is de allereerste  baby van deze soort die gevonden is! Het beestje kwam tevoorschijn uit de permafrost in Siberië (waar anders!). Wetenschappers hebben het 10.000 jaar geleden gestorven dier, Sasha genoemd.  Men probeert DNA uit de overblijfselen van het 18 maanden oude neushoorntje te halen om  (o.a.) zodoende te kunnen bestemmen welk huidig beest het dichts bij Sasha staat.  De Verteller van het Oude is geen wetenschapper maar hij denkt hier zo wel het antwoord op te kunnen geven.
Sasha is goed bewaard gebleven, slechts die delen welke uit de permafrost staken, zijn aangevreten door dieren. Blijkbaar smaakte haar vlees na zo’n lange periode nog steeds goed. Een biefstukje uit de diepvries van de prehistorie!

Muntschat uit Sneek

In het Sneeker Nieuwsblad van 19 februari kwam ik een leuk artikeltje tegen over een vrij recentelijk gevonden muntschat. Laat u even meevoeren terug in de tijd.

De Amateurarcheologen Nino Casolin en Gilbert Hofstra van het Muntschat Sneek, een zgn. Grosso. Foto is gemaakt door Frieslandactueel.nlArcheologisch Steunpunt Sneek (ASP) hebben  afgelopen jaar  een bijzondere muntschat ontdekt. De munten zijn gevonden op een voormalig kloosterterrein tussen Sneek en Bolsward. Nadat er bij de gemeente melding was gedaan van vondsten op het omgeploegde terrein, heeft de gemeentearcheoloog het ASP gevraagd het terrein te onderzoeken. De pachter van het terrein heeft hier toestemming voor gegeven.
De zilveren muntschat bestaat uit 51 munten uit de periode 1244-1311. Bij een vondst van vijf of meer munten spreken we van een muntschat. Er worden vaker muntschatten uit deze periode gevonden in deze regio, maar nog niet eerder zo groot. Het gaat om 13 verschillende munttypen uit Engeland, Vlaanderen en Nederland. Het gaat om munten die in deze regio veel gebruikt werden. Behalve de zogenaamde Grosso-munt. Dit is een munt met een afbeelding van Christus, die vaak werd omgevormd tot sieraad. Deze munt is in perfecte staat. Het is daarom niet duidelijk of de munt een speciale functie als sieraad had of gebruikt werd als betaalmiddel.
Muntschat uit Sneek, foto Sneeker NieuwsbladHet is niet duidelijk hoe en waarom de munten in de grond terecht zijn gekomen. De archeologen hebben geen verpakkingsmateriaal gevonden. In deze tijd was het niet gewoon om giften mee te geven aan overledenen. Waarschijnlijk zijn de munten begraven om te bewaren. Omdat er toen nog geen banken waren, begroeven mensen hun geld en eigendommen in onzekere perioden van strijd en oorlog. Het voormalige kloosterterrein waar de munten zijn gevonden is bij ruilverkavelingen opgehoogd met grond uit de directe omgeving. De amateurarcheologen van ASP hebben het terrein onderzocht met een metaaldetector. Ze vonden daarbij ook scherven van aardewerk, bouwpuin van een kerk en menselijke skeletresten. Het is zeer waarschijnlijk dat de munten op een andere plaats begraven zijn dan ze nu zijn gevonden.
In de late middeleeuwen waren er verschillende munten als betaalmiddel. Heel lang was dat in Fryslân de Friese Zilveren Penning. Daarna kwam de Engelse Penning, gevolgd door de Vlaamse Groot. Deze munten komen uit een tijd dat de Engelse Penning langzaam werd vervangen door de Vlaamse Groot.
De gemeente Súdwest-Fryslân heeft veel archeologisch erfgoed. Dit zijn overblijfselen van de geschiedenis. We vinden deze geschiedenis belangrijk en willen het archeologisch erfgoed daarom tonen aan onze inwoners en bezoekers. Deze muntschat zal dit jaar op verschillende plaatsen in de gemeente te zien zijn. Dit voorjaar zal dat zijn in de bibliotheek in Sneek.

Van een jonge archeologe ….

De deur van het klaslokaal gaat open. Op de drempel staat een ietwat verlegen jongetje. Hij durft de klas niet in  te kijken. Het is ook wat als je naar de hoogste groep van de basisschool gaat om een boodschap te brengen. In je eigen klas kun je wel praatjes hebben, maar bij de oudsten van school? Nee, daar ben je toch maar een kleintje. Langzaam komt hij op me af, geeft me een brief, zegt: “Alstublieft …”, en verdwijnt weer net zo snel als hij gekomen is.
De brief is van Aniek, ze is zeven jaar en zit op een andere school.
“Beste meester Anne, ik zit in groep 4 en doe mijn spreekbeurt over Romeinen. Heeft u nog tips of spullen voor me?”
Ik heb het zinnetje twee keer gelezen. Zeven jaar en dan een spreekbeurt over de Romeinen?  Daar moest ik het fijne van weten. “Met Aniek!”, klonk het verrassend helder en duidelijk door de telefoon. Wederom opmerkelijk. Ik verwachtte een bedeesd kinderstemmetje. Ik stelde me voor en vanaf dat moment hoefde ik niets meer te zeggen. Aniek nam het gesprek over. Ze vertelde hoe andere kinderen hun spreekbeurt hielden over poesjes (inmiddels had ze er 4x naar moeten luisteren) en honden. “Zo saai, wel leuk hoor maar zoveel hetzelfde.”
Ik was nieuwsgierig wat ze allemaal wilde vertellen over de Romeinen. De volgende tien minuten kreeg ik een fantastisch verhaal te horen. De meeste leerlingen die de basisschool gaan verlaten weten er niet zoveel van als Aniek. Ze had mijn hulp eigenlijk helemaal niet nodig. Ze boeide me van het begin tot eind. Schitterend verteld. Binnenkort komt ze met moeder langs. Misschien, ik betwijfel het sterk, kan ik nog iets toevoegen aan het verhaal van deze geboren vertelster. Ik vrees echter dat haar juf de enige is die iets van de spreekbeurt begrijpt. Laat de rest lekker met katten spelen, Aniek vermaakt zich met Romeinen.

 Een sierlijke Karel de Kale en een Vrome Lodewijk.

Op een avond zit ik met een aantal archeologische maatjes vondsten van amateur archeologen te determineren in het Noordelijk Archeologisch Depot in Nuis. Echt spectaculair vondstmateriaal zit er die avond niet tussen. De tijd verstrijkt maar langzaam en het werk gaat op de automatische piloot.
De deur gaat open en Martin komt binnen. Regelmatig bezoekt hij ons en laat zijn meegebrachte vondsten determineren.  Hij is een detectorman die zich langzamerhand ook steeds meer voor steentjes gaat interesseren. Direct viel me zijn brede glimlach op, in zijn hand hield hij een sigarendoosje. Zijn houding deed een topvondst vermoeden.
En dat was ook zo!
Naast elkaar lagen twee juweeltjes van fibulae.  Een fibula is een sierspeld welke met name bedoeld is om kledingstukken op het lichaam vast te maken. Ik heb vrij veel bronzen, Romeinse fibulae mogen opgraven, maar nog nooit had ik dergelijke mooie mogen aanschouwen die Martin die avond meebracht. De beide fibulae zijn opgebouwd uit ringen waaraan in het midden een munt is  gemonteerd. Het geheel is gemaakt van zilver. Op de achterzijde is de plaats waar de naald gezeten heeft heel goed te herkennen.
fibula met portret van Lodewijk de Vrome en op de keerzijde een kruis met een tekst over Karel de Kale Martin had de beide fibulae in het Noorden van Nederland gevonden (nadere aanduiding krijgt u niet!). Ze lagen vlak bij elkaar in de buurt. Niemand verliest zomaar twee kostbare fibulae. Er moet dus wat meer aan de hand zijn geweest. Laten we even lekker speculeren. Op deze pagina mag het. Zou er misschien iemand begraven zijn? Heeft misschien iemand zijn kostbaarheden in de grond gestopt vanwege onzekere tijden en is deze persoon nooit umayyaden fibulameer in de gelegenheid geweest zijn eigendommen op te graven?
Roerige tijden, dat waren het zeker. De fibulae vallen goed te determineren. We hebben immers de munten! Op de een is het portret van Lodewijk de Vrome (keerzijde inschrift  Karel de Kale met een groot kruis), geslagen tussen 814 en 816 na Chr.. De andere is een zgn. Umayyaden munt met Arabische randschrift. Deskundigen dateren deze munt omstreeks 750 na Chr. Ondanks het verschil in datering, lijkt het erop dat de fibulae op hetzelfde tijdstip gemaakt zijn. Hun gelijkenis is frappant. Zilveren munten verliezen hun waarde niet. Ze werden zelfs honderden jaren nadat ze geslagen waren, nog verhandeld. De fibulae dateren dus van na 816. Roerige tijden. Vanuit  Scandinavië vielen Noormannen met enige regelmaat onze streken binnen. Handelscontacten zullen er ook geweest zijn. Misschien zijn de fibulae geruild of gekocht? In Polen is een groot Vikinggraf gevonden met daarin diverse ring fibulae met munten. Ook uit andere graven van de Noormannen kennen we ze. Maar nog niet uit Noord-Nederland. Martin heeft zijn vondst direct gemeld bij de provinciaal archeoloog. Zo hoort het ook! Deze was gelijk enthousiast. Gezien bovenstaande vindt de Verteller van het Oude dat heel begrijpelijk. Een kleine proefopgraving moet meer duidelijkheid verschaffen. Ik houd u op de hoogte, het Verhaal is nog niet helemaal verteld!

Opening Nemrud tentoonstelling

Mijn berichtgeving over het Allard Pierson museum en de Nemrud loopt ten einde.  In eerdere berichten heb ik u op de hoogte gesteld van diverse ontwikkelingen omtrent de schenking van de wereldberoemde leeuwenhoroscoop aan het museum en het tot stand komen van Prof. Herman Brijder’s  standaardwerk over de Nemrud. Woensdag 21 januari 2015 was de Verteller van het Oude bij de opening van een tentoonstelling. Hieronder het AP-museum aan het woord:
Aanleiding voor de tentoonstelling is de verschijning van de grote eindpublicatie over het onderzoek en de activiteiten op de berg Nemrud in Zuidoost Turkije, geschreven door prof. dr. Herman Brijder en collega’s.

Onder auspiciën van de Universiteit van Amsterdam werd in 2001, 2002 en 2003 onderzoek gedaan op de berg Nemrud. Op de top van deze berg ligt een grafheiligdom uit de eerste eeuw voor Christus dat zich kenmerkt door kolossale beelden van goden, reliëfplaten en twee zogenaamde leeuwenhoroscopen, de vroegst bekende in steen gehouwen horoscopen uit de oudheid.
Begin 2014 is een afgietsel van een groot reliëf van de Nemrud Dagi – dat een leeuwenhoroscoop voorstelt – door de Internationale Nemrud Stichting aan het museum geschonken. Dit reliëf is in felle kleuren beschilderd en vormt een belangrijk onderdeel van de tentoonstelling. De fototentoonstelling geeft een impressie van het spectaculaire onderzoek dat op de berg Nemrud is verricht.

De tentoonstelling loopt tot 14 juni 2015. Voor het eerst zijn ook alle ons bekende munten van Kommagene te zien.

Filmpje: uitleg werkzaamheden op de Nemrud!

Prof. Herman Brijder, Prof. E.M. Moormann en Ir. Maurice Crijns geven uitleg over de uitgevoerde werkzaamheden op de Nemrud. Niet alleen de successen komen aan bod, ook wordt kritisch teruggekeken op de samenwerking met de Turkse autoriteiten.
Klik hier om de film te starten

Filmpje: constellatie leeuwenhoroscoop uitgelegd

constellatie_leeuwenhoroscoopMaurice Crijns legt op begrijpelijke wijze uit waarom aan de leeuwenhoroscoop een datum van 14 juli 109 v. Chr. moet worden toegekend. Hij staat in het Allard Pierson museum voor de beschilderde kopie van van de leeuwenhoroscoop.
Klik hier om de film te starten.

Een  krom stekertje om je aan te warmen

Er zijn artefacten, die zodra je ze vindt, het hart sneller doen kloppen.  Natuurlijk, we kennen allemaal de prachtige, neolithische bijlen. Stel je voor dat je er één van mag oprapen! En zo zijn er vele voorbeelden op te schrijven.
Voor mij als liefhebber zijn het vaak de kleinere, minder bekende vondsten, die me in vervoering brengen. Zeker als ze heel goed te determineren vallen.

Vorige week maakte ik Krombeksteker, artefact uit de Hamburgcultuur. Tussen 12.400 en 11.600 v. Chr. weer zo’n euforie moment mee.  Op een losgetrokken (niet geploegde) akker, lag een natte krombeksteker te glinsteren in de ochtendzon. Ik herkende haar onmiddellijk. Ze stond nog op mijn verlanglijstje, want ondanks jaren van intensief zoeken ben ik nog weinig artefacten uit de “Hamburgcultuur” tegen gekomen. Krombekstekers vormen, naast de spitsen, als het ware gidsartefacten voor de periode tussen 12.400 en 11.600 v. Chr. Vroeger ook bekend onder de tijd van de rendierjagers. In de omgeving van Hamburg zijn in de jaren 30 van de vorige eeuw de eerste grote opgravingen naar deze cultuur gedaan. Veel bewerkt botmateriaal is toentertijd gevonden.  Opvallend waren de dunne naalden die te voorschijn kwamen. Archeologen kwamen er door middel van experimenten achter dat met behulp van scherpe stukken vuursteen twee evenwijdige inkervingen in bot werd gemaakt. Vervolgens wordt een kromme steker (schuine kop) gepakt en kon men het weke botmateriaal eronder wegpulken.  Daarna kon de naald op een stuk zandsteen geslepen worden, waarna ze haar -dunne- vorm verkreeg. Met een boortje werd ze vervolgens doorboord, en was de naald gereed om gebruikt te worden.
Krombekstekers werden vooral geassocieerd met de fabricage van naalden. Onderzoek aan krombekstekers uit een aantal Nederlandse vindplaatsen toonde aan dat ze voor meerdere doeleinden gebruikt zijn. Op slechts een klein gedeelte lieten de gebruikssporen een gebruik op bot zien.
Maar hoe het ook is. Op die druiligere, koude en slechts door zwakke zonnestralen opgewarmde ochtend, werd mijn hart door haar schoonheid verwarmd. Ik heb het de verdere dag niet koud meer gehad.

 Opening ontvangstruimte Noordelijk Archeologisch Depot

archeologisch-depot-tekeningVrijdag  12 september is de nieuwe ontvangstruimte van het Noordelijk Archeologisch Depot (NAD) in Nuis feestelijk in gebruik genomen door gedeputeerden Bote Wilpstra, Jannewietske de Vries en Henk van de Boer van de drie Noordelijke provincies.
In het Noordelijk Archeologisch Depot worden de archeologische vondsten uit de provincies Drenthe, Friesland en Groningen bewaard welke niet tentoongesteld zijn in een museum.
Onderzoekers, studenten en belangstellenden waren altijd al welkom. Met de nieuwe ontvangstruimte kan het NAD ook grotere groepen goed ontvangen en informatie geven over de rijke collectie.
In het NAD determineer ik, samen met 7 andere vrijwilligers, collecties van amateur-archeologen welke zich in het depot bevinden, maar nog niet beschreven zijn.

Tempeltje  Barger-Oosterveld weer in gebruik

opgravingsfoto tempeltje van Barger-OosterveldIn 1957 graven archeologen in Barger-Oosterveld de restanten  van een houten gebouwtje op. Het rust op twee zware liggers, waardoor acht moedwillig vernielde staanders staken. De hoekstaanders stonden ten tijde van de opgraving nog diep in het veen gestoken. Om het bouwwerk lag een krans van stenen  met een doorsnede van ongeveer 4 meter. Vlak daarbuiten werden vijf hoornvormige punten gevonden. De op koeienhoorns gelijkende uitsteeksels vormden waarschijnlijk het uiteinde van de liggers aan de bovenkant van het gebouwtje. Waarom de staanders moedwillig vernield zijn weten we niet, mogelijkerwijs heeft dat te maken met de functie van het gebouw. Het hout is bewerkt met bronzen bijlen. Sommige kapsporen zijn meer dan 7 cm breed, hetgeen uitzonderlijk  is voor een dergelijke bijl.  Jaarringenonderzoek van het gebruikte eikenhout wees uit dat het hout tussen 1478 en 1470 voor Chr. moet zijn gekapt.
Binnen in de constructie stonden 4 palen, deels nog omgeven door boomschors. Mogelijkerwijs werd hier de baar met een overledene op geplaatst. Pure speculatie, want over de functie van het zgn. Tempeltje van Barger-Oosterveld weten we niets.Verteller van het Oude -Anne ten Brink- tijdens het reconstrueren van het Tempeltje van Barger-Oosterveld in het Drents Museum. foto: Lutie de Jong
Ongeveer tien jaar geleden organiseerde het Drents Museum een tentoonstelling onder de titel “Schatten uit het veen”.  Een week lang heeft de Verteller van het Oude met tien anderen onder de bezielende leiding van Jaap Beuker, gewerkt aan een reconstructie van het tempeltje. Met nagemaakte prehistorische werktuigen werd een wetenschappelijk verantwoorde replica gemaakt.
Nadien heeft het tempeltje vele landen bezocht, bezoekers van diverse musea hebben zich kunnen vergapen aan dit unieke document uit onze historie.
Terug in Nederland restte haar slechts het depot van het Drents Museum. Een enigszins beschamende plek.
gaia en tempelTot voor kort! Op een natuurloTempeltje van Barger-Oosterveld (reconstructie)catie in Eext werd het dansspektakel “Terugkeer naar Gaia” opgevoerd. (filmpje!) Een reis door de geschiedenis, waarbij het tempeltje onderdeel uitmaakte van het prachtige decor.
Gelukkig gaat ze niet terug naar het depot. Haar eindbestemming wordt de natuurbegraafplaats in Eext. Een plek waar de goden en de overledene bij elkaar komen. Na 3500 jaar doet zij weer waarvoor ze (mogelijkerwijs) gemaakt is. Ditmaal als “Tempeltje van Eext”.

Gemeente Aa en Hunze maakt afspraken over inzet amateurarcheologen

“De gemeente Aa en Hunze wil amateurarcheologen betrekken bij het archeologisch onderzoek in de
gemeente. Daar waar de gemeente opdrachtgever is van een onderzoek door een archeologisch
bureau, wordt gestreefd naar inzet van amateurs (Gemeentelijk archeologiebeleid, vastgesteld 24
januari 2012).
Maar ook als een initiatiefnemer van bodemingrepen geen onderzoek (meer) hoeft uit te voeren
(vanwege onderzoeksvrijstelling) of na een negatief selectiebesluit en bij onverwachte vondsten kan
de inzet van een amateurarcheoloog nuttig zijn voor het vastleggen van vondsten en sporen die
anders ongezien verloren zullen gaan.
Daarmee kan de amateurarcheoloog zijn archeologisch inhoudelijke kennis en ervaring vergroten.”

Tot zover de gemeente aan het woord. De Verteller van het Oude is blij met de erkenning welke uit het stuk spreekt. Erkenning voor de amateurarcheoloog die vaak met grote inzet en volharding op zoek is naar sporen uit het verleden. Eigenlijk is is het stuk overbodig, immers er is duidelijk wetgeving omtrent het graven naar artefacten. Het is de bedoeling dat elke gemeente in Drenthe het convenant in de toekomst zal ondertekenen. Lees hier  het door de gemeente Aa en Hunze opgestelde stuk.

Standaardwerk over Nemrud verschenen

Standaardwerk over de Nemrud. Tevens een verantwoording over de werkzaamheden uitgevoerd in 2001 - 2003 door de UvA en The International Nemrud Foundation. Herman Brijder was de projectleider en is de auteur van het boek.De auteur, Herman Brijder,  was directeur van het Allard Pierson museum in Amsterdam en emeritus Hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam. 
Gedurende vele jaren heeft hij aan het boek gewerkt. Hij beschrijft de werkzaamheden die gedurende 2001 – 2003 in het kader van “The International Dagi Project” -en onder zijn leiding- zijn uitgevoerd.  De wetenschappelijke publicatie beslaat 700 pagina’s en is voorzien van prachtige (en zeer vele) verhelderende illustraties.
Joost Vermeulen heeft de auteur geïnterviewd. Klik hier en u krijgt het interessante artikel te lezen.
NEMRUD DAGI, recent archaeological research and conservation activities in the tomb sanctuary on mount Nemrud, is uitgegeven door De Gruyter Inc., Bosten/Berlijn.
ISBN:  978-1-614551-713-9

Animatie beschildering leeuwenhoroscoop

Het Allard Pierson museum heeft een korte animatie gemaakt over de animatie leeuwenhoroscoop.beschildering van de Leeuwenhoroscoop.
Of koning Antiochos er blij mee geweest zou zijn?
Oordeelt u zelf.
Klik op de leeuw om de animatie te starten.

Beschildering leeuwenhoroscoop gestart


De afgelopen jaren heb ik met enige regelmaat bericht over de oudste horoscoop ter wereld, de z.g.n. Leeuwenhoroscoop. U als trouwe lezer van de stukjes weet dat wij (De International Nemrud Foundation) een kopie hiervan hebben geschonken aan het Allard Pierson museum. Hieronder staat hun persbericht. Speciale aandacht voor de tentoonstelling over de Nemrud die op 27 juni van start gaat en voor een kinderactiviteit!!

In het oude Griekenland waren alle beelden en reliëfs beschilderd. Maagdelijk wit werd bedekt door een kakofonie van kleuren. Het Allard Pierson Museum laat bezoekers deze meivakantie zien hoe dat er uit zag. Op 28, 29 en 30 april wordt de manshoge kopie van de beroemde leeuwenhoroscoop uit Nemrud Dagi ‘live’ beschilderd door Josée Lunsingh-Scheurleer, restaurator van het museum.
De echte leeuwenhoroscoop is gevonden in Nemrud Dagi in het huidige Turkije. Het reliëf is meer dan 2000 jaar oud en flink aangetast door de tand des tijds en niet te zien voor het publiek. De levensgrote kopie die sinds kort is te zien in het Allard Pierson Museum. Het reliëf toont de oudst bekende horoscoop ter wereld. Je ziet een leeuw omringd door 19 sterren en 3 planeten, dit geeft het astronomische sterrenbeeld Leo weer. Ir. Maurice Crijns heeft de afgebeelde constellatie exact gedateerd op 14 juli 109 voor Chr. om 19.30 uur. Het reliëf is recentelijke aan het museum geschonken de International Nemrud Foundation.
Het reliëf, dat nu nog kleurloos is, zal geheel volgens de in de oudheid gangbare technieken worden beschilderd. Na langdurig kleuronderzoek door Prof. Dr. Herman Brijder is er een palet ontwikkeld wat zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke kleuren van rond het begin van onze jaartelling komt. In de meivakantie kan men getuige zijn van de transformatie van deze leeuwenhoroscoop van kleurloos beeld tot uitbundig kleurspektakel.
Kinderen tot 12 jaar kunnen in de meivakantie hun fantasie prikkelen door een eigen invulling te geven aan de leeuwenhoroscoop. Een kleurwedstrijd nodigt iedereen uit een kijkje te komen nemen tijdens de beschildering om daarna zelf aan de slag te gaan. Op www.allardpiersonmuseum.nl kun je de kleurplaat downloaden en naar eigen inspiratie inkleuren. Alle kinderen die hun kleurplaat in komen leveren, krijgen een klein cadeautje en de mooiste exemplaren worden in het museum tentoongesteld. Op 27 juni wordt, tijdens de opening van de tentoonstelling over Nemrud Dagi, de winnaar van de kleurwedstrijd bekend gemaakt.

Klik hier voor een leuk filmpje over het beschilderen van de Leeuwenhoroscoop.

Pijlpunten fabriceren op school

"Verteller van het Oude" tijdens het maken van pijlpunten met leerlingen van een basisschool.Jaarlijks heeft de basisschool in Rolde een project waaraan alle leerlingen van grPijlpunten maken met leerlingen van de basisschool. Luxe hulp voor de "Verteller van het Oude", Ernest Mols, Nederlands kampioen vuistbijlen maken.oep 1 t/m 8 deelnemen. Dit jaar was het thema: “De mens”. Een breed thema waaraan elke leerkracht een eigen invulling kon geven. De opening van het project was spectaculair. Leerkrachten waren verkleed als historisch figuur en showden hun creatie op de catwalk. Van prehistorisch mannetje (natuurlijk de verteller van het Oude) tot aan Gandhi (ja,ja – hoezo geen aandacht aan vredesonderwijs!) en van Cleopatra tot Koningin Wilhelmina waren te bewonderen. Twee weken later werd het project afgesloten met diverse workshops waarop de leerlingen konden intekenen. De twee workshops over het maken van pijlpunten en het schachten hiervan, zaten binnen de kortste keren vol. Menigeen moest teleurgesteld worden. Als echte Neanderthalers trotseerden de gelukkigen de koude wind en brachten het geleerde in de praktijk. Vol enthousiasme maakten de leerlingen van voorgefabriceerde klingen de mooiste pijlpunten. Op een prehistorische manier werden ze in een tak van een hazelaar geschacht (historisch verantwoord!!).
Gelukkig had ik hulp van de kersverse Nederlands kampioen vuistbijlen maken, Ernest Mols en van Gosse Kerkhof. De gereedliggende pleisters waren voor de kinderen niet nodig, slechts een ervaren steenklopper bloedde uit meerdere wondjes. De foto’s geven een goede impressie van het enthousiasme waarmee gewerkt werd. Het geeft nog maar weer eens aan dat ondanks alle computers etc. kinderen graag bezig zijn met en in de natuur. Onderwijs is tegenwoordig erg gericht op het behalen van (cito)resultaten, jammer genoeg wordt enthousiasme niet gemeten! Enthousiasme is motivatie, het levert meer op dan een schoolboekje.
Leerlingen aan het bewerken van hout en steen. "vertelletr van het Oude" met bontmuts.  Leerlingen aan het bewerken van hout en steen. Leerlingen aan het bewerken van hout en steen.

Leeuwenhoroscoop in Allard Pierson Museum

Het is zover. Ons leeuwtje is opgenomen in de vaste collectie van het AP-museum in Amsterdam. Diegene onder u die de door mij geschreven artikelen hierover gelezen heeft, weet dat een enorme zucht van verlichting mijn lichaam verlaten heeft.
Het symbool van de Nemrud, dat werd geweigerd door een aantal met weinig historisch besef gezegende Turken, heeft eindelijk een bestemming bereikt waar hij gewaardeerd zal worden.
Vermoedelijk in mei wordt de leeuwenhoroscoop officieel onthuld. Deze zal dan aan het publiek getoond worden in zijn originele kleuren, zoals ook eens koning Antiochos hem heeft kunnen aanschouwen.
De foto hieronder toont de horoscoop op haar nieuwe plaats, helaas niet onder de sterrenhemel, maar fonkelend als regulus in het AP-museum.
De andere afbeelding toont u alvast de leeuwenhoroscoop zoals zij door u vanaf mei bewonderd kan worden. De International Nemrud Foundation is trots op de nieuwe behuizing en hoopt dat velen de horoscoop komen bewonderen.
  Leeuwenhoroscoop in Allard Pierson museumLeuwenhoroscoop, voorzien van de (vermoedelijke) oorspronkelijke kleuren.

Neanderthaler terug in Drenthe!

Affiche nederlands kamp. vuistbijlen maken.De laatste jaren neemt de belangstelling voor de vroegste menselijke bewoners van onze streken, de Neanderthalers, sterk toe. We ontdekken ook steeds meer sporen van onze voorouders, met als hoogtepunt het kampement in de omgeving van Assen.
Het archeologisch centrum Zuidwest Drenthe, in Diever, organiseert zaterdag 8 maart het Open Nederlands Kampioenschap vuistbijlen maken. Diverse ervaren steenkloppers proberen het gereedschap van de Neanderthaler zo goed mogelijk na te maken. Juryvoorzitter is niemand minder dan Jaap Beuker, schrijver van diverse boeken over het bewerken van steen en zelf ook een ervaren steenklopper.

Tegelijkertijd kunnen bezoekers hun eigen archeologische bezittingenDeterminatiedag in Diever, hier een aantal meegebrachte vondsten. laten determineren door diverse deskundigen. De Verteller van het Oude is zelf een van de panelleden.
De afgelopen vier edities brachten spectaculaire vondsten aan het licht.

Beide evenementen beginnen om 13.00 uur. De één op de Brink voor het Schultehuus, de andere in het prachtige gebouw.

DPV-leden zoeken naar artefacten

Op een druilerige zaterdagochtend in januari organiseerde de Verteller van het Oude, samen met zijn archeologische vrienden Gosse en Bernard, een introductie voor leden van de Drents Prehistorische Vereniging in het zoeken naar artefacten. Ergens op een akker in het mooie Drenthe werden vele mooie overblijfselen uit de steentijd opgeraapt. Elk artefact werd uitvoerig, in de af en toe stromende regen, bekeken. Het enthousiasme van het de deelnemers was gezien het weer zeer opmerkelijk. Men bleef maar doorzoeken. Het leverde prachtige schrabbers, super klingen, schitterende kernen en vele afslagen op.
Na afloop van de zoektocht werden de vondsten onder het genot van een kop koffie bekeken.
Drents Prehistorische Vereniging op zoek met Verteller van het Oude. Determinatie van de gevonden artefacten. DPV zoektocht.

Restauratie Juffertoren in Schildwolde

De juffertoren in Schilwolde is weer in volle glorie te zien.Eind december werd de restauratie van de Juffertoren – uit 1289 of daar omtrent – in Schildwolde afgesloten. Dat er gerestaureerd werd was ook hard nodig, stenen vielen spontaan naar beneden en zorgden voor een levensgevaarlijke situatie. De plaatselijke bevolking nam zelf het initiatief om de toren te herstellen. Hun inspanning werd beloond, de Juffertoren is weer in volle glorie te bewonderen. Na afloop van de plechtigheid konden de aanwezigen een kijkje in de toren nemen. Natuurlijk wilde de Verteller van het Oude ook naar binnen. Helaas voor hem begon na 30 meter klimmen, deels op smalle ladders, zijn hoogtevrees op te spelen. De overige 38 meter wachten te vergeefs op hem.
Op de eerste verdieping is de historische vereniging van plan een museum in te richten. Deze is via een stevige trap prima te bereiken. Laat u niet weerhouden en ga een keertje kijken. Er wacht u een uniek monument.

Leeuwenhoroscoop naar Allard Pierson museum

Hoe anders kan het lopen. Een tijd geleden heb ik een lezing gegeven in Kahta -Zuidoost Turkije- over de restauratiewerkzaamheden op de berg Nemrud. Diverse Parlementsleden uit de provincie Adiyaman en lokale bestuurders waren daarbij present. De aanwezigen waren onder de indruk van de bereikte resultaten. Unaniem werden de International Nemrud Foundation en de Universiteit van Amsterdam geroemd om hun inspanningen.
Het bestuur van het I.N.F., de Verteller van het Oude is haar secretaris, bood bij deze gelegenheid een kopie van werelds oudste horoscoop aan. Zij is gemaakt met behulp van de originele abklatsen, gefabriceerd aan het eind van de 19e eeuw door Duitse onderzoekers die de Nemrud en haar monument aan de vergetelheid ontrukten. De kopie is vele malen mooier dan het origineel dat zich in een restauratiehuis op de berg bevind. In 150 jaar is haar toestand dermate verslechterd dat een langer verblijf op de berg -blootgesteld aan extreme weersomstandigheden- niet wenselijk is. Vandaar dat het bestuur van het I.N.F. een kopie heeft laten maken zodat elke bezoeker de prachtige horoscoop kan blijven aanschouwen. In dank werd deze geste aanvaard.
Een paar maanden geleden ontvingen wij het onverwachte bericht dat de Turkse autoriteiten afzagen van de kopie, men wilde het “stuk blik” – zoals letterlijk verwoord- niet op de berg.
Het bestuur van de Nemrud Foundation is behoorlijk ontstemd geweest over deze brute en ondoordachte afwijzing. De leeuwenhoroscoop is geen stuk blik! Oordeelt u zelf, want in januari 2014 verhuist de leeuwenhoroscoop naar het Allard Pierson museum. Daar weet men de horoscoop wel op waarde te schatten. De foto toont de leeuwenhoroscoop “in opslag”, klaar om haar definitieve plaats in de vaste opstelling van het museum te krijgen. Ik houd u op de hoogte van deze omvangrijke operatie.

Leeuwenhoroscoop in opslag, gereed om permanent tentoongesteld te worden in het Allard Pierson museum in Amsterdam

Neanderthalerkamp Den Bosch

Het radio 1 journaal en de N.O.S. waren er als de kippen bij. In Den Bosch is een sensationele ontdekking gedaan. Een kampement van de Neanderthalers is er ontdekt tijdens de aanleg van een parkeergarage. Waarlijk geen alledaags nieuws!
Behalve afslagen, diverse stenen gebruiksvoorwerpen schijnt er dierlijk en menselijk bot bewaard te zijn gebleven. Wederom geen alledaags nieuws. Bij mijn weten zou het voor het eerst zijn dat er in Nederland botmateriaal van een Neanderthaler gevonden is.
Ik kreeg, na het zien van de beelden de indruk dat het hier niet om een heel groot kamp ging, mogelijkerwijs is de plaats door de groep Neanderthalers slechts een enkele keer bezocht.
Vuistbijlen, het kenmerkende artefact van de Neanderthaler, schijnen er niet gevonden te zijn.

In de begeleidende tekst op de website van de N.O.S. vermeldt de omroep verder:
“Twee jaar geleden werd in de buurt van Assen ook een Neanderthalerkamp gevonden. Doordat daar veel verschillende werktuigen bewaard zijn gebleven, waaronder zeldzame vuistbijlen, staat dat kamp bekend als een van de meest bijzondere overblijfselen van de Neanderthalers in Noord-West Europa.”

In het Overijsselse Mander lag tot voor kort het enige bekende kampement. Inmiddels neemt het aantal vondsten uit deze periode in rap tempo toe, zodat aangenomen mag worden dat onze kennis over deze periode in onze geschiedenis ook zal toenemen.

Hopelijk wordt binnenkort meer bekend gemaakt over de vondst in Den Bosch.
Klikt u hier voor de reportage van de N.O.S.

Van het potje zonder dekseltje

Ik heb nooit begrepen waarom mensen antiquiteiten kopen en verkopen. Natuurlijk snap ik ook wel dat sommige stukken een aanzienlijke waarde vertegenwoordigen en daarom gewilde (ver)koop objecten zijn. Maar, dames en heren, archeologie is wetenschap. Wij willen artefacten in-situ, we willen conclusies trekken. Verhandelde archeologische voorwerpen hebben geen verhaal meer, ze zijn ontdaan van hun jasje, ze zijn gedegradeerd tot slechts (soms hele mooie) objecten.
Ronduit stuitend is de hoeveelheid archeologisch materiaal dat op het internet wordt aangeboden. Iemand, een ingewijde, vertelde me dat hij elk jaar in de winter naar Hongarije rijdt, om er emmers vol “Romeins materiaal” op te halen. In dat land waren volgens mijn anonieme bron genoeg niet-opgegraven Romeinse sites. De lokale bevolking werkt er clandestien en verkoopt het door hen verzamelde materiaal aan hem. Terug in Nederland zet mijn gesprekspartner de gevonden items op “Marktplaats” en verdient een veelvoud van het door hem geïnvesteerde bedrag. Dat hij de wetenschap een verstoorde site achterliet interesseerde hem weinig.
De conversatie sterkte mij nog meer. Nooit zou ik archeologisch materiaal kopen!!
En toch ben ik voor de bijl gegaan, principes of niet! Misschien schrijf ik dit verhaal wel om mezelf vrij te pleiten, maar het kan ook zo zijn dat ik niet anders kon. Oordeelt u zelf!

Rommelmarkt urnOp één van de hete zomerdagen liep ik over een rommelmarkt in Zuidlaren. Mijn verwachtingen waren niet zo hoog gespannen. De zon scheen fel, blijkbaar te fel want weinig mensen liepen over de markt te slenteren. Bij een van de kraampjes zag ik een dik, zwart stuk aardewerk met visgraatmotieven liggen. De verkoper dacht daarom dat het een visje (ahum) was. Ach, ze had in een doos gezeten samen met een bloempotje en een kruik. Hij had deze doos op een veiling gekocht. We raakten aan de praat en even later haalde hij het potje uit de auto. Mijn hart begon te bonzen, het bloempotje bleek een 23 cm hoog Romeins urntje te zijn. Zo gaaf als wat. Eén zijde had in de bodem gelegen, terwijl de andere gebleekt was door de zon. Ze staat maar wankel op haar pootje, althans zo lijkt het op het eerste gezicht. Maar zet haar met de “onderbuik” in de grond, dan staat ze stevig en bewaart ze de crematieresten van de overledene.
Of ze ooit voor dit doel gebruikt is, weet ik niet. Er zitten geen

Romeinse urn, van bovenaf.

verbrande botresten in en een inscriptie is ook niet te vinden. Helaas ontbreekt  het dekseltje. Daarvoor werd eertijds meestal een plak lood of brons gebruikt.
Achter zijn rug haalde de marktkoopman een Laat-Romeinse kruik tevoorschijn. Hierover in een ander artikel meer.
Beiden verruilden van eigenaar, ik kon eenvoudig de artefacten niet op de straatstenen laten liggen. Te triest voor woorden!

Nu komt de “Tussen Kunst en Kitsch”-vraag: “Voor hoeveel?”
Oké, maar niet verder vertellen! € 6,-, voor de kruik en urn.
En wat zijn ze waard?
Het kan me geen zier schelen, ze zijn gewoon mooi.
Helaas is hun verhaal verloren gegaan, ik -de “Verteller van het Oude”-, word er een beetje triest van.

Wederom Romeins

Laat Romeinse kruik gekocht op de rommelmarkt.In het vorige artikel lag de nadruk op een urn. En passant vermeldde ik de aankoop van een Romeins kruikje. Ze is voor mij minder bijzonder, vermoedelijk roept de functie van de kruik minder emoties op dan de urn.
Het is hoogst waarschijnlijk vrij Laat-Romeins. Natuurlijk is ze gedraaid op een draaischijf, haar wanden zijn erg dun. Helaas is ze niet onbeschadigd gebleven. In de buik van de kruik zit een gat van een vierkante centimeter. Deze stamt uit recente tijd, misschien wel van haar bezoeken aan diverse rommelmarkten. Toch roept de kruik vragen op.

Hals van een Romeinse kruik.Het bovenstuk, de hals, en het handvat zijn restauraties. Deze zijn zeer kundig uitgevoerd. Wie heeft zich zoveel moeite getroost? En waarom? Was het misschien de bedoeling om de kruik in een museum ten toon te stellen? Hoe komt zij dan op een rommelmarkt terecht?.
Mocht iemand antwoord op deze vragen weten, geef het aan me door. Het verhaal van de kruik wordt daardoor nog interessanter.

Dag van de Noordelijke Archeologie

Bernard Versloot en Anne ten Brink bestuderen enige vondsten tijdens de dag van de Noord-Nederlandse archeologie.In het gebouw van de Groninger Archieven werd voor de tweede maal een dag van de “Noord-Nederlandse Archeologie” georganiseerd. De dag was speciaal bestemd voor leden van diverse archeologische verenigingen in het noorden des lands en voor alle andere geïnteresseerden in archeologie en geschiedenis.
Op deze zeer geslaagde dag was van alles te doen. Er konden lezingen gevolgd worden, er waren presentaties van voorwerpen en er werden films vertoond. De “Verteller van het Oude” en zijn archeologisch maatje Gosse Kerkhof waren gevraagd om de door mensen meegebrachte stenen artefacten te determineren. Helaas voor ons was de stand van de buren meer in trek. Hier werden munten uit het noorden gedetermineerd. De hoeveelheid meegenomen artefacten viel dus tegen. Ook haar zeldzaamheid of bijzonderheid was in het algemeen niet om over naar huis te schrijven. Enkele uitzonderingen daargelaten.
Het enthousiasme waarmee mensen hun meegebrachte spullen toonden, was hartverwarmend.
De dag was perfect georganiseerd, alles verliep soepel en de sfeer was kameraadschappelijk. Immers alle aanwezigen hadden een gemeenschappelijke interesse; hun liefde en passie voor de archeologie!

Leuke vondsten (2013-2): halffabricaat spits

Pijlpunten heb ik met enige regelmaat gevonden. De oudsten dateren van ongeveer 10.000 jaar geleden. De jongsten zijn iets meer dan 4000 jaar oud. Allen hebben primair tot doel een zo diep en bloederig mogelijke wond te veroorzaken. Onze voorouders waren prima in staat om aan dit criterium te voldoen, uitstekend jachtmateriaal was voor hen een noodzaak.
Iedere door mij gevonden spits (pijlpunt) voldoet aan bovenstaande criteria.
Mooie halffabricaat van een bronstijd spits.In de loop der eeuwen zijn de spitsen “aan mode” onderhevig geweest. Techniek van fabricage en vorm van spits veranderen in de tijd. Gelukkig maar, daardoor kunnen we ze vrij goed determineren.
Op een akker, waar ik alleen verbrand vuursteen en bronstijdaardewerk gevonden had, lag bovenop een vore -alsof ze gevonden wilde worden- een halffabricaat van een spits. Ze schitterde in de zon, het enige wat ik behoefde te doen was haar op te rapen.
Het betreft een exemplaar dat voor ongeveer 5500 jaar werd afgekeurd. De steenklopper was begonnen aan het laatste stadium van het fabricageproces, hij wilde de spits zo dun mogelijk maken. Een laatste slag zou de lelijke en de slagkracht belemmerende bobbel doen verdwijnen. De ervaren steenbewerker had echter de kracht van slag verkeerd beoordeeld. Er sprong slechts een deel van de te verwijderen bult af. Helaas bleef er geen goed slagvlak voor een volgende poging over. Mogelijkerwijs haalde de steenbewerker zijn schouders op en wierp het mislukte halffabricaat weg. Gelukkig maar, ze bevindt zich nu in mijn verzameling.
De spits is te dateren rond het begin van de bronstijd.

Leuke vondsten (2013-3): glazen kraal

Romeinse kraal gevonden op een Drentse akker.Niet alle vondsten zijn op het veld te bekijken. Soms is het koud, soms regent het, soms stop je gedachteloos een stukje archeologisch materiaal in je vondstzak. Pas thuis bij het schoonmaken valt in een dergelijk geval de bijzonderheid van een vondst op. Zo verging het mij ook met de glazen kraal die ik midden in een mesolithische vondstplek opraapte. Het glas is donker, voorzien van 2 (en een halve) blauwe, ronde insluitingen. In het midden daarvan zien we een rode insluiting. De bedoeling was om de kraal daar te doorboren, helaas ging het mis, zodat de kraal doormidden knapte.
Voor mij is de kraal moeilijk te determineren, het is niet mijn specialiteit. Volgens diverse deskundigen zou de kraal uit de late Romeinse tijd/vroege Middeleeuwen stammen.
Voor mij is het bijzonder om een Romeinse kraal te ontdekken, meestal worden ze slechts tijdens opgravingen gevonden. En dan nog vaak zelden!
Een waarlijk bijzondere vondst.

Leuke vondsten (2013-4): klingbeitel

prachtige klingbeitel uit de EnkelgrafcultuurOp een mooie, koude en regenachtige zaterdagmorgen liep ik in de buurt van Zuidlaren -een nadere vindplaats aanduiding zult u niet krijgen- over een enigszins tussen de bosjes verscholen akker. Ze was mij al eerder opgevallen vanwege de glooiing van het terrein. In het midden van de akker bevindt zich een heuvel die op de top minsten drie meter hoger ligt dan de opgang van de akker. Het miezerde vanuit de hemel, met grote precisie werden de bedekte artefacten schoongespoeld.
Aan de zuidzijde van de heuvel had ik al een pijlpunt, toegeschreven aan de Enkelgrafcultuur, gevonden. Nagenoeg op dezelfde plek lieten de weergoden mij nu een prachtige klingbeitel uit de grond trekken. De datering is hetzelfde als van de pijlpunt, ongeveer tussen 2900 en 2500 jaar voor Chr.
Kenmerkend voor een beitel is dat de breedte nagenoeg gelijk is aan de dikte. De mijne is geschacht geweest, de frictieglans is nog duidelijk te zien.

ARC failliet

De crisis waarin ons land zich volgens de deskundigen bevindt, heeft de archeologie ook ernstig aangetast.
Steeds minder bouwprojecten komen van de grond. Een direct gevolg is dat de noodzaak voor archeologisch onderzoek op deze voorgenomen bouwlocaties ontbreekt. Commerciële archeologische bureaus hebben het zwaar. Het ARC (Archaeological Research & Consultancy) uit Groningen heeft het hoofd niet boven water kunnen houden. Een aantal weken geleden las ik in het “Dagblad van het Noorden” dat het bureau failliet was verklaard. Het gaat me bijzonder aan het hart omdat ik vele fantastische herinneringen bewaar aan diverse opgravingen met het ARC.
Deze week publiceerde het eerder genoemde dagblad een artikel over een mogelijke doorstart in afgeslankte vorm van het ARC. Een ander archeologisch bureau “de Steekproef”, volgens sommigen ook in  moeilijkheden, zou geïnteresseerd zijn in een nauwe samenwerking met het ARC.
Voor mijn archeologische vrienden is het te hopen dat de doorstart gerealiseerd wordt.

Opgraving Eelde

Gelukkig heb je in het onderwijs een flink aantal vakanties. Even voor de duidelijkheid, zowel leerlingen als onderwijzers hebben deze hard nodig! Maar daar gaat het hier niet over.
Het geeft mij in ieder geval de gelegenheid om nog eens mee te werken aan een archeologishe opgraving. Een bijzonder boeiende was de opgraving in Eelde.  Tv- Drenthe vond dat klaarblijkelijk ook. Zij maakte een boeiend verslag
Klik hier voor het filmpje!

Anne ten Brink leest voor!

Anne ten Brink leest de kleuters van de Jan Thiesschool voor!De start van de nationale voorleesweek werd op de Jan Thiesschool o.a. ingeluid door de “Verteller van het Oude”. Hij mocht vroeg in de ochtend lezen uit het boek “Hennie de Heks”. Het boek sloot naadloos aan bij de belevingswereld van zijn publiek. De leerlingen uit groep 1/2 vormden het meest enthousiaste publiek waar “de Verteller” ooit voor opgetreden heeft. Aanvankelijk bleven de kleuters op hun stoeltjes zitten. Na mate het verhaal spannender werd, werden de zitplaatsen verlaten.
Het slot, een vlucht op de bezem, was helemaal spectaculair. Na afloop was “de Verteller” bezweet, maar zelden heeft hij zo’n voldoening gehad van zijn werk. Juf Marga heeft de hele ochtend nodig gehad om haar kleine leerlingen weer enigszins in het gareel te krijgen.

Amateur archeologen graven op!

Amateur archeologen graven op in de gemeente Westerveld.Terwijl de winter intrad, groeven diverse amateurarcheologen in het Drents Friese Wold naar artefacten uit de prehistorie. Ongeveer 20 jaar geleden was er in het bewuste gebied een stuk heide geplagd. Op het terrein werden meer dan 5000 artefacten verzameld. Aanleiding voor een archeologische opgraving was er niet, immers het bewuste terrein werd niet bedreigd. Verstoring van de vondstplek, en daarmede de reden voor een opgraving, was niet aanwezig. De plaggen werden toentertijd in een brede strook neergelegd, natuurmonumenten liet de natuur haar gang gaan. Na zoveel verstreken jaren wilden “de Verteller van het Oude” en zijn kompanen weten hoeveel artefacten zich in de stort bevonden. Provinciaal archeoloog, Wijnand van der Sanden gaf zijn goedkeuring aan het plan van aanpak en zo konden wij begin januari aan de slag. Jaap Beuker, voormalig conservator van het Drents museum, versterkte met zijn kennis de groep. Twee koude dagen werd er hard gewerkt. De resultaten van het onderzoek gaven geen aanleiding tot het doorzoeken van de gehele stort. Het afplaggen, tot op het zand, was zeer zorgvuldig gebeurd. Weinig zand, waarin de artefacten lagen, was hierbij meegenomen.
Voor ons was het enigszins teleurstellend, anderzijds is er duidelijkheid gekomen.
In ieder geval hebben amateurarcheologen de mogelijkheid gekregen om een onderzoek uit te voeren. Een voorbeeld hoe de samenwerking tussen deze groep en de professionals gestalte kan en behoort te krijgen.

Archeologische open dag Dierenpark Emmen

Een prachtige mistige dag vormde het feeërieke decor voor de archeologische “open dag” in Emmen. Bezoekers kregen van archeologen van het ARC uitleg over de tot op heden gedane vondsten op de nieuwe locatie van het Noorderdierenpark. Het massaal toegestroomde publiek, meer dan duizend personen, kreeg letterlijk een lesje in praktijk archeologie. Een pas blootgelegde boerderij uit de late ijzertijd werd voor hun ogen ingetekend en gecoupeerd.
Verteller van het Oude aan het werk tijdens de archeologische opendag in Emmen.In de loop der jaren zijn in het gebied meerdere opgravingen geweest. Ook uit deze eerdere campagnes waren topstukken de bewonderen. Hoogtepunt voor mij waren de Standvoetbekers uit de Enkelgrafcultuur. Twee kleine bekertjes, uit het zgn. kindergraf vond de Verteller van het Oude zeer aandoenlijk. In mijn fantasie zag ik hoe diep bedroefde ouders hun overleden kind een lieflijk geschenk voor het hiernamaals meegaven.
Terwijl de ouders genoten van de verhalen werden hun kinderen, de junior-archeologen, bij mij gebracht. Op een speciaal aangelegd stukje van het opgravingsterrein, konden zij zich bekwamen in het werk van de echte archeoloog. Het gebodene sloeg zo aan dat er op de anders zo rustige Emmer Esch een file ontstond, die zich pas oploste toen de dag voorbij was.

Opgraving bij Emmer dierentuin

Het Noorderdierenpark in Emmen gaat verhuizen, ze verplaatst haar activiteiten meer de es op. Een paar jaar geleden heeft daar al een archeologisch vooronderzoek plaats gevonden. De resultaten hiervan Anne ten brink aan het werk tijdens de opgraving bij Emmengaven aanleiding om het hele terrein vlakdekkend op te graven. Sinds zes weken is het ARC (Archaeological Research & Consultancy) uit Groningen begonnen aan deze omvangrijke klus. De Verteller van het Oude heeft tijdens de herfstvakantie, als vrijwilliger, meegeholpen. Prachtig weer en mooie vondsten zorgden voor een onvergetelijke week. Het was alweer een tijdje geleden dat ik met het ARC had opgegraven. Het weerzien met (jonge) oude bekenden deed goed.
De resultaten van de opgraving worden publiekelijk gemaakt in een verslag, deze zal zo spoedig mogelijk na de opgraving verschijnen. Nu al kan gezegd worden dat er vele sporen uit diverse historische perioden zijn gevonden. Enkele vondsten zijn uitzonderlijk. Het is echter niet aan mij om daar verder over uit te weiden.
Het ARC, de gemeente Emmen en het Noorderdierenpark organiseren voor het publiek een open dag. Neemt u een kijkje, het is zeker de moeite waard!

Herinrichting beekdal “De Slokkert”

De Verteller van het Oude is gevraagd door Arcadis en Dienst Landelijk Gebied om mee te brainstormen. Op dit moment wordt het beekdal “de Slokkert”, in de buurt van Norg, zoveel mogelijk in oude staat hersteld. Men wil ook graag de historie van het prachtige gebied aan het grote publiek tonen. De ideeën van (amateur)archeologen kunnen daarbij van waarde zijn. Op dit moment is echter nog niet duidelijk in hoeverre het gebied in haar totaliteit ontsloten wordt voor bezoekers. De natuur moet immers haar gang kunnen gaan en niet verstoord worden door de aanwezigheid van mensen.
Te zijner tijd, na consulting van meerdere partners, zullen Arcadis en DLG met een voorstel komen.
Op dit moment verdienen zij mijn complimenten voor het initiatief.

Zo maar een potje?

standvoetbeker MidlarenBij een opgraving komt het meeste aardewerk in vele scherven uit de bodem. Pas “binnen”, zoals archeologen hun werkplek op het archeologisch bureau plachten te noemen, worden de geheimen ervan ontrafeld. De stukken worden zorgvuldig getekend, gefotografeerd en beschreven. Soms is het mogelijk de gevonden delen weer in elkaar te zetten, hetgeen ook gebeurd is met de afgebeelde standvoetbeker. Ze kwam tijdens een enorme opgraving (tussen september 2003 en oktober 2004) in Midlaren tevoorschijn. Standvoetbekers, zo genoemd vanwege het randje onderaan de beker, zijn kenmerkend voor de periode van de Enkelgrafcultuur (tussen 2900 en 2500 v. Chr.).detail standvoetbeker Midlaren Het bovenste gedeelte van de standvoetbeker is versierd, voornamelijk met touwindrukken. Drie keer is deze vorm van versiering onderbroken door een rij met spatelindrukken. Door de wijze en plaats van versiering kan de beker getypeerd worden als type 1a. Archeologen zijn er in geslaagd voor de periode van de Enkelgrafcultuur de bekers in te delen. Type 1a staat voor de periode tussen 2900 en 2600 v. Chr. De standvoetbeker is gevonden in een graf van 1,9 bij 0,9 meter, tezamen met een bijl van diabaas.
Uit een tweede graf kwamen twee bijlen en een lange kling. Vanwege de inventaris worden beide graven gezien als zgn. mannengraven.
Uit een derde graf, helaas tijdens de opgraving niet als zodanig herkend, kwamen enkele stukken versierd aardewerk die toegewezen kunnen worden aan een zgn. Dosse, een aardewerkvorm die alleen in vrouwengraven voorkomt. De overleden vrouw heeft ook nog een vuurstenen afslag meegekregen.
De Verteller van het Oude heeft gedurende de gehele opgraving meegeholpen. Slechts een aantal keren had hij bezigheden elders en kon daarom niet aanwezig zijn. En juist op die momenten werden de twee graven van de Enkelgrafcultuur ontdekt. Tot op de dag van vandaag betreur ik afwezig te zijn geweest. Gelukkig werd het leed onlangs een beetje verzacht. Tijdens een determinatieavond in het noordelijk depot in Nuis, kwam ik oog te staan met de gerestaureerde standvoetbeker uit Midlaren. Klaargezet om op reis te gaan- expositie in Duitsland – stond ze op me te wachten. Voor mij dus niet zomaar een potje!

Determinatieproject Nuis

We zijn weer begonnen!
Na een zomerstop is het determinatieproject in Nuis hervat. Sinds een aantal jaren werken (amateur)archeologen vrijwillig, gedurende één avond in de week, aan een ambitieus project. In Nuis bevindt zich het archeologisch depot van Noord-Nederland. Vondsten uit archeologische opgravingen, niet tentoongestelde artefacten uit musea en verzamelingen van amateurarcheologen zijn er opgeslagen. Over deze laatste collecties gaat het. Velen zijn niet optimaal beschreven, daardoor is niet duidelijk wat zich in al deze collecties bevind. Het doel van het project is om elke collectie op dezelfde wijze te beschrijven, waardoor een duidelijk beeld verkregen wordt van welke verzameling dan ook. De verkregen gegevens kunnen een waardevolle aanvulling zijn op datgene wat we nu al over onze voorouders weten.
In Nuis ligt, volgens projectleider Ernst Taayke, nog werk voor minstens 50 jaar. Hiermee wordt nogmaals de noodzaak van een goede vondst,- en vindplaats beschrijving aangetoond. In de huidige tijd, met alle moderne hulpmiddelen, gaat dat iets eenvoudiger dan in de tijd van mijn grootouders. Uit de beginjaren van de vorige eeuw waren er in het noorden al een aantal zeer bevlogen verzamelaars van artefacten. Na hun dood zijn deze collecties in het geheel aan een museum afgestaan. Hulde!
De Verteller van het Oude roept iedereen op om na te denken over wat er met een archeologische verzameling dient te gebeuren nadat de verzamelaar er niet meer voor kan zorgen. Een collectie dient niet uit elkaar gehaald te worden. Waardevolle informatie mag niet verspreid worden. Om deze reden wordt door vinders van prehistorisch materiaal, al tijdens hun leven, grote delen van hun collectie in Nuis onder gebracht. Laten we hopen dat deze trend zich voortzet.
De wekelijkse bijeenkomsten in Nuis zijn, behalve gezellig, vooral heel leerzaam en inspirerend. Wij kunnen echter wel wat versterking gebruiken. Dus, mochten er mensen zijn die over een redelijke kennis van de steentijd en een behoorlijk portie doorzettingsvermogen beschikken, meldt u bij de Verteller van het Oude.

Bezoek aan Geologisch Archeologisch Streekmuseum Slochteren

Kees Hartenhof, verzamelaar uit liefdeEen tijdje geleden bezocht “De Verteller van het Oude” samen met zijn broer Geert-Jan ten Brink, het Geologisch Archeologisch museum van Kees Hartenhof in Slochteren. Dhr. Hartenhof was gedurende zijn werkzaam leven landbouwer in dezelfde plaats. Ongeveer 30 jaar geleden ontdekte hij op zijn akkers diverse vindplaatsen uit de midden-steentijd (Mesolithicum). In de loop der jaren verzamelde hij duizenden artefacten uit deze periode. Onze voorouders zochten hogere zandkoppen in het laag gelegen landschap op, hier vestigden zij hun tijdelijk kampement. In de omgeving jaagden ze op wild en werden allerlei eetbare bessen, wortels e.d. verzameld. Na verloop van tijd was er niet voldoende voedsel meer te verkrijgen en trok de groep verder naar het volgende kampement. De groepsgrootte zal beperkt zijn geweest. Immers hoe groter de groep, hoe meer voedsel er verzameld diende te worden. In hun kampement maakten ze met behulp van o.a. vuursteen diverse gebruiksvoorwerpen en wapens. Alles stond in het teken van de jacht en veramelen. Hun vuurstenen afval bleef achter, vele duizenden jaren (bijna 10.000) later raapte Kees Hartenhof dit op. De kampementen op de grond van Hartenhof werden meerdere jaren achter elkaar gebruikt, vandaar dat er ook zoveel vuursteen door hem verzameld kon worden.
De interesse van Kees Hartenhof ging ook uit naar de zwerfstenen die hij op zijn land zag liggen. Hij bekwaamde zich in de determinatie van de door de ijstijd aangevoerde stenen. Ook hiervan verzamelde hij vele exemplaren.
In de omgeving van Slochteren werd Kees Hartenhof steeds bekender. Mensen brachten zijn vondsten bij hem en lieten het vaak bij hem achter. Een enorme collectie van o.a baksteen, tufsteen en grafzerken was er van het gevolg.
Na zijn pensionering besloot Hartenhof zijn collectie permanent toegankelijk te maken voor belangstellenden. Een groot deel van zijn boerderij werd daarvoor gebruikt.
Vlak voor zijn dood werd Kees Hartenhof voor zijn verdiensten voor de gemeenschap, in naam van de Koningin, geridderd. Zijn dochter en haar man zetten het werk van Hartenhof voort. Formeel verdient het onderkomen van de stenen de naam museum nog niet. De omgebouwde stal en deel voldoen niet aan de voor musea gestelde eisen. De huidige eigenaren willen door middel van een omvangrijke verbouwing hierin verandering brengen. Binnenkort kan de gemeente Slochteren hun plannen ter goedkeuring ontvangen.
Mocht je de collectie van de gepassioneerde verzamelaar willen zien dan kan dat. Op afspraak kunnen belangstellenden kennis nemen van de uitgebreide verzameling. Boerderij Padje 1, 9621 TG Slochteren, 0598-421877.
De “Verteller van het Oude” was onder de indruk. Ik heb ruim twee uur genoten van de artefacten van onze voorouders. Maar het allerbelangrijkste was dat ik er de passie van de verzamelaar gevoeld heb!

Determinatieavond in Zweeloo

Meestal vermeld ik niet zoveel over de bijeenkomsten die ik verzorg. Determinatie avond in ZweelooLaat de toehoorders maar schrijven over hun ervaringen!
Wanneer zich echter iets uitzonderlijks voordoet, dan vermeld ik het op deze website. De determinatieavond in Zweeloo is een dergelijk uitzondering.
Ik was samen met twee leden van de Drents Prehistorische vereniging, Gosse Kerkhof en Lukas Hoving, uitgenodigd om iets te komen vertellen over archeologie. Aan de hand van door ons meegebrachte voorbeelden zouden wij de prehistorie laten herleven.
Tegen achten kwamen de belangstellenden binnen. Vele tassen en dozen werden meegedragen. Nog nooit heb ik een avond meegemaakt waarbij zoveel prachtige artefacten getoond werden uit privé collecties. Meestal zijn mensen enigszins huiverig om hun artefacten te tonen. Ten onrechte wordt gedacht dat prehistorische voorwerpen afgedragen moeten worden aan een museum. Dat is absolute niet het geval. Hoewel ik van mening ben dat iedereen eigenlijk van onze culturele schatten zou moeten kunnen genieten, begrijp ik heel goed dat iemand zijn gevonden artefact zelf wil behouden. Om inzicht te verkrijgen in de vondsten uit een bepaald gebied, willen archeologen de gevonden voorwerpen graag fotograferen en beschrijven. Het artefact blijft in het bezit van de vinder. Gelukkig konden wij op de determinatieavond hierover goede afspraken maken met de bezitters. De foto toont de knusheid, gezelligheid en de gemoedelijkheid van de avond. Meestal duurt een doordeweekse avond maximaal tot 22.00 uur. Nu namen we pas anderhalf uur later voldaan afscheid. Iedere keer verbaast het me weer hoeveel voldoening het geeft een door onze voorouders gemaakt voorwerp, in de hand te mogen houden. De schoonheid van het product en de vaardigheid van de maker ontroert iedere keer weer!

NOS en Nemrud

Het nieuws over de mogelijke verplaatsing van de hoofden van de beelden op de Nemrud is tot de wereld doorgedrongen. Ook de NOS heeft er aandacht aan besteed. Beluister via onderstaande link de drie minuten durende uitzending.

http://nos.nl/audio/268345-bernard-bouwman-over-verhuizen-koningsbeelden-op-nemrut-dagi.html

Turkse minister wil hoofden van Godenbeelden in museum plaatsen

Bericht in de "Posta" over verplaatsing van de hoofden op de Nemrud.De Turkse minister van Cultuur, E. Günay, heeft het plan opgevat om de hoofden van de Godenbeelden op de Nemrud te verplaatsen naar een museum. In de “Posta” van 3 augustus 2011 onthult hij zijn plan.

Sinds tweeduizend jaar zijn de beelden op de berg blootgesteld aan extreme weersomstandigheden. Dat heeft sporen achtergelaten. Diverse hoofden vertonen scheurtjes als gevolg hiervan. Jaren geleden werd het plan ook al eens geopperd, maar verdween snel weer in de prullenbak. Nu lijkt er echter serieus over nagedacht te worden. Mijns inziens een volkomen verkeerde gedachte. Vervang de hoofden niet door kopieën, de hele charme van het grafmonument wordt aangetast. Er zijn andere middelen om de twee meter hoge hoofden te beschermen. Bovendien zou de zorg van de minister uit moeten gaan naar de zandstenen reliëfs, waaronder de wereldberoemde leeuwenhoroscoop. Op dit moment staan ze, onzichtbaar voor het publiek, opgeslagen in het tijdelijke restauratiehuis op de berg. Een aantal liggen zelfs nog te verpieteren op de terrassen. De uit de rotsen uitgehouwen koppen zijn beter bestand tegen het klimaat dan de tere zandstenen reliëfs! Dat hij deze laatste vervangt door een kopie valt gelet op het voorgaande, te begrijpen.
Hopelijk laat de Minister van Cultuur de hoofden van de Goden niet vervoeren naar een museum in Ankara of Istanbul. Ze horen thuis in Oost-Turkije. Hij moet het UNESCO werelderfgoed monument beschermen en niet in een museum willen onderbrengen.

Nieuwe lezing van Anne ten Brink

Aan de uitgebreide hoeveelheid lezingen heb ik er één toegevoegd die me na aan het hart ligt. De titel “De amateurarcheoloog in het landschap”, zegt eigenlijk al alles. Vanuit eigen ervaring belicht ik het werk van de amateurarcheoloog. Het beeld dat zij alleen “steentjesrapers” zijn, klopt al lang niet meer. Tegenwoordig zijn zij, mits het werk (de hobby) goed wordt uitgevoerd, het verlengstuk van de professionele opgravers geworden. Ik neem u mee, middels een PowerPoint presentatie, in het landschap. Ik leer u kijken naar plekken die mogelijkerwijs interessant zijn om vroeger te bewonen. Ik laat u smullen van prachtige vondsten. Aan de hand hiervan probeer ik een aantal vondstplekken voor u te interpreteren. Tijdens mijn lezing bestaat de mogelijkheid het getoonde materiaal zelf ter hand te nemen en te aanschouwen.
Aan de orde komt ook de vastlegging en verslaglegging van de vondstplek. Immers, gegevens mogen niet verloren gaan.
Meer informatie over mijn lezingen vindt u hier.

Druk bezochte lezing in Kahta

De Verteller is teruggekeerd uit Kahta. Regelmatige bezoekers van mijn website weten dat het gaat om de plaats in het oosten van Turkije waar het wereldberoemde monument van Koning Antiochos op de berg Nemrud is gelegen. Gedurende drie dagen werd er het zgn. Nemrutfestival gehouden. De Verteller, alsmede andere leden van de International Nemrud Foundation waren uitgenodigd om diverse lezingen te houden. Voor een overvolle zaal met aandachtig luisterende bezoekers en prominenten, hield de Verteller een voordracht over de werkzaamheden die in de periode 2001 t/m 2003 op de berg uitgevoerd waren. Anne ten Brink tijdens een lezing in Kahta (Z-O Turkije over de Nemrud.Voor het eerst werden 3d reconstructies en animaties getoond. Het publiek waardeerde de lezing. Na afloop ontving de Verteller vele positieve reacties. Uit handen van de burgemeester van Kahta, dhr. Turanli ontving ik een prachtig geschenk in de vorm van herdenkingsbord.
De contacten tussen de International Nemrud Foundation en de gemeenschap van Kahta zijn op een zeer warme wijze aangehaald. Er is zelfs sprake van een uitbreiding in de samenwerking. Binnenkort zal mijn lezing in een PowerPoint versie, voorzien van gesproken tekst, op de website van De Nemrud Foundation te zien en te beluisteren zijn.
De plaatsing van de leeuwenhoroscoop op de berg is uitgesteld. Jammer genoeg kon het vertrek van de kopie van het origineel uit 1882, niet op tijd gerealiseerd worden. In 2012 zal op de 14e juli de horoscoop te bewonderen zijn op de plek waar deze thuis hoort.
Helaas werd het festival overschaduwd door een vreselijke gebeurtenis. Verder naar het oosten kwamen bij een aanslag 13 soldaten om het leven. In heel Turkije werden alle feestelijke activiteiten afgelast. Door deze begrijpelijke maatregel werd het Nemrutfestval ernstig getroffen. Slechts de lezingen gingen door. Alle verdere culturele activiteiten werden afgelast.

Anne ten Brink geeft lezing in Turkije op 14 juli

De International Nemrud Foundation is uitgenodigd om deel te nemen aan het Nemrud festival in Kahta (provincie Adiyaman – in het oosten van het land). Naast diverse Turkse hoogwaardigheidsbekleders zijn van Nederlandse zijde o.a. de Ambassadeur en Hans van de Broek uitgenodigd.
Het jaarlijkse festival bestaat uit drie gedeelten; spelactiviteiten voor de jeugd in de stad Kahta, diverse lezingen en activiteiten op de Nemrud zelf.
Op inKopie van de Leeuwenhorscoop, datering  14 juli 109 v. Chr.itiatief van de International Nemrud foundation heeft in de periode 2001 – 2003 een restauratie op de berg van de 10 meter hoge godenbeelden, plaatsgevonden. Mijn lezing gaat over de toentertijd uitgevoerde werkzaamheden.
Een dag later zal, ook door het INF geïnitieerd, een kopie van de beroemde leeuwenhoroscoop op het monument geplaatst worden.

Neanderthalers 2

Wederom zijn interessante vondsten gedaan uit het verre verleden. De laatste jaren worden met enige regelmaat, artefacten gevonden uit de tijd dat er Neanderthalers in Drenthe rondliepen. Archeologen beleefden onlangs een geweldige dag! Nooit eerder werden er tijdens één veldverkenning zoveel vuistbijlen gevonden. Onder de link staat een pdf bestand van het krantenartikel dat hierover verschenen is. Let speciaal op de foto! Een kwaliteitsopname van een van de mooiste vuistbijlen die ooit in Drenthe, of zelfs in Nederland, gevonden is. Klik hier!
Diverse landelijke bladen hebben ook over de vondst bij Assen gepubliceerd. Deze verslaggevers hebben nog een hoop te leren. Regelmatig maken ze storende fouten in de tekst of publiceren foto’s van artefacten die absolute niets met vuistbijlen te maken hebben. Alle hulde daarom aan het Dagblad van het Noorden. Verslaggever Job van Schaik weet waarover hij schrijft!

Verteller van het Oude op de catwalk!

Nooit gedacht dat ik nog een keer op de catwalk zou staan!
De Rolder basisschool (Jan Thies) organiseerde deze happening in het kader van haar themaweek over kleding. Naast chique dames en heren, bruiden en een Thunderbird mannetje, sloop er een harige, ongeschoren prehistorisch man over de bühne. Boog en bijl complementeerden zijn uitrusting. De leerlingen, van kleuter tot groep 8, vonden zijn verschijning indrukwekkend.
En de Verteller?
Hij loopt toch liever in de prehistorie rond!
Anne ten Brink als prehistorische jager.Anne ten Brink als prehistorische jager (2).

Determinatiedag in Diever, een groot succes!

hamerbijlVoor de tweede keer organiseerde het Archeologisch Centrum West-Drenthe een determinatiedag. Bezoekers konden in het Schultehuus in Diever hun archeologische vondsten laten bekijken door een team van deskundigen. Archeologie studenten en leden van de Drents Prehistorische Vereniging gaven tekst en uitleg bij de meegebrachte spullen.
Het werd, net als de eerste keer, een genoeglijke middag. Opvallend waren de vele jeugdigen die hun zelf verzamelde stukken steen lieten onderzoeken.
Elke bezoeker kreeg op schrift de bevindingen van de deskundigen mee. Ook de Verteller van het Oude, Anne ten Brink, was door het centrum uitgenodigd om zijn licht te laten schijnen op de meegebrachte artefacten. Voor mij was de bijna gave en prachtig doorboorde hamerbijl, het topstuk van de middag.
Het Archeologisch Centrum denkt er over om de determinatiemiddag jaarlijks te laten terugkeren

Neanderthalers 1

Onder leidMidden Paleolhieten project, artikel in de Volkskrant.ing van Jaap Beuker en Marcel Niekus (twee experts op het gebied van het midden – paleolithicum) wordt er in Drenthe al jarenlang gezocht naar kampementen van paleolithische jagers. Tot voor kort waren er slechts enkele “losse” vondsten bekend. Het paleolithisch materiaal werd door de vele amateurarcheologen slecht herkend. De twee bovengenoemde archeologen hebben hierin verandering gebracht. Inmiddels heeft dat geresulteerd in het vinden van een kampement. Op een relatief kleine oppervlakte werden 9 (!) vuistbijlen en diverse afslagen gevonden. Het onderzoek is dermate interessant dat de Volkskrant een groot artikel heeft gewijd aan het onderzoek in Drenthe.

 

Mahmut Aydin overleden

Mahmut Aydin, vriend van de "Verteller van het Oude".Onlangs overleed mijn Turkse vriend Mahmut. Deze zomer zou hij 51 jaar geworden zijn, een leeftijd waarvan we normaal aannemen dat de herfst van ons kortdurig bestaan op deze wereld, pas aanvangt. Voor Mahmut werd het gelijk een donkere, eeuwige winter.
Fatma, zijn vrouw, hun twee nog levende zonen en vier dochters, ontroostbaar achterlatend.

In 1999 trok de Verteller voor het eerst naar het oosten van Turkije. Het jaar ervoor had hij een artikel gelezen over een Nederlander die er een grafmonument wilde restaureren. Na veel omzwervingen kwam ik uiteindelijk in Hotel Kervansaray, op slechts 9 kilometer afstand van de Nemrud, het uiteindelijke doel van de reis.
Het kleine hotel werd gerund door Mahmut en zijn familie. De sfeer en de vriendelijkheid deden mij besluiten om er een paar dagen te blijven. Uiteindelijk werd het meer dan anderhalve maand.
In de drie daarop volgende jaren, inmiddels gepromoveerd tot Logistiek Manager, bracht ik het Restauratieteam van de International Nemrud Foundation en de UvA bij hem onder. mahmut_anne

Nadien kwam ik bijna elk jaar terug op de plek waar ik zoveel mooie archeologische en menselijke herinneringen had liggen. Mahmut en ik werden broeders. “Brehme”, zoals ze in het Kurdisch zeggen. Een woord met een grote betekenis en dito gevoel.

Trots was mijn broeder op zijn kinderen. Zijn dochters studeerden en de opvolging als hotel eigenaar was ook verzekerd.
Tot het rampzalige jaar 2009. Zijn middelste zoon Vahap zag het leven niet meer zitten. Zonder Vahap om zich heen, vloeide de levensvreugd uit zijn aderen.
Uiteindelijk stopte zijn hart ermee.
Mahmut en Vahap zijn weer verenigd, ze liggen naast elkaar begraven op het kleine kerkhof van Karadut.

Broeder, dank voor je warme vriendschap! Ik zal je niet vergeten.
BREHME, senin sıcak dostluk için teşekkür! Ben unutmayacağım!

Klokbekerspits gevonden

Uniek is de vondst niet. We kennen heel veel verschillende pijlpunten klokbekerspits (ouder nieuws van de Verteller van het Oude)(=spitsen) uit diverse periodes. Klokbekerspitsen behoren tot de mooiste en fijnste die er geproduceerd zijn. Zo ook dit spitsje! Slechts licht beschadigd lag ze voor mijn voeten. Terwijl ik haar schoonheid in mij opnam, borrelde er allerlei gedachtes in mij op. Hoe kwam het spitsje daar terecht? Had een jongeman het misschien verloren? Had de pijlpunt misschien het leven uit het lichaam van ree doen wegvloeien? Was het bedoeld geweest als grafgift?
Ik zou het allemaal niet weten. Fantaseren is ook leuk!
In ieder geval is het spitsje zo dun als een hedendaags aardappelschilmesje! Het is over het gehele oppervlakte, aan beide zijden, geretoucheerd. Aan de schachtdoorn zit een kleine beschadiging, ook één van de weerhaken is niet geheel ongeschonden gebleven. Normaal zijn de weerhaken en de schachtdoorn ongeveer even lang.
In de bronstijd kwamen dezelfde soort pijlspitsen nog steeds voor. De breedte van de spitsen is dan aanmerkelijk kleiner.
Datering: tussen 2500 – 2100 v. Chr.

Nieuws Archeologische determinatiedag Diever 2009

determinatiedag_diever_6In 2009 werd voor het eerst een determinatiedag in Diever gehouden. Mensen konden hun archeologische vondsten laten beoordelen door deskundigen. Het werd een uiterst gezellige, leerzame en verrassende bijeenkomst.
De opkomst was groot, het meegenomen materiaal opmerkelijk.
De Verteller van het Oude mocht de determinatie openen met een korte toespraak.
determinatiedag_diever_4 determinatiedag_diever_3 determinatiedag_diever_1 determinatiedag_diever_2

 

trefwoord: ouder nieuws, ouder nieuws, ouder nieuws, ouder nieuws, ouder nieuws, ouder nieuws, ouder nieuws, ouder nieuws, ouder nieuws, ouder nieuws, ouder nieuws, ouder nieuws, ouder nieuws, ouder nieuws, ouder nieuws, ouder nieuws, ouder nieuws, ouder nieuws, ouder nieuws, ouder nieuws, ouder nieuws, ouder nieuws, ouder nieuws, ouder nieuws, ouder nieuws, ouder nieuws, ouder nieuws, ouder nieuws, ouder nieuws, ouder nieuws, ouder nieuws, ouder nieuws, ouder nieuws, ouder nieuws, ouder nieuws, ouder nieuws, ouder nieuws, ouder nieuws, ouder nieuws, ouder nieuws, ouder nieuws, ouder nieuws, ouder nieuws, ouder nieuws, ouder nieuws, ouder nieuws, ouder nieuws, ouder nieuws, ouder nieuws, ouder nieuws, ouder nieuws, ouder nieuws, ouder nieuws, ouder nieuws, ouder nieuws, ouder nieuws, ouder nieuws, ouder nieuws, ouder nieuws, ouder nieuws, ouder nieuws, ouder nieuws, ouder nieuws, ouder nieuws, ouder nieuws, ouder nieuws, ouder nieuws, ouder nieuws, ouder nieuws, ouder nieuws, ouder nieuws, ouder nieuws, ouder nieuws, ouder nieuws, ouder nieuws, ouder nieuws, ouder nieuws, ouder nieuws, ouder nieuws, ouder nieuws,  ouder nieuws, ouder nieuws,  ouder nieuws, ouder nieuws,  ouder nieuws, ouder nieuws,  ouder nieuws, ouder nieuws,  ouder nieuws, ouder nieuws,  ouder nieuws, ouder nieuws,

 

Laat u inspireren door mijn verhalen uit het verleden!