Nieuws (2020) Mijn archeologische belevenissen en nieuws van anderen

Mei

Een gouden “heilige” fibula 

In de serie “Verhalen van (amateur)archeologen” is vandaag Do van Dijck aan de beurt.
Hij doet schitterende vondsten uit met name de Bronstijd. Net als de “Verteller van het Oude” kwam Do op het idee om af en toe even met de metaaldetector te lopen over zijn vindplaatsen. Het leverde totaal onverwachts een zeldzame, 9e eeuwse gouden fibula met een afbeelding van een heilige op.
Hier de link naar het verhaal van Do.
9e eeuwse heiligen fibula na de conservering, vondst van Do van Dijck
 

Familie reünie 

Onlangs ontving ik een mailtje van Wiebe van der Vliet. Hij vermeldde het volgende: Van de vorige bewoonster van mijn boerderij kreeg ik ooit een fraaie Hamburg-klingschrabber. Tot heden vond ik, tot mijn frustratie, er zelf nooit een. Wel diverse Hamburg- artefacten, maar nimmer zo’n fraaie klingschrabber. Tot afgelopen zaterdag: daar lag zijn grote broer. De cirkel is rond.”
De Verteller van het Oude snapt je gevoel Wiebe! Zelf heb ik diverse klingschrabbers in de hand gehad tijdens determinatiedagen. Helaas mocht ik nooit een exemplaar van het veld oprapen. 
Schrabbers uit de Hamburgcultuur (12.400 – 11.600 v. Chr.) kenmerken zich Hamburg cultuur schrabbers van Wiebe van der Vlietdoor hun steile kop. Hierdoor waren ze uitermate geschikt om dikkere huiden van o.a. beer, wolf en everzwijn te bewerken. Bovendien kon ze dienen als schaaf voor hout en o.a. gewei.
Het exemplaar van Wiebe is schuin naar achteren bijgewerkt, hetgeen doet vermoeden dat ze geschacht is geweest. Mocht Wiebe ooit gaan verhuizen dan heeft hij twee stukken om door te geven. Een echte familietraditie dus!!
Lees hier het verhaal dat Wiebe eerder over zijn historische woonomgeving heeft geschreven.

Kling uit Smilde 

Hieronder de door dhr. Reek gevonden kling, ze lag pal naast een als vervalst gekwalificeerde vindplaats van Vermaning (zie: “Oplaaide discussie?”).
Zie hieronder de prachtige foto die Frans de Vries van Toonbeeld maakte van het artefact.

Stilletjes met pensioen 

Wijnand-van-der-Sanden-gaat-met-pensioen-(foto: met dank aan-RTV-Drenthe-Petra-Wijnsema)Het zal wel door de corona tijd komen.
Ik heb gemist dat de voormalige provinciaal archeoloog en tot voor kort conservator van het Drents Museum, Wijnand van der Sanden, met pensioen is gegaan.
Ik werd er opmerkzaam op gemaakt door een tv-reportage. Het schaamrood steeg mij naar de wangen. Ik had helemaal niets van mij laten horen, terwijl ik toch zo geniet/genoot  van Wijnands publicaties over; en zijn inzet voor de archeologie. Met enige regelmaat hadden we contact, waarbij zijn kennis van zaken mij altijd weer trof.
Gelukkig, zo blijkt uit het interview, is Wijnand niet van plan te stoppen met onderzoek naar het leven van onze voorouders. 
De “Verteller van het Oude” neemt zijn hoed af, maakt een diepe buiging en zegt: “…Bedankt!!…”.

Oplaaiende discussie?

Ik weet niet zo goed wat ik van dit nieuws moet denken. Er schoten mij zelfs diverse complot theorieën door het hoofd. Nu laat ik me daar meestal niet door leiden, ik probeer zaken rationeel te benaderen.
Het zal wel met het onderwerp te maken hebben. In het “Dagblad van het Noorden” verscheen een artikel  over een midden-paleolithische vondst (kling) van amateurarcheoloog Reek in de directe nabijheid van een zeer omstreden vindplaats van Vermaning.
De vondst kwam aan het licht toen Marcel Niekus gevraagd werd om een MP te bekijken die in het bezit was van de archeologische dienst in provincie Overijssel. Aan hen had Reek zijn hele collectie in 2015 geschonken. De gedreven zoeker had zijn vondst goed gedocumenteerd. De exacte vindplaats stond ook vermeld! 

Is het toeval? Een echt Neanderthaler artefact naast de vervalsingen? Het zou kunnen! Maar toevallig is het zeker!!
Ik ben ervan overtuigd dat we, (amateur)archeologen i.s.m. Stichting Stone, in het najaar de akker een aantal keren zullen bezoeken. Ik ben zeer benieuwd wat dat zal opleveren. Tot die tijd zullen de speculaties wel over tafel vliegen!
Klik hier voor het hele artikel.  

Hedendaagse dodencultus bij oude grafmonumenten

In de serie Verhalen van (amateur)archeologen is vandaag Fred van Hunebed D15 Loon, een houten kruis, een roos en een witte kiezelden Beemt aan de beurt. Zijn onderwerp vindt de “Verteller van het Oude” heel speciaal. Hij had er tot nu toe weinig aandacht aan geschonken.
Fred kwam tijdens zijn bezoeken aan prehistorische monumenten verschillende hedendaagse herdenkingsplaatsen tegen. Variërend van simpele houten kruizen in de nabijheid van een hunebed tot het uitstrooien van asresten op een grafheuvel.

Klik hier voor zijn verhaal.
Heb je zelf foto’s van soortgelijke uitingen, stuur ze me dan toe! 

Een bankje met steentjes

bankje van Dick BrinkhuizenGeïnspireerd geraakt door Fred -lees hieronder “Een bloemrijk hunebed” of hierboven- toog ik naar Peest. Ik was al een tijdje niet bij het “bankje van Dick” geweest. Het houten bankje, daar neergezet ter nagedachtenis aan onze medezoeker en overleden vriend Dick Brinkhuizen, was mooi grijs verkleurd. Maar wat mij het meeste trof was dat ik niet de enige was die in de eerste dagen van mei de plek bezocht. Op de bovenrand van de rustieke zitplaats lag een aantal steentjes. Een passend geschenk voor de man die nog altijd het record aan  gevonden vuistbijlen op zijn naam heeft staan. De Verteller van het Oude voegde natuurlijk een steentje toe enlaatst gevonden vuistbijl in Peest is vervolgens een tijdje gaan mijmeren. In gedachten zag hij Dick in zijn blauwe jas voorovergebogen en behoedzaam speurend samen met zijn hond Tjaffie over het veld lopen.  
Wie schetst zijn verbazing dat een klein groepje zoekers van de stichting Stone er de volgende dag een deel van een zeer fraai bewerkte hartvormige vuistbijl zou oprapen!
Misschien heeft Dick een handje geholpen?! 

Een lofzang op de archeoloog…. of toch niet?

In het maandnummer -nr. 28, maart 1986- van ROET, literair tijdschrift voor Drents talige teksten kwam ik een gedicht van Gerard Nijenhuis tegen. Ik wil mijn lezers deze niet onthouden. De laatste strofes laat ik aan u over, maar ik kan me voorstellen dat de vakbroeders hier ietwat sceptisch tegenover staan.

Archeoloog
De koelbox van de taol: d’ archeoloog
döt zaacht de deuren open. Verkleuring
in het zaand, bespeurd met ’t blote oog,
wordt vastgezet met ’n etiket. Bekeuring

kreg de tied, vergetelheid wordt straft,
de rust van dood zien staopelstien verstoord.
D’archeoloog leeft umgekeerd: open geet ’t graf,
de dode komp an ’t locht, wordt dan vanneis vermoord.

Archeoloog: steltloper van de taol. De wetenschap
gebruukt aal mooier woord as ’t geet um ’t ongewisse.
Het jassie van de neie tied dat zit hum veuls te krap.

Hij zeukt de bronstied op: in berevel de wichter
achternao die op college zit, die frisse.
Maar och, wat sneu … zie gaot toch liever met ’n dichter.

Een bloemrijk hunebed

krans hunebed d2 april 2020Eind april plaatste Fred van den Beemt deze foto op Facebook. Het betreft het nooit archeologisch onderzochte hunebed D2 in Westervelde (bij Norg). 
Midden in beeld is een bloemenkrans te zien. Fred vroeg zich af of iemand wist waarom deze daar stond. 
De Verteller van het Oude was gelijk geïntrigeerd. Jaren geleden mocht ik samen met Gosse en Lucas een archeologische begeleiding doen. Er werd namelijk een sloot rondom het terrein waarop het hunebed zich bevindt, gegraven. Diverse sporen uit verschillende archeologische perioden kwamen tevoorschijn. De plek was altijd in trek geweest bij onze voorouders.
Tegenwoordig ook nog! Op het bezoekersbankje zitten twee dames, keurig 2 meter afstand houdend, met tussen hen in een kleedje met etenswaren. Het was zo’n stille plek met een fantastisch uitzicht. Van de krans wisten ze niets. Ook een boer uit de omgeving kon me niks nieuws vertellen. Maar mijn fantasie is geprikkeld. Heeft het iets te maken met “de bevrijding”, of is het een gedenkplaats voor een dierbare?
Wie kan uitsluitsel geven?

April

Frustratie in/over Dwingeloo

Er is altijd wel wat aan de hand tijdens opgravingen in Dwingeloo. De Verteller van het Oude is er klaar mee. Voor hem voorlopig geen opgravingen meer in die plaats.
Waarom deze ophef? Ik zal u het uitleggen, heeft allemaal te maken met nakomen van afspraken en het gevoel gewaardeerd te worden.
Zo’n vijf jaar geleden groef ik -overigens altijd met mijn archeologische vrienden- geheel belangeloos mee met archeologisch bureau Transect. Gemeente en bureau beloofden een etentje voor de moeite.
Uiteindelijk: verhongeren en een jaar wachten op de reiskosten.

Zo’n twee jaar geleden vroeg de gemeente om een archeologische begeleiding te doen vlak bij het reeds opgegraven Hof van Dwingeloo. Wie schetst onze verbazing -wederom Verteller en zijn archeologische vrienden- dat het werk al uitgevoerd was. Ten ene male verboden in een hoog archeologisch gebied. Toen wij daar ook nog een vml. productieplaats van ijzer ondekten, waren de rapen helemaal gaar. Waarnemend gemeente archeoloog Albert Vissinga, vond het niet nodig er verder onderzoek naar te doen. Alle vergunningen waren verleend zonder acht te slaan op de, nota bene door de gemeente zelf vastgestelde, archeologische kaart. 
Uiteindelijk: een hoop frustratie en diverse archeologische sporen zijn vernietigd of niet onderzocht.
Veertien dagen geleden: midden in de corona weken worden we benaderd om mee te helpen met een opgraving achter de Aldi. Een ondernemer ging daar bouwen, weinig geld in deze crisesdagen etc. Of wij wilden helpen om de kosten zo laag mogelijk te houden. Natuurlijk! We moeten elkaar er doorheen slepen nietwaar!
Helaas had de gemeente niets geleerd, wederom was een vergunning verleend zonder acht te slaan op het beschermde archeologische terrein.
Het aan ons gerichte verzoek kwam van de baas van Transect b.v. Zondagavond vlak voor de opgraving kwam het bericht dat men toch geen gebruik van vrijwilligers ging maken. Overigens bereikte ons dit nieuws pas nadat we vroegen om het aanvangstijdstip.
Uiteindelijk: een hoop frustratie!
Conclusie: -van mijzelf- Amateurs worden door sommigen niet serieus genomen, bepaalde archeologen kunnen niet communiceren. Tuurlijk wij zijn liefhebbers die veel voor hun hobby over hebben, maar hoeven niet alles over ons heen laten gaan.
Behandel iedereen zoals je ook zelf behandelt wilt worden.

De gemeente mag wel eens beter met de regels omgaan.

 

Archeoloog in spe!

Gekke vraag misschien...Thijmen is sinds de corona ellende op stap met een metaaldetector en heeft al allerlei leuke dingen gevonden op de Noord Es hier in Rolde. Tijdens het zoeken neemt hij ook een tas vol stenen mee naar huis 🙂hij heeft ze uitgezocht en een deel ligt hier nu in de plantenbak 😅. Hij heeft jouw website bekeken en wil graag meer leren en waar hij op kan letten tijdens het zoeken, heb jij misschien goede tips wat hij zou kunnen lezen:)? 

Thijmen aan het zoeken met de metaaldetectorDe volgende dag al stond Thijmen met zijn vondstenbakje aan mijn tafel. De jongen van acht (!) vertelde ronduit over zijn avonturen, over zijn steentjes, de metaaldetector die hij voor zijn verjaardag gekregen had, de bijl van zijn opa enz. enz. Er kwam geen einde aan. Eén en al enthousiasme!!
Het werkte aanstekelijk, ik begon me steeds meer te verbazen over zijn kennis en spreekvaardigheid. Helaas, hem blij maken met een echt prehistorisch artefact kon ik (nog) niet. De meegebrachte steentjes kunnen het best in de plantenbak blijven liggen. Voor een vitrinekast is het (nog) te vroeg. Thijmen en zijn bijl
Voor Thijmen breekt een moeilijke tijd aan -trouwens ook voor de Verteller van het Oude-, de akkerlanden zijn allemaal ingezaaid. Hij zal een half jaartje geduld moeten hebben, dan gaan we een keer samen zoeken. 
En dan komt dat vitrinekastje er ook!

Reünie in de bossen

Miranda de Wit, interview de spiekerEven was ik terug in 2003. Toen ontmoette ik Miranda de Wit voor het eerst. Aan de oevers van het Zuidlaardermeer groeven zij en ik onder de bezielende leiding van Piet Kooi naar sporen van onze voorouders. Nadien hebben onze wegen elkaar nog vele malen gekruist.
Inmiddels is Miranda senior archeoloog bij ingenieursbureau MUG. Onlangs is ze toegetreden tot de redactie van “De Spieker”, het archeologisch periodiek van de Drents Prehistorische Vereniging. Haar eerste opdracht bestond uit het interviewen van een amateurarcheoloog -in dit geval de Verteller van het Oude”-. Nu ben ik doorgaans niet zo enthousiast om in een krantje te vertellen, maar Miranda kon ik niet weigeren! Het werd een super gezellig weerzien, herinneringen werden opgehaald en de tijd vloog om!
De zon scheen heerlijk door de bomen van het bos, de thee smaakte goed en het gezelschap was voortreffelijk. Wat wil een mens nog meer in deze donkere corona tijden. Ja juist, een leuk stukje in “De Spieker’! Oordeel zelf, het blad komt in juni uit. De Verteller van het Oude is in ieder geval enthousiast.

Conservator vertelt!

Een tijdje geleden heb ik aandacht geschonken aan een prachtig Neanderthaler artefact, dat Willy van Wingerden op het Noordzeestrand vond. Een tijdlang beheerste deze vondst het archeologisch nieuws. Ook in het buitenland werd er aan deze afslag voorzien van bergenteer aandacht aan besteed.
Het RMO in Leiden plaats met enige regelmaat filmpjes op het internet over belangrijke vondsten in Nederland. 
Luc Amkreutz, conservator, geeft een “college” van acht minuten over Willy’s voorwerp. Uitermate leuk!
Klik hier voor het college van Luc.

Hoe zwaarder hoe beter!

napjes steen, eerste vondst Fokke Kiestra - 28 kiloIn de serie Verhalen van (amateur)archeologen is vandaag Fokke Kiestra aan de beurt. Af en toe moet het flink buffelen zijn voor hem. Het meesjouwen van meer dan 50 kg aan stenen is heel gewoon. Fokke verzamelt maalstenen, slijpstenen en napjesstenen. Zoals hij het zelf uitdrukt: Je komt ze gewoon tegen, of niet!” De meesten van ons, waaronder ikzelf, bezitten slechts een enkel exemplaar. De woonkamer, garage en de tuin van Fokke liggen vol!
Klik hier voor de link naar zijn verhaal vol met vondstanekdotes. 

Van een lamme arm en een goed oog

gebroken kling van danien vuursten - midden paleolithicumIets nieuws proberen! Zwaaien met je metaaldetector op één van je vindplaatsen, met als doel een bronzen bijl te vinden (als die er al zou liggen!). Het viel me de eerste keer niet mee. Ten eerste; waar moet je beginnen? De akker was groot en de vondsten lagen behoorlijk verspreid. Ik besloot in het lage gedeelte mijn geluk te gaan beproeven. Na een half uur, het tweede punt, begonnen mijn armen het gewicht van de detector behoorlijk te voelen. Wat moeten die mannen en vrouwen die deze hobby uitvoeren, beschikken over sterke armspieren. gebroken kling danien vuursten - midden paleolithicum
Net toen ik op het punt stond op te geven, viel mijn oog op een stukje Danien vuursteen. Het bleek het proximaal gedeelte van een gebroken kling te zijn. Danien vuursteen verweert heel anders dan vuursteen uit latere fases. De windlak is veel minder duidelijk aanwezig en het artefact blijft veel scherper. Met behulp van een loep kon ik de windlak goed zien en daardoor heb ik weer een midden paleolithische artefact aan mijn collectie toevoegd.
En de metaal vondsten? Een zilveren knoopje en een musket kogeltje. Ook niet slecht voor een amateur, maar die bronzen bijl blijft nog steeds op me wachten.

Verteller wordt detector man

Kan dat zo zo maar? Een steentjes verzamelaar die met een metaaldetector gaat zwaaien? Een medezoeker naar artefacten schold me al uit voor “schatjager”, blijkbaar een gevoelig onderwerp.
Directe aanleiding tot de aanschaf vormde de corona crisis, de MP van Nederland stond op het punt maatregelen af te kondigen. Ik zag mezelf al thuis zitten, niks meer te doen. Alle klusjes gedaan, mensen vermeden en de eenzaamheid toegelaten. 
Een diep gekoesterde wens was altijd nog het vinden van een bronzen bijl. Ik heb een paar sites die volledig uit de bronstijd stammen, potentiële kanshebbers voor de droom. 
Het doel is duidelijk tijdens deze moeilijke tijden, nu alleen nog even vinden(!!??).
Voor de kenners; mijn nieuwste speeltje is een Macro Multi-Kruzer.

Maart

Midden Paleolieth 

midden paleolieth verteller van het oude (1)Bij midden Paleolithen denken we onmiddellijk aan vuistbijlen. Natuurlijk, het zijn de meest aansprekende voorwerpen van onze voorouders. Maar ik kan ook helemaal uit mijn dak gaan van kleinere producten uit lang vervlogen tijden. 
Een week geleden liep ik over de velden, het was het eind van een langdurige periode met volop regen. De akker lag er fantastisch bij, aan mp dacht ik niet. Het betrof hier een vindplaats met vnl. neolithisch materiaal. Na een uurtje volop gezonde lucht getankt te hebben,midden paleolieth verteller van het oude (2) liep ik naar het hek waardoor ik ook binnengekomen was. Ik wilde er net overheen klimmen, toen mijn blik bleef rusten op een goudgele, in de zon schitterende steen.  
Ze is slecht drie centimeter lang, heeft dezelfde breedte en is 0,4 cm dik. De windlak en de minuscule putjes waren door het weerkaatsende zonlicht duidelijk te zien. Als ultiem bewijs; de kleine slagbobbel, de slagbeschadiging, het negatief op de achterzijde. 
U vraagt zich misschien af op welke wijze ik uit mijn dak ging. Helaas, te gênant om te beschrijven!

Open dag in Borger

ijzertijd boerderij Borger 2020In de verte zag ik de bulten zand al liggen, een bekend gezicht. Toch was het al jaren geleden dat ik aan de Daalkampen in Borger was geweest. In 2004 om precies te zijn, toen om de getrokken proefsleuven in dienst van het ARC te tekenen. Zestien jaar later wordt het terrein bebouwd en moet het eerst vlak dekkend worden opgegraven. Ditmaal door het archeologisch onderzoeksbureau RAAP.
In de “opgravingskeet” was een kleine expositie ingericht met vondsten en kaarten, terwijl diverse medewerkers rondleidingen verzorgden. Voor het publiek was een mooie opgravingsfolder gemaakt.
Ik was er kort na de opening van de “open dag”, opvallend was de grote hoeveelheid mensen die al op het opgravingsterrein liep. Het werd een weerzien met vele oude bekenden, waaronder de leider van het project Janneke Hielkema. Zij vertelde dat er al minstens 11 huizenplattegronden op het ruim 2 hectare grote terrein waren gevonden, diverse spiekers en andere structuren uit de ijzer,- en bronstijd.
Hoogtepunt voor mij was de plattegrond van een boerderij uit (vml.) de ijzertijd. Vijfentwintig meter lang en superscherp afstekend in het gele zand.
Persoonlijk vind ik het jammer dat bovenop de es gebouwd wordt, in Drenthe is deze omgeving archeologisch gezien een waar mekka. Borger bewijst het maar weer eens. De aanblik van de es met daarop de vele huizen zal straks heel anders zijn, totaal vervreemd van het beeld wat we hebben van het “Olde land”. Jammer.

Illegale opgraving

Trechterbekeraardewerk WaN IIk was jong, ik was wild, ik wist nog niet zo veel van archeologie. Allemaal verontschuldigingen die waar zijn, maar eigenlijk niet als excuus mogen dienen. De Verteller van het Oude neemt u mee naar 1990, het jaar waarin mijn archeologische activiteiten begon, maar dus ook mijn allergrootste blunder.
Klik hier voor het verhaal.

Reünie in Tolbert

Drelsdorf groep en VenemaEens in de zoveel tijd gaat een groepje Drentse amateurarcheologen richting het noorden van Duisland, naar Drelsdorf. Wij zijn daar behulpzaam bij het zoeken naar Neanderthaler artefacten op het tot nog toe noordelijkst gelegen kampement van deze voorouders. De resultaten zijn ronduit spectaculair en krijgen ruim aandacht in de Nederlandse en Duitse pers.
Behalve dat het onderzoek zeer interessant is, valt ook de kameraadschap onder de zoekers op. Zodra het woord Drelsdorf valt, worden activiteiten op een laag pitje gezet, werkgevers geïnformeerd over de aanstaande zoektocht, en eventuele schoonmoeders afgezegd. Kortom alles moet wijken. Voor ons wordt de wetenschap gecombineerd met (zoals één zoeker het uitdrukte) met een schoolreisje.
Eigenlijk was het gisteravond niet anders. Bijeengekomen in Tolbert, in het museum van Geert Venema aan de Hendrik de Haanweg nr. 19, werd het weer een feestje. Vol met grappen en grollen, herinneringen en in museum Venematoekomstplannen.
Onze gastheer Geert, heeft op bovenstaand adres een museum ingericht met eigen vondsten. Op het ogenblik bouwt hij (samen met zijn familie) aan een conferentiezaal. De Drelsdorfgangers zijn er zeer enthousiast over, niet in de laatste plaats omdat Geert ook de oudste Neanderthaler vondsten van Groningen tentoon stelt. Officieel is het museum nog niet geopend, maar bezoekers zijn wel al welkom, ff Geert bellen!
U kunt er altijd terecht, behalve als hij naar Drelsdorf is natuurlijk!

Absolute extase

Nieuws: kleumende Vertellervan het Oude en zijn kernIk geeft toe, het artefact ziet er beter uit dan de kleumende Verteller van het Oude. Alhoewel, op het tijdstip van de foto had ik voor een moment geen last van de snijdende wind, de zon brak door.
Even daarvoor had mijn zoekmaatje Jan ( de man van het prachtige verhaal hieronder) een werkelijk schitterende 9 cm lange klingafslag gevonden van kwartsiet houdende zandsteen. Terwijl ik mijn GPS tevoorschijn haalde speurden mijn ogen de directe omgeving af. En ja hoor, daar lag ze! De achter de wolken tevoorschijn komende zon verwarmde een negatief en het artefact weerkaatste de straal recht in mijn pupillen. Even stokte mijn adem. Een negatief was van afstand duidelijk te zien, als volleerd roofdier dook ik op mijn prooi af. De vondst van Jan volledig uit mijn korte termijn geheugen bannend. Ik ontrukte haar aan de aarde die haar meer dan 30.000 jaar omsloten had. Dankbaar liet ze me haar volle glorie zien.Nieuws: detail kern (MP)
“Een Middenpaleolitische kern”, schoot er onmiddellijk door mijn hoofd. En inderdaad de klingafslagen (en de pogingen daartoe) zijn voorzien van een dikke laag windlak, er zitten kleine putjes in het oppervlak. Allemaal goede kenmerken. Helaas is de achterzijde beschadigd en verrommeld. Daar zit geen bewijs op.
Benieuwd wat de experts ervan zeggen, de opwinding van het vinden blijft hoe dan ook een eeuwige herinnering.

Verhalen van (amateur)archeologen: Jan van Rijn

In het nieuws: Neanderthaler opgraving PeestEen druk baasje die Jan! Voor zijn werk pendelend tussen Nederland en het buitenland en daarnaast nog tijd hebbend voor zijn hobby.
Op de foto tijdens de Neanderthaler opgraving in Peest, samen met de Verteller van het Oude en uiterst links Geert Venema. Ik had gedacht dat de mooiste vondst van Jan met deze gedenkwaardige gebeurtenis te maken zou hebben, niets is minder waar. Jan blijft bij zijn eerste vondst, een krombeksteker.
Lees in “archeologische vondsten” (boven in de taakbalk) zijn verhaal, of klik hier voor deze “love story”.

Februari
Kerntjes

Kerntjes WiE II, vondsten uit 1994Ze zijn slechts een paar centimeter lang deze kernen uit het Mesolithicum. Maar wat zijn ze mooi. Toch onvoorstelbaar dat onze voorouders hier nog gebruiksvoorwerpen van maakten.
Volgens Beuker (pp.164): ”De klingen (en dus ook de kernen, kernpreparaties, etc.) zijn echter beduidend kleiner dan in de voorgaande periode. De lengte varieert tussen 2 en 4 cm. en gaat de 5 cm. doorgaans niet te boven. Het aantal kernvormen in het Mesolithicum verschilt sterk. Zowel piramidale, als klingkernen met twee tegenover elkaar liggende slagvlakken en kernen met een recht vlak met negatieven komen voor. Daarnaast vinden we discoïdale kernen en onregelmatige kernen.”
Van de klingen werden microlieten gemaakt. Het woord zegt het al, uiterst kleine voorwerpjes. M.i. voornamelijk geschikt voor pijlbewapening en weerhaken. Een mening die Erik Drenth (zie hieronder in het artikel “Een wandelende encyclopedie”) meent te betwijfelen op grond van gedane gebruikssporen onderzoek.
Alle kernen (14 in totaal) komen van één vindplaats. Ze verzameld in 1994, nadien heeft de boer gras gezaaid en heb ik dus nooit meer daar kunnen zoeken. Helaas, want het betreft een vrij kleine plek, die waarschijnlijk niet vaak bezocht is door onze voorouders. Ik vond er slechts vijf spitsen (2 d-spitsen, een sauveterre, een a-spits en een b-spits), hetgeen verwonderlijk is gezien het grote aantal kernen. Verder kwamen nog een vuurmaker, twee schrabbers, een steker en twee klopsteentjes tevoorschijn. Naast een groot aantal klingen (< 2cm) en afslagen uiteraard.
Na 25 jaar wordt het wel eens tijd om er bouwland van te maken!

Onverwachte vindplaats

In het nieuws: Mesolithische Vindplaats ZeE VISoms moet je het als amateurarcheoloog niet hebben van de vondsten. Je hebt van die dagen dat je akkers bezoekt waarvan je weet dat er niet zoveel te vinden is. Een gedachte die zich in de loop van de jaren heeft gevormd. Ze ligt vaak in een gebiedje dat er op het oog laag en egaal uitziet. Geen enkel kopje te zien waar de prehistorische mens zonder natte voeten te krijgen kon bivakkeren.
Aan de rand van de bewuste akker ligt een kleine vindplaats uit het Neolithicum, hierover had ik regelmatig gelopen. Het natte land in de omgeving zag er niet bewoonbaar uit. Daarom had ik maar gelaten om het te onderzoeken. In de loop van de jaren begon het toch te knagen, immers niet-onderzoeken is ook niet-weten. Daarom vandaag de “stoute” schoenen aangetrokken, weliswaar met weinig hoop in het archeologische brein.
Maar wat kan het anders lopen. Immers pas op in het veld kun je de ware bodem omstandigheden waarnemen. In de loop der jaren zijn onze akkers, door het intensief ploegen, behoorlijk geëgaliseerd.
De Verteller van het Oude liep samen met zoekmaatje Jan van Buuren op de enorme akker. De natuur was schitterend, een koppel reeën was niet onder de indruk van ons en liet zich de hele middag zien. Aan de rand van de akker waren diverse vossenholen (en verlaten konijnenholen), te zien. Over het land liepen sporen van de eerder genoemde reeën en van marterachtigen. Ze kwamen van of gingen naar een bosje. Onze grote voetstappen volgden over het natte land de afdrukken. En daar lag ze, om de hoek, achter het bosje!
Een kleine verhoging in het landschap, aangeploegd en dichtgereden door de boer. Miserabele vondstomstandigheden dus. Gezien het aantal mesolithische vondsten dat we opraapten moet het na een ploegbeurt geweldig zoeken worden. Nu al kwamen er enkele mooie kernen, afslagen en klingen te liggen in de vondstzakjes.
Wat kan een mens zich dus vergissen!

Twijfel uit het Mesolithicum

Een wandelende encyclopedie, een andere benaming weet ik niet voor Erik Drenth. Wat een feitenkennis heeft deze man en wat een breed interessegebied!
Ik mocht een lezing over de indeling van microlieten bijwonen, een onderwerp waar ik toch wel wat van afweet. Maar ik werd volkomen omver geblazen door de senior archeologist and senior specialist material culture Prehistory van BAAC.In het nieuws: Erik Drenth, lezing mesolithicum
Erik had de indeling van microlieten eens onder de loep genomen en had zich afgevraagd of de huidige indeling correct was. Wanneer noem je een A-spits nu zo? Officieel als het een lange geretoucheerde zijde heeft, maar wat nu als ze bijna een geretoucheerde zijde heeft. Hoe noem je haar dan?
Hij had een aantal mesolithische sites uit Limburg met elkaar vergeleken. Tevens waren de artefacten aan een gebruikssporenonderzoek onderworpen. En juist daar kwam iets verrassends uit. Altijd werd gedacht dat microlieten gebruikt werden voor de jacht, als spits of als weerhaak. Deze theorie werd door het gebruikssporen onderzoek onderuit gehaald. De sporen duidden op een allround gebruik. Snijden van vlees en bijvoorbeeld ook hout.
Erik toonde aan dat in het laat-mesolithicum een veel breder spectrum aan microlieten voorkwam dan tot nog toe werd aangenomen, tevens geldt dat voor het begin van het mesolithicum (rond 9000 voor Chr.).
Hij gaf gelijk toe dat zijn onderzoek slechts in een beperkt deel van Nederland (het zuiden) en België had plaatsgevonden. Eigenlijk moet de opzet veel breder, het noorden van ons land zou erbij betrokken moeten worden.
Zijn bedoeling was ons duidelijk te maken dat er over het Mesolithicum eigenlijk nog veel te onderzoeken valt. Als voorbeeld noemde hij dat er bar weinig informatie beschikbaar is in de periode rond 6000 v. Chr.. De Verteller van het Oude hoopt dat Erik binnenkort in het noorden met een onderzoek kan starten.

Eén transversaalspits per dag

TransversaalsplitsDe laatste tijd heb ik het nogal druk met mijn werk. Alleen in de weekenden kom ik zo nu en dan toe aan het zelf lopen over een van mijn vindplaatsen. Maar nu het wat langer licht blijft, kan ik na gedane arbeid nog even zoeken.  Blijkbaar waren de goden met me, na niet al te lange tijd vond ik een transversaalspits. Lengte/breedte index van 53. 
Door dit succes aangemoedigd, toog ik de volgende dag wederom te velde. Het duurde nog geen kwartier of ik vond de hierboven afgebeelde transversaalspits met een index van 63. Ze heeft linksboven een kenmerkende beschadiging die bij gebruik is ontstaan. Zou de afgeschoten spits een rib hebben geraakt of schoot de jager gewoon mis en werd ze beschadigd tijdens de landing?
De lengte breedte verhouding is een maatstaf (geen 100% zekere) voor het determineren van de spits. Transversaalspitsen hebben een lange range van voorkomen. Van Mesolithicum tot aan de Enkelgrafcultuur. Marcel Niekus heeft naar de l/b verhouding onderzoek gedaan en kon zodoende een tabel maken. Mijn indexen vallen binnen de Trechterbekercultuur.
Morgen maar weer even een frisse neus halen!

Rijckholt, een rijke collectie!

Hakken, Rijckholt collectie WaterbolkEerder in dit (ouder)nieuws heeft u al kunnen lezen dat ik samen met de VAEE (experimentele archeologie) bezig ben een vuursteen collectie uit Rijckholt (Zuid-Limburg) in kaart te brengen en te beschrijven. De artefacten stammen uit diverse opgravingen die onder leiding van de bekende archeologen Waterbolk en Van Giffen zijn doorgevoerd.
Zondag 16 februari was het weer zover, de herstart van de determinatie van de artefacten. Een monsterklus!
Maar wat een genoegen! Honderden bijlen en hakken (nodig om het vuursteen uit de mijnen te kappen) gingen door onze handen. Natuurlijk zaten er ook zakken bij waarvan het materiaal minder interessant was. Hiertussen zat altijd wel weer een gebruiksvoorwerp.
Het meeste van het materiaal is nooit in detail beschreven. De aandacht ging vooral uit naar de vuursteenmijn, hakken en bijlen. 
De bedoeling is dat eind van het jaar de collectie in haar geheel beschreven is, waarna zij teruggaat naar Limburg om een plek te krijgen in het nieuw te bouwen museum in Rijckholt. Terug naar huis dus!
Het is een langdurige klus die met een beperkt aantal mensen moeilijk vol te houden is. Vandaar de oproep van de Verteller van het Oude, helpt u mee? Enige kennis van artefacten is vereist. Geef mij even een telefoontje (zie contact), zaterdag 29 maart is de volgende determinatiedag.

Op stap met de Drents Prehistorische Vereniging

Op stap met Drents Prehistorische Vereniging
Zou Valentijn, een dag na zijn/haar liefdesverklaring, nog een verlaat geschenk op het veld hebben achtergelaten? Vol goede moed betrad de groep Drents Prehistorische Vereniging leden de akker.

Een uur daarvoor waren we bijeengekomen in een Zeegser hotel. Jan van Buuren, Gosse Kerkhof en de Verteller van het Oude organiseren met enige regelmaat een zoektocht voor leden van deze vereniging. Doel is hen kennis te laten maken met het werk van de amateurarcheoloog. Er komt meer bij kijken dan alleen steentjes rapen; een goede documentatie van de vindplaats, een vondstenregistratie systeem en een zorgvuldige verwerking (inclusief melding aan de autoriteiten).
De Verteller van het Oude had een deel van zijn vondstcollectie meegenomen, zodat al inzicht verkregen werd in de te verwachten artefacten. Het zoeken vond namelijk plaats op twee van zijn vindplaatsen. Eén uit het Neolithicum, met transversaalspits en Trechterbeker aardewerk, de andere uit vml. het Jong-Paleolithicum.
De zware regenval van de afgelopen weken had ervoor gezorgd dat de zichtbaarheid op de akkers niet optimaal was. De grond was dichtgeslibd. Desondanks lieten de 16 mannen en vrouwen zich niet ontmoedigen. Ruim twee uur zoeken leverde een groot aantal artefacten op. Tweehonderd in totaal. Meest in het oog springend zijn de vier afslagen afkomstig van een bijl, deze had de Verteller van het Oude nog nooit op deze site gevonden. Blij verrast was hij ook met het oprapen van 9 jong-paleolithische afslagen, waarbij ook een concentratie kon worden vastgesteld.
Het voordeel van het zoeken met een grote groep is dat in korte tijd grote stukken land onderzocht kan worden. Zo werd duidelijk waar de grenzen van de vindplaatsen lagen. De groep bestond vnl. uit mensen die niet of nauwelijks zoekervaring hadden, allen hebben met volharding gezocht en artefacten uit de prehistorie gevonden.
Na afloop, onder het genot van een kom soep, werden de vondsten gedetermineerd. Diverse schrabbers, aardewerk, boortjes, schaven en aardewerk konden worden onderscheiden.
Een geslaagde dag, misschien volgend jaar weer.

Verhalen van (amateur)archeologen: Marcel Niekus

Dat Marcel Niekus een bekende steentijddeskundige is, weten alle liefhebbers van de archeologie. Regelmatig komt hij in het nieuws, bijvoorbeeld als er een prachtig boek over Neanderthalers verschijnt, of dat een amateurarcheoloog een schitterende vondst doet waar hij zijn licht over laat schijnen.
Maar wat waren zijn drijfveren om met te starten met de opleiding tot archeoloog, wat waren zijn topvondsten en wat hoopt hij nog te vinden? Lees in “archeologische vondsten” (boven in de taakbalk) zijn verhaal, of klik hier voor dit uiterst boeiend relaas, geheel geschreven in de kenmerkende stijl van Marcel.

30ste Steentijddag

Zaterdag 1 februari vertrok ik al vroeg (samen met enige archeologische maatjes) met de trein naar Leiden. In het universiteitsgebouw Lipsius werd voor de 30e keer de onder amateur en professionele archeologen zeer bekende steentijddag gehouden. Wat ooit in Groningen begon als een klein event is uitgegroeid tot een begrip.
Zelden ben ik ook zo enthousiast terug gereisd. Alle sprekers -gebeurt zelden- hebben me kunnen boeien met hun verhaal. Natuurlijk speelde ook het onderwerp mee. De Neanderthaler was ruim “vertegenwoordigd!”
Mijn collectie archeologische boeken werd ook nog eens behoorlijk aangevuld.  Ach, wat kan een mens nog meer wensen.
Van de lezingen zijn abstracts gemaakt. Lees hier de korte samenvatting, u wordt enthousiast en we zien elkaar op de 31e bijeenkomst!

Subsidie nieuws DPV

In oktober 2018 heb ik samen met Jan van Rijn en Ronald Popken een archeologische begeleiding gedaan tijdens de aanleg van een drainagesysteem op een evenementen terrein in Dwingeloo. Wij kwamen daar een structuur van stenen tegen met daarop en omheen vele ijzerslakken en houtskoolresten. Ook werden twee vml. afvalkuilen door ons waargenomen met daarin vele ijzerslakken. Het lijkt te gaan om een plaats waar grootschalige (?) ijzerproductie heeft plaatsgevonden. Om meer duidelijkheid te krijgen omtrent de datering en samenstelling van de ijzerslakken werd een aanvraag bij het wetenschappelijk fonds van de Drents Prehistorische Vereniging gedaan. Een bedrag van €1615,- werd ons toegekend.
Binnenkort hoop ik u de resultaten te kunnen meedelen. Wie weet vindt er nog een vervolgonderzoek plaats.

 

 

 

trefwoord: nieuws, nieuws, nieuws, nieuws, nieuws, nieuws, nieuws, nieuws, nieuws, nieuws, nieuws, nieuws, nieuws, nieuws, nieuws, nieuws, nieuws, nieuws, nieuws.

 

Laat u inspireren door mijn verhalen uit het verleden!