Nieuws mei/juni/juli 2026
Oerstrijd in Diever
Het wordt eens tijd!!
De Verteller van het Oude gaat voor het kampioenschap vuistbijlen maken. Ik heb nog nooit zoveel
geoefend, dit jaar moet het lukken.. Maar u kent het spreekwoord “Hoogmoed komt voor de ……”. De concurrentie is hevig, diverse ex-kampioenen doen ook dit jaar weer mee. De strijd wordt spannend, de afloop onzeker. Een waar spektakelstuk voor de toeschouwers! Maar of het Wilhelmus voor mij zal klinken?
Locatie: 12 oktober op de Brink in Diever, aanvang 10.00 uur tot 12.00 uur.
Rondom de wedstrijd is een gezellige markt met tal van activiteiten. Kom gerust langs om de deelnemers aan te moedigen!
Oertijdmarkt Emmen, de jubileum editie
De Oertijdmarkt in Emmen is een grote, jaarlliijkse themamarkt rondom archeologie, geologiie, mineralen en fossielen. De twintigste editie vindt plaats op zondag 26 juli 2026 van 10:00 tot 17:00 uur op de wielerbaan achter het stadion van FC Emmen. ArcheoFlint is er weer bij. Leer bij ons de eerste beginselen van het bewerken van vuursteen, uw eigen artefact maken of uw vaardigheden verder verdiepen.
Voor de jeugdigen; maak je eigen pijlpunt of speerpunt! Natuurlijk kun je ook weer voor een prikkie je eigen prehistorische ketting maken.
Voor meer info, ga hier naar de website van de markt
Vroegtijdig het graf in
Tja, ik moest toch een pakkende titel verzinnen om uw aandacht te trekken! Een beetje Telegraaf-stijl, zogezegd. Het verhaal is echter boeiend genoeg en heeft zo’n titel eigenlijk helemaal niet nodig.
Lindehøj is het plaatsje waar ik vandaag naartoe toog. Op de markantste heuveltop van de omgeving, met uitzicht op zee en het voormalige prehistorische dorp, ligt daar een goed bewaard hunebed.
Van verre is het monument al zichtbaar. Onder een vijf meter dikke laag zand bevinden zich twee tegenover elkaar gelegen kamers. Tegenover de ingang — in het midden van beide kamers — is nog een extra kamer gebouwd. Deze bezit nog een drempel, terwijl die bij de beide hoofdkamers ontbreekt.
De vloer is bedekt met witte kiezels. Door het vele water dat langs wanden en plafond naar beneden druipt, zijn ze in de loop der tijd echter donkerder geworden. Daardoor is het zicht binnenin de kamers aanzienlijk beperkter.
U leest het goed: u kunt naar binnen. Tegen betaling van een paar kronen krijgt u toestemming om dit privéterrein te betreden. Vroeger zat er een gesloten hek voor de ingang van het monument; tegenwoordig staat het permanent open. Kruipend door een lage ingangspartij kunt u — net als ik — het domein van onze overleden voorouders binnengaan.
In 1837 werd het hunebed ontdekt door een boer. Twee plaatselijke jongens van ongeveer zestien jaar oud hebben het monument vervolgens geopend en de voorwerpen en botresten meegenomen. Deze werden later aan de plaatselijke pastoor gegeven.
In de bronstijd is het hunebed opnieuw bezocht, getuige graveringen in twee stenen binnen in het graf. Onder andere een mensfiguur en een wiel zijn afgebeeld, naast een aantal voorstellingen waarvan de betekenis nog altijd onbekend is.
Zeker de moeite waard om te bezoeken wanneer u op Jutland bent.
Geklopt en akkoord bevonden
Wat is het ergste wat een steenklopper kan overkomen? U raadt het al: een gebrek aan vuursteen.
De afgelopen jaren zijn mijn vriend Ernest en ik vaak op pad geweest voor demonstraties en hebben we vele cursisten mogen ontvangen die zich de basisvaardigheden van het vuursteen bewerken eigen wilden maken.
Voor onze activiteiten gebruiken we noordelijk vuursteen, afkomstig uit Noord-Duitsland en Denemarken. U vraagt zich wellicht af waarom we geen vuursteen uit Nederland gebruiken. Het antwoord is simpel: de kwaliteit is abominabel. Tijdens de ijstijden is het materiaal door enorme ijsmassa’s naar onze streken vervoerd. Daarbij is het vuursteen onder grote druk komen te staan, met fragmentatie tot gevolg.
In Noord-Europa lag het vuursteen veilig opgeborgen in dikke lagen kalksteen. Daar zou het nu nog zitten, ware het niet dat de zee grote brokken heeft vrijgespoeld en mensen het in groeves aan het daglicht brengen.
Vandaag stond ik in zo’n groeve. De eigenaresse gaf toestemming om er te zoeken.
“Kijk eerst eens in die bulten!” zei ze, terwijl ze in de verte wees. “Misschien is dat wel wat jullie zoeken.”
Opgetogen door zoveel vriendelijkheid spoedden we ons erheen. Alle dagen van vergeefse speurtochten in het noorden van Jutland waren op slag vergeten. Daar lag het: de grootste hoop vuursteen van uitzonderlijke kwaliteit die wij ooit hebben gezien. Een waar eldorado!
U hoeft zich dus geen zorgen te maken: de cursussen en demonstraties van ArcheoFlint gaan gewoon door!
Nieuws april 2026
Opluchting in Assen
Wat doet een grieperige Verteller van het Oude? Liggend op de bank, onder een dekbedje, zette ik
nietsvermoedend de televisie aan. Precies op tijd. Om 14.00 uur zou er een persconferentie volgen vanuit het Drents Museum. Direct ging er een adrenalinestoot door mijn toch al gehavende lichaam — precies wat ik nodig had.
De gestolen Roemeense artefacten zijn door de rovers teruggegeven! Op één gouden armband na, die nog altijd spoorloos is.
Een opgeluchte officier van justitie deed de vondstomstandigheden uit de doeken. Haar collega’s uit Roemenië — die in allerijl waren ingevlogen — keken zichtbaar opgelucht nu hun cultureel erfgoed weer boven water was… of beter gezegd: boven de grond.
Nu maar hopen dat de inbrekers — ondanks de deal met de aanklager — hun verdiende straf niet ontlopen.
De Verteller van het Oude voelde zich even helemaal beter.
Nieuws februari/maart 2026
Amateurarcheoloog als schrijver
Puur uit nieuwsgierigheid begon ik te zoeken: welke amateurarcheoloog heeft eigenlijk een boek geschreven? U vraagt zich misschien af waarom ik mij daarmee bezighoud. Welnu, de Verteller van het Oude heeft zelf ook de pen ter hand genomen. Niet dat ik pretendeer ooit in aanmerking te komen voor de Libris Geschiedenis Prijs — verre van dat. Ik vind het simpelweg leuk om een aantal van mijn vertelde verhalen te publiceren.
Maar goed, tijdens mijn zoektocht kwam ik eigenlijk maar één naam tegen: H.J. Popping. Geen onomstreden figuur. Een bewonderaar — of beter gezegd: verheerlijker — van de nazicultuur, in woord en geschrift. Popping was journalist en uitgever in Oosterwolde, geboren in 1885 en overleden in 1950. Vanwege zijn activiteiten tijdens de Tweede Wereldoorlog werd hij veroordeeld tot negen jaar gevangenisstraf. Tijdens zijn detentie begon hij boeken te schrijven. Na zijn dood heeft zijn dochter deze uitgegeven. Uitgeverij Kluitman — u weet wel, van de Kameleon-serie — bracht zelfs Sieger, de bronstijdman uit.
Ik heb vijf boekjes van zijn hand kunnen achterhalen. Misschien kent u er nog meer?
Als amateurarcheoloog is Popping vooral bekend geworden door zijn vondsten langs de rivier de Kuinder, voornamelijk in de jaren twintig van de vorige eeuw. Hij merkte op dat deze artefacten verschilden van die uit de oudere Hamburgcultuur en gaf er de naam Kuindercultuur aan. Later, toen ook elders vergelijkbare vondsten werden gedaan, veranderde deze benaming in Tjongercultuur. Tegenwoordig staat deze bekend als de Federmessercultuur.
Voor zijn ontdekking én zijn schrijverij heeft de Verteller van het Oude bewondering.
Een cluster van brokken
Hoe vaak gebeurt het je? Dat je een aantal brokken en kernfragmenten vindt, precies op de plek waar de
bewerker ze minstens 10.000 jaar geleden heeft achtergelaten. Mij in ieder geval nooit. En toch was ik er getuige van.
Een prachtige opgraving door amateurarcheologen zorgde voor deze primeur. Helaas kan ik er vooralsnog niet al te veel over zeggen — gemaakte afspraken laten dat niet toe.
Wat ik wél kan delen, is dit: naast tientallen kleinere artefacten kwamen twee kernfragmenten, een forse brok, een prachtige schrabber en diverse lange klingen (groter dan 5 cm) tevoorschijn. En dat alles uit één vakje van — zoals bij steentijdopgravingen gebruikelijk is — 50 x 50 cm en slechts 5 cm diep.
Kortom: een kleine schatkamer uit de prehistorie.
41e Kristalbeurs in Groningen
De Geologische vereniging Het Kristal biedt ieder jaar, op tweede Paasdag, de gelegenheid aan verzamelaars, zoekers, liefhebbers, wetenschappers en aanbieders om mineralen en/of fossielen te kopen of verkopen.
De Kristalbeurs is interessant voor iedereen die belangstelling heeft voor fossielen, mineralen, edelstenen, sieraden en materialen om zelf sieraden mee te kunnen maken. Dit jaar zijn er zelfs meer dan 50 standhouders aanwezig die een zeer gevarieerd aanbod meenemen naar de beurs.
Ook voor kinderen valt er weer van alles te doen, er kan naar hartenlust geknutseld worden, en natuurlijk is ook de vuursteenman weer aanwezig om kinderen te helpen om een eigen speerpunt te maken. En deelname aan deze activiteiten is helemaal gratis, met uitzondering van een ketting maken bij de vuursteenman. (Tekst website Het Kristal)
De vuursteenman bestaat uit meerdere personen. Wij van ArcheoFlint leren bezoekers hoe je zelf prehistorische voorwerpen maakt. We geven demonstraties en worden — net als andere jaren — druk bezocht door jeugdigen die geïnteresseerd zijn in de prehistorie en graag hun eigen voorwerp willen maken.
Nieuw dit jaar: voor een kleine vergoeding van € 3,- kun je je eigen prehistorische ketting ontwerpen en meenemen naar huis.
Tip: kom op tijd langs bij onze stand — dan kun jij aan de slag, terwijl je ouders rustig over de beurs kunnen struinen. Sporthal “De Brug”, Donderslaan 160, Groningen.
Een put vol emotie
Een aangelegd vlak om op te graven noemen we in de archeologie een put. Voor de buitenwacht lijken de archeologen die erin werken — vaak in beschermende kleding van het bedrijf waarvoor ze werken — berekende en zelfverzekerde mannen en vrouwen. Elke handeling is weloverwogen en uitgevoerd met precisie.
Maar archeologen zijn ook mensen. En mensen hebben emoties.
Afgelopen vrijdag werd het me bij een steentijdopgraving waar ik aan meewerk nog maar eens duidelijk. Een jonge amateurarcheologe vond een aantal artefacten in situ — op de plek waar ze ooit zijn achtergelaten — en raakte daar zo door geëmotioneerd dat de tranen over haar wangen liepen.
“Het raakt me dat ik, na 13.000 jaar, de eerste ben die ze na de maker in handen heeft,” zei ze. “Ik kan er niets aan doen.”
En jij dan, Verteller van het Oude? Nooit zoiets gevoeld?
Jazeker wel. Er zijn vondsten die je altijd bijblijven. Vooral die keer in Dwingeloo, toen ik een urntje met crematieresten van een kind uit de aarde mocht halen. Mijn gedachten gingen meteen met me op de loop: het verdriet van de ouders, de omstandigheden van haar dood, de zorgvuldigheid van het begraven. Het lukte me nauwelijks mijn emoties te bedwingen.
U leest het: archeologen zijn een gepassioneerd — en soms geraakt — volkje.
Op stap met de DPV
Op zaterdag 28 februari organiseerde “Verteller van het Oude” en Jan van Buuren voor de zesde keer een veldzoektocht naar artefacten uit het Mesolithicum voor leden van de Drents Prehistorische Vereniging. Deze dagen zijn bedoeld voor mensen die eens zelf veldervaring willen opdoen en willen leren hoe archeologische vondsten in het veld worden herkend.
We verzamelden ons in pannenkoekenboerderij Brinkzicht in Gasteren. Na een korte presentatie over de locatie en de vondsten die we konden verwachten, vertrokken we naar een nieuwe zoeklocatie. Het weerbericht voorspelde regen en wind, maar toen we het veld op gingen bleef het gelukkig droog. Onder een dreigende lucht verspreidden de deelnemers zich over de akker, speurend naar kleine stukjes vuursteen – stille resten van mensen die hier duizenden jaren geleden leefden.
Al snel werden de eerste vondsten gedaan. Wat opnieuw opviel, net als vorig jaar, was de grote hoeveelheid zeer kleine splinters van minder dan één centimeter. Scherpe blikken weten zelfs de kleinste artefacten te vinden – een prachtig gezicht.
Tijdens het zoeken werd in het veld één schrabber herkend. Na het schoonmaken van de vondsten bleken er nog vier exemplaren tussen te zitten. Uiteindelijk kwamen we uit op een totaal van 231 vondsten, waarmee deze dag de meest succesvolle DPV-zoektocht is geworden in de zes keer dat we deze activiteit hebben georganiseerd.
De vondsten bestaan onder andere uit kernen, afslagen, klingen en fragmenten van kookstenen. Zoals altijd zat er ook een moderne verrassing tussen: een los brillenglas dat ongetwijfeld niet uit het Mesolithicum afkomstig is.
Na afloop keerden we terug naar Brinkzicht, waar de vondsten gezamenlijk werden bekeken en besproken. Onder het genot van een welverdiende pannenkoek werd nog nagepraat over scherpe ogen, kleine splinters en mooie vondsten.
Wie zo over een akker loopt, ziet vooral aarde en stenen. Maar wie goed kijkt, ziet iets anders: sporen van mensen die hier duizenden jaren geleden hun kamp opsloegen, vuursteen bewerkten en hun dagelijks leven leidden. Op zulke momenten lijkt het alsof het landschap zelf even begint te vertellen.
Struinen door het landschap
In de serie “Verhalen van (amateur)archeologen” is vandaag Maarten Wetterauw aan de beurt. De
doorgewinterde amateurarcheoloog speurt met niet-aflatende energie de velden af naar sporen van onze voorouders.
Velen van zijn collega’s hebben al een stukje geschreven voor mijn website, allen hebben ze de liefde voor het zoeken naar artefacten en het verblijven in de natuur gemeen. Maarten beschrijft op geheel eigen wijze zijn ervaringen en overpeinzingen.
In het linker menu vindt u het kopje “vondsten van (amateur)archeologen” waarin alle verhalen staan opgetekend. U kunt ook rechtstreeks naar het verhaal van Maarten gaan: https://vertellervanhetoude.nl/struinen-door-het-landschap/
Determinatie weer begonnen
De zon schijnt weer. Vitamine D stroomt het lijf binnen en de energie keert terug. Waarschijnlijk herkennen velen dit gevoel.
Het is inmiddels een vaste traditie geworden: in deze tijd van het jaar beginnen we in Nuis met de determinatie van artefacten uit collecties van amateurarcheologen. In het Noordelijk Archeologisch Depot lagen jarenlang enorme hoeveelheden ongedetermineerde vondsten opgeslagen. Meer dan twintig jaar hebben we nodig gehad om deze achterstand weg te werken.
Het lijkt erop dat we dit jaar een belangrijke mijlpaal bereiken. Dankzij de inzet van het depotpersoneel en een groep volhardende liefhebbers zal aan het einde van het jaar naar verwachting ieder ondergebracht steentje zijn geregistreerd.
“Mooi werk – tijd om te stoppen,” zou u kunnen zeggen.
Maar hier komt u om de hoek kijken.
In de noordelijke provincies bevinden zich nog veel archeologische collecties in particulier bezit die nooit zijn gedetermineerd. Daarmee dreigt waardevolle informatie voor het nageslacht verloren te gaan.
Kent u zo’n collectie – of bezit u er zelf één? Laat het ons weten. Wij zorgen ervoor dat de archeologische context behouden blijft en dat de collectie beschikbaar komt voor de wetenschap. Uiteraard blijft de verzameling bestaan onder de naam van de vinder en krijgt zij een plaats in het depot.
Stilte voor de storm
Beste lezers, even geen stukjes van mij. Althans in de afgelopen periode. Reden: te druk.
Gelukkig nader ik het eind van mijn schrijfstilte en zal ik u binnenkort weer op de hoogte stellen van allerlei wetenswaardigheden in de archeologie.