Romeinse urn van de rommelmarkt een onverwachte vondst

Ik heb nooit begrepen waarom mensen antiquiteiten kopen en verkopen. Natuurlijk snap ik ook wel dat sommige stukken een aanzienlijke waarde vertegenwoordigen en daarom gewilde (ver)koop objecten zijn. Maar, dames en heren, archeologie is wetenschap. Wij willen artefacten in-situ, we willen conclusies trekken. Verhandelde archeologische voorwerpen hebben geen verhaal meer, ze zijn ontdaan van hun jasje, ze zijn gedegradeerd tot slechts (soms hele mooie) objecten. De Romeinse urn in dit verhaal is er een treffend voorbeeld van.
Ronduit stuitend is de hoeveelheid archeologisch materiaal dat op het internet wordt aangeboden. Iemand, een ingewijde, verRomeinse rommelmarkt urntelde me dat hij elk jaar in de winter naar Hongarije rijdt, om er emmers vol “Romeins materiaal” op te halen. In dat land waren volgens mijn anonieme bron genoeg niet-opgegraven Romeinse sites. De lokale bevolking werkt er clandestien en verkoopt het door hen verzamelde materiaal aan hem. Terug in Nederland zet mijn gesprekspartner de gevonden items op “Marktplaats” en verdient een veelvoud van het door hem geïnvesteerde bedrag. Dat hij de wetenschap een verstoorde site achterliet interesseerde hem weinig.
De conversatie sterkte mij nog meer. Nooit zou ik archeologisch materiaal kopen!!
En toch ben ik voor de bijl gegaan, principes of niet! Misschien schrijf ik dit verhaal wel om mezelf vrij te pleiten, maar het kan ook zo zijn dat ik niet anders kon. Oordeelt u zelf!

Van de Romeinse urn en de rommelmarkt

Op één van de hete zomerdagen liep ik over een rommelmarkt in Zuidlaren. Mijn verwachtingen waren niet zo hoog gespannen. De zon scheen fel, blijkbaar te fel want weinig mensen liepen over de markt te slenteren. Bij een van de kraampjes zag ik een dik, zwart stuk aardewerk met visgraatmotieven liggen. De verkoper dacht daarom dat het een visje (ahum) was. Ach, ze had in een doos gezeten samen met een bloempotje en een kruik. Hij had deze doos op een veiling gekocht. We raakten aan de praat en even later haalde hij het potje uit de auto. Mijn hart begon te bonzen, het bloempotje bleek een 23 cm hoog Romeins urn te zijn. Zo gaaf als wat. Eén zijde had in de bodem gelegen, terwijl de andere gebleekt was door de zon. Ze staat maar wankel op haar pootje, althans zo lijkt het op het eerste gezicht. Maar zet de Romeinse urn met de “onderbuik” in de grond, dan staat ze stevig en bewaart ze de crematieresten van de overledene.
Of ze ooit voor dit doel gebruikt is, weet ik niet. Er zitten geen
Romeinse urn, van bovenaf.
verbrande botresten in en een inscriptie is ook niet te vinden. Helaas ontbreekt  het dekseltje. Daarvoor werd eertijds meestal een plak lood of brons gebruikt.
Achter zijn rug haalde de marktkoopman een Laat-Romeinse kruik tevoorschijn. Hierover in een ander artikel meer.
Beiden verruilden van eigenaar, ik kon eenvoudig de artefacten niet op de straatstenen laten liggen. Te triest voor woorden!

Nu komt de “Tussen Kunst en Kitsch”-vraag: “Voor hoeveel?”
Oké, maar niet verder vertellen! € 6,-, voor de kruik en Romeinse urn.
En wat zijn ze waard?
Het kan me geen zier schelen, ze zijn gewoon mooi.
Helaas is hun verhaal verloren gegaan, ik -de “Verteller van het Oude”-, word er een beetje triest van.

(verhaal eerder gepubliceerd in 2013 in “Nieuws van de Verteller”)

Laat u inspireren door mijn verhalen uit het verleden!