Nieuws (2020) Mijn archeologische belevenissen en nieuws van anderen

Maart

Midden Paleolieth 

midden paleolieth verteller van het oude (1)Bij midden Paleolithen denken we onmiddellijk aan vuistbijlen. Natuurlijk, het zijn de meest aansprekende voorwerpen van onze voorouders. Maar ik kan ook helemaal uit mijn dak gaan van kleinere producten uit lang vervlogen tijden. 
Een week geleden liep ik over de velden, het was het eind van een langdurige periode met volop regen. De akker lag er fantastisch bij, aan mp dacht ik niet. Het betrof hier een vindplaats met vnl. neolithisch materiaal. Na een uurtje volop gezonde lucht getankt te hebben,midden paleolieth verteller van het oude (2) liep ik naar het hek waardoor ik ook binnengekomen was. Ik wilde er net overheen klimmen, toen mijn blik bleef rusten op een goudgele, in de zon schitterende steen.  
Ze is slecht drie centimeter lang, heeft dezelfde breedte en is 0,4 cm dik. De windlak en de minuscule putjes waren door het weerkaatsende zonlicht duidelijk te zien. Als ultiem bewijs; de kleine slagbobbel, de slagbeschadiging, het negatief op de achterzijde. 
U vraagt zich misschien af op welke wijze ik uit mijn dak ging. Helaas, te gênant om te beschrijven!

Open dag in Borger

ijzertijd boerderij Borger 2020In de verte zag ik de bulten zand al liggen, een bekend gezicht. Toch was het al jaren geleden dat ik aan de Daalkampen in Borger was geweest. In 2004 om precies te zijn, toen om de getrokken proefsleuven in dienst van het ARC te tekenen. Zestien jaar later wordt het terrein bebouwd en moet het eerst vlak dekkend worden opgegraven. Ditmaal door het archeologisch onderzoeksbureau RAAP.
In de “opgravingskeet” was een kleine expositie ingericht met vondsten en kaarten, terwijl diverse medewerkers rondleidingen verzorgden. Voor het publiek was een mooie opgravingsfolder gemaakt.
Ik was er kort na de opening van de “open dag”, opvallend was de grote hoeveelheid mensen die al op het opgravingsterrein liep. Het werd een weerzien met vele oude bekenden, waaronder de leider van het project Janneke Hielkema. Zij vertelde dat er al minstens 11 huizenplattegronden op het ruim 2 hectare grote terrein waren gevonden, diverse spiekers en andere structuren uit de ijzer,- en bronstijd.
Hoogtepunt voor mij was de plattegrond van een boerderij uit (vml.) de ijzertijd. Vijfentwintig meter lang en superscherp afstekend in het gele zand.
Persoonlijk vind ik het jammer dat bovenop de es gebouwd wordt, in Drenthe is deze omgeving archeologisch gezien een waar mekka. Borger bewijst het maar weer eens. De aanblik van de es met daarop de vele huizen zal straks heel anders zijn, totaal vervreemd van het beeld wat we hebben van het “Olde land”. Jammer.

Illegale opgraving

Trechterbekeraardewerk WaN IIk was jong, ik was wild, ik wist nog niet zo veel van archeologie. Allemaal verontschuldigingen die waar zijn, maar eigenlijk niet als excuus mogen dienen. De Verteller van het Oude neemt u mee naar 1990, het jaar waarin mijn archeologische activiteiten begon, maar dus ook mijn allergrootste blunder.
Klik hier voor het verhaal.

Reünie in Tolbert

Drelsdorf groep en VenemaEens in de zoveel tijd gaat een groepje Drentse amateurarcheologen richting het noorden van Duisland, naar Drelsdorf. Wij zijn daar behulpzaam bij het zoeken naar Neanderthaler artefacten op het tot nog toe noordelijkst gelegen kampement van deze voorouders. De resultaten zijn ronduit spectaculair en krijgen ruim aandacht in de Nederlandse en Duitse pers.
Behalve dat het onderzoek zeer interessant is, valt ook de kameraadschap onder de zoekers op. Zodra het woord Drelsdorf valt, worden activiteiten op een laag pitje gezet, werkgevers geïnformeerd over de aanstaande zoektocht, en eventuele schoonmoeders afgezegd. Kortom alles moet wijken. Voor ons wordt de wetenschap gecombineerd met (zoals één zoeker het uitdrukte) met een schoolreisje.
Eigenlijk was het gisteravond niet anders. Bijeengekomen in Tolbert, in het museum van Geert Venema aan de Hendrik de Haanweg nr. 19, werd het weer een feestje. Vol met grappen en grollen, herinneringen en in museum Venematoekomstplannen.
Onze gastheer Geert, heeft op bovenstaand adres een museum ingericht met eigen vondsten. Op het ogenblik bouwt hij (samen met zijn familie) aan een conferentiezaal. De Drelsdorfgangers zijn er zeer enthousiast over, niet in de laatste plaats omdat Geert ook de oudste Neanderthaler vondsten van Groningen tentoon stelt. Officieel is het museum nog niet geopend, maar bezoekers zijn wel al welkom, ff Geert bellen!
U kunt er altijd terecht, behalve als hij naar Drelsdorf is natuurlijk!

Absolute extase

Nieuws: kleumende Vertellervan het Oude en zijn kernIk geeft toe, het artefact ziet er beter uit dan de kleumende Verteller van het Oude. Alhoewel, op het tijdstip van de foto had ik voor een moment geen last van de snijdende wind, de zon brak door.
Even daarvoor had mijn zoekmaatje Jan ( de man van het prachtige verhaal hieronder) een werkelijk schitterende 9 cm lange klingafslag gevonden van kwartsiet houdende zandsteen. Terwijl ik mijn GPS tevoorschijn haalde speurden mijn ogen de directe omgeving af. En ja hoor, daar lag ze! De achter de wolken tevoorschijn komende zon verwarmde een negatief en het artefact weerkaatste de straal recht in mijn pupillen. Even stokte mijn adem. Een negatief was van afstand duidelijk te zien, als volleerd roofdier dook ik op mijn prooi af. De vondst van Jan volledig uit mijn korte termijn geheugen bannend. Ik ontrukte haar aan de aarde die haar meer dan 30.000 jaar omsloten had. Dankbaar liet ze me haar volle glorie zien.Nieuws: detail kern (MP)
“Een Middenpaleolitische kern”, schoot er onmiddellijk door mijn hoofd. En inderdaad de klingafslagen (en de pogingen daartoe) zijn voorzien van een dikke laag windlak, er zitten kleine putjes in het oppervlak. Allemaal goede kenmerken. Helaas is de achterzijde beschadigd en verrommeld. Daar zit geen bewijs op.
Benieuwd wat de experts ervan zeggen, de opwinding van het vinden blijft hoe dan ook een eeuwige herinnering.

Verhalen van (amateur)archeologen: Jan van Rijn

In het nieuws: Neanderthaler opgraving PeestEen druk baasje die Jan! Voor zijn werk pendelend tussen Nederland en het buitenland en daarnaast nog tijd hebbend voor zijn hobby.
Op de foto tijdens de Neanderthaler opgraving in Peest, samen met de Verteller van het Oude en uiterst links Geert Venema. Ik had gedacht dat de mooiste vondst van Jan met deze gedenkwaardige gebeurtenis te maken zou hebben, niets is minder waar. Jan blijft bij zijn eerste vondst, een krombeksteker.
Lees in “archeologische vondsten” (boven in de taakbalk) zijn verhaal, of klik hier voor deze “love story”.

Februari
Kerntjes

Kerntjes WiE II, vondsten uit 1994Ze zijn slechts een paar centimeter lang deze kernen uit het Mesolithicum. Maar wat zijn ze mooi. Toch onvoorstelbaar dat onze voorouders hier nog gebruiksvoorwerpen van maakten.
Volgens Beuker (pp.164): ”De klingen (en dus ook de kernen, kernpreparaties, etc.) zijn echter beduidend kleiner dan in de voorgaande periode. De lengte varieert tussen 2 en 4 cm. en gaat de 5 cm. doorgaans niet te boven. Het aantal kernvormen in het Mesolithicum verschilt sterk. Zowel piramidale, als klingkernen met twee tegenover elkaar liggende slagvlakken en kernen met een recht vlak met negatieven komen voor. Daarnaast vinden we discoïdale kernen en onregelmatige kernen.”
Van de klingen werden microlieten gemaakt. Het woord zegt het al, uiterst kleine voorwerpjes. M.i. voornamelijk geschikt voor pijlbewapening en weerhaken. Een mening die Erik Drenth (zie hieronder in het artikel “Een wandelende encyclopedie”) meent te betwijfelen op grond van gedane gebruikssporen onderzoek.
Alle kernen (14 in totaal) komen van één vindplaats. Ze verzameld in 1994, nadien heeft de boer gras gezaaid en heb ik dus nooit meer daar kunnen zoeken. Helaas, want het betreft een vrij kleine plek, die waarschijnlijk niet vaak bezocht is door onze voorouders. Ik vond er slechts vijf spitsen (2 d-spitsen, een sauveterre, een a-spits en een b-spits), hetgeen verwonderlijk is gezien het grote aantal kernen. Verder kwamen nog een vuurmaker, twee schrabbers, een steker en twee klopsteentjes tevoorschijn. Naast een groot aantal klingen (< 2cm) en afslagen uiteraard.
Na 25 jaar wordt het wel eens tijd om er bouwland van te maken!

Onverwachte vindplaats

In het nieuws: Mesolithische Vindplaats ZeE VISoms moet je het als amateurarcheoloog niet hebben van de vondsten. Je hebt van die dagen dat je akkers bezoekt waarvan je weet dat er niet zoveel te vinden is. Een gedachte die zich in de loop van de jaren heeft gevormd. Ze ligt vaak in een gebiedje dat er op het oog laag en egaal uitziet. Geen enkel kopje te zien waar de prehistorische mens zonder natte voeten te krijgen kon bivakkeren.
Aan de rand van de bewuste akker ligt een kleine vindplaats uit het Neolithicum, hierover had ik regelmatig gelopen. Het natte land in de omgeving zag er niet bewoonbaar uit. Daarom had ik maar gelaten om het te onderzoeken. In de loop van de jaren begon het toch te knagen, immers niet-onderzoeken is ook niet-weten. Daarom vandaag de “stoute” schoenen aangetrokken, weliswaar met weinig hoop in het archeologische brein.
Maar wat kan het anders lopen. Immers pas op in het veld kun je de ware bodem omstandigheden waarnemen. In de loop der jaren zijn onze akkers, door het intensief ploegen, behoorlijk geëgaliseerd.
De Verteller van het Oude liep samen met zoekmaatje Jan van Buuren op de enorme akker. De natuur was schitterend, een koppel reeën was niet onder de indruk van ons en liet zich de hele middag zien. Aan de rand van de akker waren diverse vossenholen (en verlaten konijnenholen), te zien. Over het land liepen sporen van de eerder genoemde reeën en van marterachtigen. Ze kwamen van of gingen naar een bosje. Onze grote voetstappen volgden over het natte land de afdrukken. En daar lag ze, om de hoek, achter het bosje!
Een kleine verhoging in het landschap, aangeploegd en dichtgereden door de boer. Miserabele vondstomstandigheden dus. Gezien het aantal mesolithische vondsten dat we opraapten moet het na een ploegbeurt geweldig zoeken worden. Nu al kwamen er enkele mooie kernen, afslagen en klingen te liggen in de vondstzakjes.
Wat kan een mens zich dus vergissen!

Twijfel uit het Mesolithicum

Een wandelende encyclopedie, een andere benaming weet ik niet voor Erik Drenth. Wat een feitenkennis heeft deze man en wat een breed interessegebied!
Ik mocht een lezing over de indeling van microlieten bijwonen, een onderwerp waar ik toch wel wat van afweet. Maar ik werd volkomen omver geblazen door de senior archeologist and senior specialist material culture Prehistory van BAAC.In het nieuws: Erik Drenth, lezing mesolithicum
Erik had de indeling van microlieten eens onder de loep genomen en had zich afgevraagd of de huidige indeling correct was. Wanneer noem je een A-spits nu zo? Officieel als het een lange geretoucheerde zijde heeft, maar wat nu als ze bijna een geretoucheerde zijde heeft. Hoe noem je haar dan?
Hij had een aantal mesolithische sites uit Limburg met elkaar vergeleken. Tevens waren de artefacten aan een gebruikssporenonderzoek onderworpen. En juist daar kwam iets verrassends uit. Altijd werd gedacht dat microlieten gebruikt werden voor de jacht, als spits of als weerhaak. Deze theorie werd door het gebruikssporen onderzoek onderuit gehaald. De sporen duidden op een allround gebruik. Snijden van vlees en bijvoorbeeld ook hout.
Erik toonde aan dat in het laat-mesolithicum een veel breder spectrum aan microlieten voorkwam dan tot nog toe werd aangenomen, tevens geldt dat voor het begin van het mesolithicum (rond 9000 voor Chr.).
Hij gaf gelijk toe dat zijn onderzoek slechts in een beperkt deel van Nederland (het zuiden) en België had plaatsgevonden. Eigenlijk moet de opzet veel breder, het noorden van ons land zou erbij betrokken moeten worden.
Zijn bedoeling was ons duidelijk te maken dat er over het Mesolithicum eigenlijk nog veel te onderzoeken valt. Als voorbeeld noemde hij dat er bar weinig informatie beschikbaar is in de periode rond 6000 v. Chr.. De Verteller van het Oude hoopt dat Erik binnenkort in het noorden met een onderzoek kan starten.

Eén transversaalspits per dag

TransversaalsplitsDe laatste tijd heb ik het nogal druk met mijn werk. Alleen in de weekenden kom ik zo nu en dan toe aan het zelf lopen over een van mijn vindplaatsen. Maar nu het wat langer licht blijft, kan ik na gedane arbeid nog even zoeken.  Blijkbaar waren de goden met me, na niet al te lange tijd vond ik een transversaalspits. Lengte/breedte index van 53. 
Door dit succes aangemoedigd, toog ik de volgende dag wederom te velde. Het duurde nog geen kwartier of ik vond de hierboven afgebeelde transversaalspits met een index van 63. Ze heeft linksboven een kenmerkende beschadiging die bij gebruik is ontstaan. Zou de afgeschoten spits een rib hebben geraakt of schoot de jager gewoon mis en werd ze beschadigd tijdens de landing?
De lengte breedte verhouding is een maatstaf (geen 100% zekere) voor het determineren van de spits. Transversaalspitsen hebben een lange range van voorkomen. Van Mesolithicum tot aan de Enkelgrafcultuur. Marcel Niekus heeft naar de l/b verhouding onderzoek gedaan en kon zodoende een tabel maken. Mijn indexen vallen binnen de Trechterbekercultuur.
Morgen maar weer even een frisse neus halen!

Rijckholt, een rijke collectie!

Hakken, Rijckholt collectie WaterbolkEerder in dit (ouder)nieuws heeft u al kunnen lezen dat ik samen met de VAEE (experimentele archeologie) bezig ben een vuursteen collectie uit Rijckholt (Zuid-Limburg) in kaart te brengen en te beschrijven. De artefacten stammen uit diverse opgravingen die onder leiding van de bekende archeologen Waterbolk en Van Giffen zijn doorgevoerd.
Zondag 16 februari was het weer zover, de herstart van de determinatie van de artefacten. Een monsterklus!
Maar wat een genoegen! Honderden bijlen en hakken (nodig om het vuursteen uit de mijnen te kappen) gingen door onze handen. Natuurlijk zaten er ook zakken bij waarvan het materiaal minder interessant was. Hiertussen zat altijd wel weer een gebruiksvoorwerp.
Het meeste van het materiaal is nooit in detail beschreven. De aandacht ging vooral uit naar de vuursteenmijn, hakken en bijlen. 
De bedoeling is dat eind van het jaar de collectie in haar geheel beschreven is, waarna zij teruggaat naar Limburg om een plek te krijgen in het nieuw te bouwen museum in Rijckholt. Terug naar huis dus!
Het is een langdurige klus die met een beperkt aantal mensen moeilijk vol te houden is. Vandaar de oproep van de Verteller van het Oude, helpt u mee? Enige kennis van artefacten is vereist. Geef mij even een telefoontje (zie contact), zaterdag 29 maart is de volgende determinatiedag.

Op stap met de Drents Prehistorische Vereniging

Op stap met Drents Prehistorische Vereniging
Zou Valentijn, een dag na zijn/haar liefdesverklaring, nog een verlaat geschenk op het veld hebben achtergelaten? Vol goede moed betrad de groep Drents Prehistorische Vereniging leden de akker.

Een uur daarvoor waren we bijeengekomen in een Zeegser hotel. Jan van Buuren, Gosse Kerkhof en de Verteller van het Oude organiseren met enige regelmaat een zoektocht voor leden van deze vereniging. Doel is hen kennis te laten maken met het werk van de amateurarcheoloog. Er komt meer bij kijken dan alleen steentjes rapen; een goede documentatie van de vindplaats, een vondstenregistratie systeem en een zorgvuldige verwerking (inclusief melding aan de autoriteiten).
De Verteller van het Oude had een deel van zijn vondstcollectie meegenomen, zodat al inzicht verkregen werd in de te verwachten artefacten. Het zoeken vond namelijk plaats op twee van zijn vindplaatsen. Eén uit het Neolithicum, met transversaalspits en Trechterbeker aardewerk, de andere uit vml. het Jong-Paleolithicum.
De zware regenval van de afgelopen weken had ervoor gezorgd dat de zichtbaarheid op de akkers niet optimaal was. De grond was dichtgeslibd. Desondanks lieten de 16 mannen en vrouwen zich niet ontmoedigen. Ruim twee uur zoeken leverde een groot aantal artefacten op. Tweehonderd in totaal. Meest in het oog springend zijn de vier afslagen afkomstig van een bijl, deze had de Verteller van het Oude nog nooit op deze site gevonden. Blij verrast was hij ook met het oprapen van 9 jong-paleolithische afslagen, waarbij ook een concentratie kon worden vastgesteld.
Het voordeel van het zoeken met een grote groep is dat in korte tijd grote stukken land onderzocht kan worden. Zo werd duidelijk waar de grenzen van de vindplaatsen lagen. De groep bestond vnl. uit mensen die niet of nauwelijks zoekervaring hadden, allen hebben met volharding gezocht en artefacten uit de prehistorie gevonden.
Na afloop, onder het genot van een kom soep, werden de vondsten gedetermineerd. Diverse schrabbers, aardewerk, boortjes, schaven en aardewerk konden worden onderscheiden.
Een geslaagde dag, misschien volgend jaar weer.

Verhalen van (amateur)archeologen: Marcel Niekus

Dat Marcel Niekus een bekende steentijddeskundige is, weten alle liefhebbers van de archeologie. Regelmatig komt hij in het nieuws, bijvoorbeeld als er een prachtig boek over Neanderthalers verschijnt, of dat een amateurarcheoloog een schitterende vondst doet waar hij zijn licht over laat schijnen.
Maar wat waren zijn drijfveren om met te starten met de opleiding tot archeoloog, wat waren zijn topvondsten en wat hoopt hij nog te vinden? Lees in “archeologische vondsten” (boven in de taakbalk) zijn verhaal, of klik hier voor dit uiterst boeiend relaas, geheel geschreven in de kenmerkende stijl van Marcel.

30ste Steentijddag

Zaterdag 1 februari vertrok ik al vroeg (samen met enige archeologische maatjes) met de trein naar Leiden. In het universiteitsgebouw Lipsius werd voor de 30e keer de onder amateur en professionele archeologen zeer bekende steentijddag gehouden. Wat ooit in Groningen begon als een klein event is uitgegroeid tot een begrip.
Zelden ben ik ook zo enthousiast terug gereisd. Alle sprekers -gebeurt zelden- hebben me kunnen boeien met hun verhaal. Natuurlijk speelde ook het onderwerp mee. De Neanderthaler was ruim “vertegenwoordigd!”
Mijn collectie archeologische boeken werd ook nog eens behoorlijk aangevuld.  Ach, wat kan een mens nog meer wensen.
Van de lezingen zijn abstracts gemaakt. Lees hier de korte samenvatting, u wordt enthousiast en we zien elkaar op de 31e bijeenkomst!

Subsidie nieuws DPV

In oktober 2018 heb ik samen met Jan van Rijn en Ronald Popken een archeologische begeleiding gedaan tijdens de aanleg van een drainagesysteem op een evenementen terrein in Dwingeloo. Wij kwamen daar een structuur van stenen tegen met daarop en omheen vele ijzerslakken en houtskoolresten. Ook werden twee vml. afvalkuilen door ons waargenomen met daarin vele ijzerslakken. Het lijkt te gaan om een plaats waar grootschalige (?) ijzerproductie heeft plaatsgevonden. Om meer duidelijkheid te krijgen omtrent de datering en samenstelling van de ijzerslakken werd een aanvraag bij het wetenschappelijk fonds van de Drents Prehistorische Vereniging gedaan. Een bedrag van €1615,- werd ons toegekend.
Binnenkort hoop ik u de resultaten te kunnen meedelen. Wie weet vindt er nog een vervolgonderzoek plaats.

 

 

 

trefwoord: nieuws, nieuws, nieuws, nieuws, nieuws, nieuws, nieuws, nieuws, nieuws, nieuws, nieuws, nieuws, nieuws, nieuws.

 

Laat u inspireren door mijn verhalen uit het verleden!