Struinen door het landschap

 

Struinen door het landschap: vondsten van Maarten Wetterauw
Het zoeken van vuurstenen artefacten begon bij mij bij een toevalsvondst, de determinatie daarvan door Jaap Beuker en de enthousiasmerende begeleiding van Eric Klimp uit Zuidlaren. De vondst van een prachtige napjes steen tijdens een potje straatvoetbal speelde ook een belangrijke rol. Wow wat een prachtig ding is dat! Tussen 1982 en 1994 struinde ik het hele Drentse Aa gebied af. En alles op fietsafstand daaromheen. Tientallen vindplaatsen had ik er.

Met verschillende verhuizingen, bergsport, trouwen, kinderen en werk verdwenen de tijd en de mogelijkheden. De natuurontwikkeling in het Drentse Aa hielp ook niet mee….

En ik veranderde. Aanvankelijk ging het me om het vinden en om mijn verzameling. Gaandeweg ging het me meer om de connectie met de historie, het buiten zijn en het rustgevende van het speuren.

Want als ‘amateurarcheoloog’ loop je nooit zomaar door een landschap. Een akker, een rivierduin of een lichte verhoging in het veld kan ineens gaan spreken. Je kijkt, voelt en denkt: hier zou het kunnen. Hier, waar het iets hoger en droger is, waar water in de buurt was, waar mensen duizenden jaren geleden misschien hun kamp opsloegen. Het is een bijzonder gevoel om je verbeelding los te laten op een plek en vervolgens met gerichte aandacht te gaan zoeken, alsof je even door de tijd heen kijkt.

Nog intenser wordt het wanneer die gedachte bevestigd lijkt te worden. Een stukje vuursteen, scherp afgeslagen, niet door de natuur maar door mensenhanden gevormd. Een wit verbrand kernstukje. Op dat moment valt alles samen: dit was geen leeg landschap, hier werd geleefd, gewerkt, gedacht. Je staat op dezelfde grond, met hetzelfde uitzicht, alleen de wereld eromheen is veranderd. Dat kleine artefact vormt een directe, bijna intieme verbinding met iemand die hier ooit stond en precies hetzelfde deed: kijken, kiezen, maken.

Maar soms werkt het ook andersom. Je vindt een vuurstenen werktuig op een plek waar je het niet direct had verwacht. Dan begint het denken pas echt. Waarom hier? Hoe zag dit landschap er toen uit? Was er water, beschutting, wild? Het vondstje dwingt je om het verleden opnieuw te reconstrueren, om het landschap te lezen met andere ogen. Juist die wisselwerking tussen zoeken, vinden en verbeelden maakt amateurarcheologie zo bijzonder: het is geen jacht op objecten, maar een voortdurende dialoog met een verdwenen wereld die soms ineens heel dichtbij voelt.

Voor mij werd het allemaal wat losser. Ik zocht nog maar af en toe echt gericht. Die drang om na een flinke regenbui meteen naar mijn plekjes te moeten, is verdwenen. Meestal overkomt het me nu gewoon. Op plekken waar ik toevallig ben. Twee voorbeelden.

schrabber of vuurkets, gevonden door Maarten WetterauwRond 2017 zag ik dat er een kopje langs de Hunze was geploegd. Dat kopje rijst op uit een gedempte meander en wordt normaal nooit bebouwd – het perceel ligt gewoon te laag. Maar nu dus wél. Samen met mijn hond sprong ik over de sloot. Klingetjes, afslagen en een prachtige schrabber op kernstuk. Diep oranje gekleurd door het ijzer in de grond. Alles binnen 25m2. Wat een prachtige schrabber! Gehurkt neem ik het allemaal in me op. Wat deed deze persoon hier. Wat zag hij of zij? Mijn hond duwt zijn neus in mijn zij en kijkt me zichtbaar verontwaardigd aan en kijkt dan opzij. Ik volg haar blik. Vijf reeën komen uit de dekking van de gedempte meander en sukkelen weg. In één klap vlieg ik terug in de tijd en voel me als de jager die hier in het mesolithicum zat. Turend naar wild.
Anno 2026 kijk ik met andere ogen naar het artefact. Ze doet meer denken aan een vuurkets, een stuk vuursteen waardoor een 17e/18e eeuws geweer kon worden afgeschoten. 

In 2018 liep ik met Koen, een van mijn twee zoons, naar de oostpunt van Terschelling. Een paar kilometerStruinen door het landschap: 17e eeuwse fles, vondst van Maarten Wetterauw voorbij het drenkelingenhuisje stak iets driehoekigs uit de brede vloedlijn. Iets driehoekigs. Het leek wel een kleine haaievin. Met opgestroopte broekspijpen liepen we erop af. Wat is dat nou? Ik groef het voorzichtig uit de grond. En… het bleek een héél, héél, héél oude wijnfles. ‘Het lijkt wel zo’n fles uit Suske en Wiske’. Natuurlijk wilde ik ’m leegmaken — die zat natuurlijk vol modder. Ik peuterde de opening open en liet ’m leeglopen. Pas toen drong het tot ons door: ik had de kurk eruit gepeuterd… en de fles was nog vol wijn. Balen natuurlijk. Alhoewel… de inhoud stonk enorm naar rotte eieren….. Nooit bij stilgestaan dat het een volle fles kon zijn. Dom.

Terug in ons vakantiehuisje gingen we meteen speuren. Het bleek een 17e-eeuwse fles te zijn. Hoe gaaf is dat! Wrakkenkaart erbij, verhalen erbij. Sindsdien letten we daar extra goed op. Vlakbij komt af en toe een wrak omhoog uit de zeebodem en er is eerder al zoiets aangespoeld. We vonden er zelfs eens een kleipijp — niet alleen de kop, maar de hele lengte. Dat deed mijn andere zoon toen ie 5 was! Daarna nooit meer iets. Voorwerpen uit een veel nieuwere tijd dan de schrabber bij de Hunze. Maar het naar huis rijden met de schat voelde precies hetzelfde als ooit in 1984, met mijn allereerste (halve) strijdhamer.

Maarten Wetterauw, liefhebber van archeologie, landschap en natuur, woonachtig in Zuidlaarderveen.


Een verhaal van Maarten Wetterauw. Zoekmaatje van de Verteller van het Oude. Onvermoeibare liefhebber en filosoof! 

Klik hier voor meer verhalen van amateurarcheologen en hun vondsten. 

trefwoord: struinen, struinen, struinen, struinen, struinen

Laat u inspireren door mijn verhalen uit het verleden!