Tweede Wereldoorlog – Tour de Misère

Tweede Wereldoorlog 


Tour de Misère (1) mei/juni 2025

logo kamp WesterborkU kent ongetwijfeld de benaming Boulevard de Misère in Kamp Westerbork. De plek waarvandaan in de Tweede Wereldoorlog de treinen naar de vernietigingskampen vertrokken. Na analogie van deze verschrikkelijke plek heb ik de titel gekozen voor mijn huidige rondreis door Europa. Ik bezoek diverse KZ-lager waarover ik u uitgebreid zal informeren. Toen ik mijn voornemen deelde met enige van mijn vrienden kreeg ik diverse opmerkelijke commentaren. “Poeh, zware reis” en “Is dit jouw idee van vakantie vieren?”.
Wat een ieder er ook van mag vinden, het heeft nu eenmaal mijn interesse. Oorden van verschrikking, ellende en dood! Onbegrijpelijk voor u en voor mij dat mensen elkaar dit aan doen, hoe weinig een mensenleven voorstelde. En toch zien we hedentendaags overal op de wereld parallellen. Er wordt blijkbaar niets geleerd van het verleden.
Op archeologische gebied -prehistorie- kom ik langs super interessante plekken. Natuurlijk ga ik deze bezoeken, ook daar bericht ik over op deze plaats.

Tour de Misère (2 – Neuengamme)

Wat is eigenlijk het onderscheid tussen een concentratiekamp en een vernietigingskamp. Wat mij betreft verschillen beiden niet van elkaar. O.a. Sobibor en Auschwitz staan als verschrikkelijke representanten van laatst genoemde kampen bekend. Neuengamme, voor wiens poort de Verteller van het Oude vandaag gestaan heeft, is een concentratiekamp annex werkkamp.
Tuurlijk zijn er verschillen, denkt u alleen maar eens aan de schaal waarop mensen vermoord werden in de vernietigingskampen of de gaskamers. Maar de uitkomst is in veel gevallen hetzelfde, zoals onderstaand verhaal u duidelijk tracht te  maken.Plaats van het crematorium van Neuengamme
Gedurende de gehele oorlog hebben in Neuengamme (het totaal van al die jaren) 106.000 mensen gevangen gezeten. Door gebrek aan voedsel, hygiëne, epidemieën en het beestachtige/ brute en willekeurige optreden van de Nazi’s stierven hiervan ongeveer 43.000 (!) De 92 buitenkampen van Neuengamme nog niet eens meegerekend. Onder hen waren meer dan 550 doden uit Putten.
In de omgeving van dat dorp wordt in de nacht van 30 september 1944 op 1 oktober een aanslag gepleegd op hoge Duitse officieren. Als represaille zijn meer dan honderd huizen opgeblazen of platgebrand. Zeshonderd en één mannen tussen de 18 en 50 jaar worden via Kamp Amersfoort naar Neuengamme gestuurd. Daar worden ze verdeeld over diverse dependances. Bijvoorbeeld naar Ladelund, vlak bij de Deense grens. De aan de aanslag onschuldige mannelijke bewoners van Putten moeten de Friesenwall -verdedigingslinie tussen Denemarken en Noord-Nederland- versterken. In de anderhalve maand dat het kamp daar open is geweest sterven 111 (!) Puttenaren. Uitputting, ondervoeding, arbeidsethos (hardwerkende agrariërs) , zwerende wonden en beestachtige mishandeling vormen ook hier de ingrediënten voor een afschuwelijke dood.
Terug naar Neuengamme. Ik was er al om half negen. Er was niemand te zien. De expositieruimtes waren nog gesloten, maar het kamp was vrij toegankelijk. Een ieder die dat wil kan op elk gewenst tijdstip naar binnen en aan zijn tour beginnen. Fantastisch bedacht. Alleen zijn in zo’n kamp maakt je nog nederiger dan je toch al bent. De naam Neuengamme doet wat met je!
Alle barakken zijn verdwenen, afgebroken jaren geleden. De stenen gebouwen -waaronder een paar gevangenen blokken- staan er nog. Om toch een indruk te krijgen hoe het moet zijn geweest, heeft men gekozen voor symbolische aanduidingen. Op de plekken waar eens de häftlingen ondergebracht waren, heeft men gekozen voor een verhoging met stenen. De prikkeldraadomheining wordt aangeduid door middel van lange roestvrij stalen palen waar men tussendoor kan lopen. Een merkwaardig gevoel!
In Neuengamme is nooit een gaskamer geweest -een verschil met de vernietigingskampen- toch heeft de SS er in de gang(!) van de strafgevangenis experimenten uitgevoerd op gevangen. O.a. met het later veelgebruikte Zyklon-B gas. Vlak ernaast was het crematorium gelegen. Nu een bloemenzee, toen een oord der verschrikking.
Buiten het toenmalige prikkeldraad lagen de gebouwen waar de gevangen te werk werden gesteld. Duitse bedrijven die producten maakten voor de oorlogsindustrie kwamen zodoende aan genoeg arbeidskrachten.
Aquarel van de appèlplaats in kamp Neuengamme.De exposities gingen open. Ik heb ze allemaal bezocht, stuk voor stuk de moeite waard.
Het werd opeens drukker in het kamp. Mensen gekleed in het zwart, sommigen in een rolstoel en anderen hardnekkig sjokkend over het terrein alsof ze nog één keer een tocht wilden maken. Op gepaste afstand werd deze laatste categorie gevolgd door hun kleinkinderen (?) met een lege rolstoel. Een brok in mijn keel was het gevolg. Desgevraagd deelde een jongedame me mee dat ze haar 102 jarige (!) grootvader begeleidde, want vandaag was het precies 80 jaar geleden dat het kamp bevrijd was. Een toevalligheid waarvan ik niet op de hoogte was. De dag viel samen met de overgave van de stad Hamburg. Terwijl ik een praatje maakte met de Poolse ex-bewoner, passeerde er een Duitse -vriendelijk groetende- man met naast zich strak aan een lijn lopende herder. Hoe haal je het in je hoofd! Ik zag de ogen van mijn gesprekspartner heen en weer flitsen. Ik schudde meewarig mijn hoofd, het ontlokte hem een glimlach. We dachten precies hetzelfde.
De rest van de dag zouden verschillende organisaties een krans leggen. Ik heb er niet op gewacht.
De bevrijding. Het werd 7000 gevangenen noodlottig. Ik zal het u uitleggen. In het voorjaar van 1945 gaf SS-leider Heinrich Himmler opdracht concentratiekamp Neuengamme te ontruimen. Vermoedelijk om de gruwelen van de concentratiekampen zo lang mogelijk geheim te houden en om te voorkomen dat de gevangenen levend in handen van de geallieerden vielen. Zo’n tienduizend gevangenen werden naarBel van Cap Arcona Lübeck gebracht en ingescheept op drie grote passagiersschepen de Cap Arcona (4.600), Thielbek (2.800) en de Athen (2.000). Dit werden een soort drijvende concentratiekampen. Op de schepen was de toestand dramatisch. Voedsel was er nauwelijks en veel toch al zwaar verzwakte gevangenen zaten dicht op elkaar gepakt in het pikdonkere scheepsruim. Vermoed wordt dat de nazi’s de schepen zelf tot zinken wilden brengen, zodat alle opvarenden in één keer om het leven kwamen, om zo het bewijs van de concentratiekampen te vernietigen. Het lege Neuengamme was inmiddels al volledig ontmanteld en ontruimd. De Britten voerden een aanval met bommenwerpers uit. Zij dachten dat Duitse militairen naar Noorwegen wilden ontsnappen. Rode Kruis informatie over de aanwezigheid van gevangenen op de schepen bereikte de vliegers nooit. Het gevolg; 7000 doden onder de gevangenen. En dat op dag dat de Amerikanen het lege Neuengamme bevrijdden.
Alles zo zinloos!!!

Tour de Misère (3 – Ladelund)

Na een superkoude nacht -het vroor 4 graden- brak er ’s ochtends een heerlijk verwarmend zonnetje door. Ik echter was niet vooruit te branden. Eenmaal opgeladen, ging alles plotseling heel snel. Na een korte rit kwam ik aan bij het herdenkingscentrum van één van de satelliet kampen van Neuengamme; namelijk Ladelund. Het voormalige werkkamp is nabij de Deense grens gelegen. Niet dat er veel van over is, maar dat geldt wel voor meer kampen. Denk maar eens aan Westerbork.
In het kleine dorpje met dezelfde naam als het arbeitslager, zoals de Duitsers het kamp betitelen, kunt u niet verdwalen. Gewoon je auto naar het plaatselijke kerkje sturen en voilà u bent gearriveerd.
Ik ben bij het herinneringscentrum begonnen. Normaal gesproken is deze op maandag gesloten, maar tot mijn verrassing trof ik iemand die mij toeliet. Het bleek een Duitse dame te zijn. Ze had in Groningen geschiedenis gestudeerd en sprak zeer goed Nederlands. Helaas had ze geen tijd, maar ik mocht wel alleen in het centrum rondlopen. Ze kwam over een uurtje terug. Geweldig, wat aardig en vol vertrouwen!
Haar eerste vraag was trouwens: “Komt u uit Putten?”
Niet zo verwonderlijk als u bedenkt dat in de korte tijd dat het kamp open is geweest -tussen 1 november en 16 december 1944- er 111 Puttenaren om het leven zijn gekomen. In eerste instantie waren ze, 601 Puttenaren, naar het hoofdkamp gestuurd (zie mijn eerdere verslagen). Daar bleken de meesten -landarbeiders- ongeschikt om in de oorlogsindustrie en de goudsmederij -omsmelten van gouden tanden en het maken van sieraden- te werken. Daarom werden ze doorgestuurd naar diverse buitenkampen. In Lade(Deens voor schuur)lund (bos) moesten de mensen werken aan de Friezenwal. deel van de tankgracht LadelundAchttien kilometer tankgracht graven, 2,3 meter diep en 4 meter breed, geheel met de hand. Eén persoon stond in het water en gooide de blubber een meter omhoog, waarna de hoger staande persoon de uitgegraven grond verder naar boven wierp en de derde, op de kant staande dwangarbeider, het op een grote hoop gooide. Niemand wilde in het water werken, koud (soms vroor het overdag). Een wondje was snel opgelopen en heelde daarna niet meer waardoor de mannen de vreselijkste ontstekingen opliepen die niet behandeld konden worden vanwege het ontbreken van medische zorg. Laarzen had men niet en de schoppen waren totaal ongeschikt. De SS hield nergens rekening mee. Wie in hun ogen niet hard genoeg werkte werd afgeranseld. En wie niet snel genoeg het water in sprong, onderging hetzelfde lot. Volkomen willekeurig, soms tot de dood toe.
De Puttenaren waren harde werkers, voor het grootste deel afkomstig van de boerderij. Zodra zij een schop in de hand kregen, werd er gewerkt. Rustig aan doen kon men niet, pauze nemen evenmin. Een tekort aan winterkleding, medicijnen, voedsel en rust eiste z’n tol. Voeg daar nog de onmenselijke behandeling van de SS aan toe en alle ingrediënten voor een kort leven zijn daar!!
Bovendien was het kamp overvol, ziektes gingen snel rond. Gebouwd voor 200 personen herbergde ze tijdens het werk aan de Friezenwal meer dan tien keer zoveel. Twaalf nationaliteiten! In de zes (!) weken van haar bestaan stierven meer dan 300 mannen, allemaal begraven bij de kerk van Ladelund. Na de oorlog werden vele van de geïdentificeerde slachtoffers van het naziregime herbegraven in hun eigen stad of dorp.
mevr. Van Bloemendaal bij het graf van haar man 1950 LadelundIn het herinneringscentrum trof mij een foto van mevr. Van Bloemendaal en haar oudste dochter Willempje zeer. Ze staan vol emotie aan het graf van hun omgekomen man/vader. Hartverscheurend!
De achtergebleven doden werden later opnieuw begraven, bij elkaar. Op het kerkhof staat een imponerend monument.
In het herinneringscentrum treft u naast vele verhalen van overlevenden, foto’s en maquettes van het lager aan. U kunt ook luisteren in het Nederlands naar alle beschrijvingen en opgerakelde herinneringen. Het centrum is tot stand gekomen door middel van vele donaties. De gemeente Putten heeft meer dan een steentje bijgedragen. Beide gemeentes zijn in 2019 een partnership aangegaan. Treffend!
Een eindje verder landinwaarts -te zien vanaf het centrum- bevindt zich de plek waar de gevangenen moesten werken. Een klein stukje tankgracht is heropend. Het geeft u een indruk van het werk dat verricht moest worden. Vergeet daarbij niet dat de gracht 18 kilometer lang is, elke dag moesten de doodvermoeide en hongerige mannen verder lopen. Neemt u plaats op een bankje en bezint u! Net als de Verteller van het Oude!
Eén ding ontbrak nog. Het kamp!
Ik toog er heen met de auto, enigszins schamend bij de gedachte dat tachtig jaar geleden de afstand, na weer een verstoorde nachtrust, gelopen moest worden. En weer terug. Onder de voortdurende kwelling van hun bewakers!
maquette van Ladelund Er is niets meer van de onheilsplek over. Slechts een grote zwerfkei met inscriptie en een prachtig monument gemaakt door leerlingen van een metaal vakschool, houdt de herinnering levend. Alleen moet de gemeente er wel even een bord neerzetten, u rijdt er namelijk snel voorbij..
Dat is dan ook het enige kritiekpunt. Voor de rest ben ik diep onder de indruk van de eerbied en de herinnering die het kleine dorp besteedt aan de verschrikkingen die zich er hebben afgespeeld.
Een voorbeeld voor velen!!

Tour de Misère (4 – Majdanek)

Niemand weet precies hoeveel mensen er vermoord zijn. De kampadministratie -of wat daar nog van over was- is door het Rode Leger toen ze het kamp op 24 juli 1944 bevrijden, in beslag genomen. Tot op heden zijn de boeken niet openbaar gemaakt. De Russen troffen slechts een paar honderd uitgemergelde en zieke overlevenden aan. De schatting van het aantal doden loopt uiteen van 100.000 tot 1 miljoenOpgeslagen schoenen in Majdanek doden. Ik denk dat het richting het laatste aantal loopt. In één van de voor het publiek opengestelde barakken waren 430.000 paar schoenen opgeslagen! En wie weet hoeveel paar er al naar Duisland overgebracht waren!
De stad Lublin lag op ongeveer vier kilometer van het kamp. Tegenwoordig is de stad flink gegroeid. Als het ware is het concentratie; en vernietigingskamp erdoor ingesloten.
Oorspronkelijk in 1941 gebouwd als concentratiekamp voor krijgsgevangen. De eerste bewoners waren 5000 Russische soldaten. Later -in 1942- kreeg het de bestemming vernietigingskamp. De bouwers waren Joden, het zal u niet verwonderen dat zij als eerste werden vergast en gecremeerd.
Crematorium MajdanekDe verbrandingsovens werden tijdens de Duitse terugtocht deels vernield. Het gebeurde in alle haast, waardoor veel is blijven staan. Inmiddels is ze gerestaureerd. Binnenin zijn de origine verbrandingsovens nog te zien. Evenals de kamers voor het onderzoeken van lijken op waardevolle pullen,  autopsiekamer, lijkenkamer en sarcofaag voor het storten van de crematieresten. De as van de gevangen werd verstrooid over de akkers van een naastgelegen SS-boerderij. Dit gedeelte van het kamp maakte op mij de meeste indruk, nog meer zelfs dan de kleine gaskamers. De blikken met het moordgas Zyklon-B zijn in een aparte kamer tentoongesteld. Overigens werden de mensen eerst door middel van koolmonoxide van het leven beroofd. Daartoe gebruikte men een zware dieselmotor die (nog steeds) in een klein aangrenzend gebouw stond.
Het is niet mijn bedoeling u nachtmerries te bezorgen. Mijn pen is niet scherp genoeg om alle gruwelen te beschrijven. Het tart werkelijk alles!
Toch moet ik u twee dingen niet onthouden. Voordat de gaskamers in bedrijf waren, schoten moordcommando’s de mensen dood. Hun lijken werden in massagraven in het bos gedumpt.
Na het neerslaan van de opstand van de Joden in het getto van Warschau werden ze massaal naar Majdanek vervoerd. Het kamp zat overvol. Op bevel van de Nazi’s moesten er “loopgraven” gedolven worden. Eenmaal gereed werden ze gebruikt voor executies. Op één dag – 3 november 1943 (“Erntetag volgens de Nazi’s)- werden 16.000 Joden vermoord door mitrailleurs! Ik heb geprobeerd mij er een voorstelling van te maken. Ik ben ermee gestopt, mijn maag keert om.
Na de oorlog heeft men naast de moordplek een herdenkingsmonument neergezet. Helaas werd ze tijdens mijn bezoek gerestaureerd en was ze gesloten voor het publiek.
Toen ik in de ochtend aan kwam rijden op mijn fiets, lag het kamp onverwachts aan de overkant van de weg. Wat is ze groot en wat is er veel bewaard gebleven. De houten barakken die u ziet, behoren toe aanBarakken mannen gedeelte kamp Majdanek alleen het mannenkamp. U kunt er tussendoor lopen, ik kan u verzekeren dat het een speciaal -naar- gevoel geeft. Een aantal zijn opengesteld voor het publiek. U krijgt een indringend beeld van de leefomstandigheden van de gevangenen.
Natuurlijk was er ook een vrouwen gedeelte, een plek speciaal voor krijgsgevangenen en een gedeelte voor mensen die “special Arbeit” voor de Nazi’s moesten verrichten. Daarvan staan de barakken niet meer overeind.
Om het kamp waren (zijn) achttien wachttorens geplaatst. Daarop stonden grote zoeklichten en mitrailleurs en één of twee van Hitlers beulen. Een dubbele rij -ongeveer twee meter ertussen- van onder hoogspanning staande prikkeldraad versperringen moest voorkomen dat er gevangenen ontsnapten. Toch schijnt het 67 mensen zijn gelukt.
Wachttoren kamp MajdanekNaast het kamp staan diverse barakken die toetertijd gebruikt werden voor opslag van diverse goederen. Tegenwoordig treft u er diverse exposities aan. Allemaal even geslaagd van opzet.
Terwijl ik naar de uitgang liep zag ik een Rabbijn bidden bij de gaskamers. Dat begrijp ik! Het groepje jongelui dat verderop stond en om hun schouders Israëlische vlaggen droeg, wekte bij mij toch enigszins wrevel. “Denk aan Gaza!”, wilde ik zeggen. Het was er niet de plaats voor!
Al ben je dan een twee meter grote man, in Majdanek vol je je klein, nederig en verdrietig. Fijn dat ik het gezien heb, fijn dat er zoveel jeugd aandachtig luisterde naar de uitleg van de gidsen en fijn dat Polen zoveel doet om de ellende van het Nazi regime in onze gedachten te houden.

Tour de Misère (5 – Sobibor)

Toen ik nog voor de klas stond, ging ik elk jaar met de leerlingen van groep 8 naar kamp Westerbork. Een vast onderdeel van de geschiedenislessen over de Tweede Wereldoorlog. Bovendien stond de school op ongeveer 15 kilometer van het doorgangskamp, een ritje op de fiets vormde dan ook geen probleem.
Ik hoefde nooit te “bedelen” voor begeleidende ouders, men gaf zich spontaan op. Ook onder de volwassenen leefde de nagedachtenis aan de vele slachtoffers.
Voor dat we een bezoek brachten aan het eigenlijke kampterrein, werden we door de medewerkers van het herinneringscentrum ontvangen in het museum. De leerlingen kregen van hen uitleg over het kampleven. Vast onderdeel was het vertonen van een stukje film, gemaakt met een overlevende. Ik was altijd bijzonder onder de indruk van Jules Schelvis, de man die op wonderbaarlijke wijze ontkwam aan vergassing in Sobibor en vervolgens nog zes (!) andere kampen overleefde.
Het was daar dat ik besloot om ooit nog eens in dat vernietigingskamp te gaan kijken. En vandaag stond ik er ineens. Op de parkeerplaats, de plek waar vroeger het Vorlager geweest was. Speciaal gebouwd voor de SS en Trawniki (=krijgsgevangen Oekraïners, Esten, Letten en Litouwers die vrijwillig of gedwongen in dienst waren van de Nazi’s). O zo  gemütlich ingericht, met bloemenperkjes en bewegwijzering naar het niet bestaande zwembad en restaurant. Alles om de aangekomen gevangenen te laten merken dat het hier nog niet zo erg was.
Boven de “gezelligheid” lag lager 1. Omheint -net als de rest van het kamp- door drie rijenprikkeldraad waarop een hoog stroomvoltage stond. Hier woonden de gevangenen die moesten werken in het kamp.
Plaats van de gaskamers in SobiborEr naast staat op dit moment het nieuwe museum, maar tijdens de oorlog was dit lager 2. De plek waar de aanstaande slachtoffers vanaf de trein naar toe liepen. Hun waardevolle spullen moesten afgeven en vervolgens geheel ontkleed via een speciaal daarvoor ontworpen weg naar Lager 3 liepen. Daar waar de gaskamers stonden en het crematorium. De rest van het verhaal kent u!
Vanaf april ’42 tot november 1943 werden er 170.000 mensen vermoord. Waaronder 34.000 Joden uit Nederland, zij kwamen met 19 transporten tussen maart en eind juli 1943 aan. De meesten werden dezelfde dag nog gedood. Slechts 19 Nederlanders keerden terug!
Toch heeft niet iedereen zich zomaar naar de slachtbank laten afvoeren. In de zomer van ’43 ontstond er een verzetsgroep. Een eerste poging tot ontsnappen via een gegraven tunnel werd ontdekt en de betrokkenen geëxecuteerd.  Maar op 14 oktober slaagde een opstand. Ongeveer 300 gevangenen – waaronder de Nederlandse Selma Wijnberg- wisten te ontsnappen, 10 SS-ers en 8 Trawniki dood achterlatend. De meeste werden weer gepakt en terechtgesteld, maar een zestigtal wist uit handen van de SS te blijven. Waaronder Selma. Het relaas van haar ontsnapping kunt u in het museum beluisteren, buitengewoon indrukwekkend en moedig. Selma overleed in 2018 op vierennegentig jarige leeftijd.
In het museum hangt een foto die ik nog nooit ergens gezien heb. Op de grond staan een aantal doodskisten met daarover de hakenkruis gedrapeerd. Een hoge officier houdt een toespraak en een detachement soldaten staat stram in de houding om straks met saluutschoten afscheid van hun kameraden te nemen. Het zijn de omgekomen soldaten bij de opstand. Voor het eerst is er van zelfgenoegzaamheid en superioriteit niets te merken.
Na de opstand werd het kamp opgeheven. De ontsnapten konden immers eens gaan berichten over deGedenkstenen langs het pad naar de gaskamers in Sobibor verrichte gruweldaden. Het bewijs moest worden vernietigd. Alles werd afgebroken, de resten van de gaskamers verdwenen onder een asfaltweg, een boerderij werd gebouwd en bos overwoekerde de onheilsplek.
Sobibor verdween onder het groen, alleen de verschrikkelijke herinnering bleef.
Vanaf 2007 begonnen archeologen te graven naar restanten van het kamp. Beter gezegd; de exacte locatie van het oord der verschrikking. Immers alles was totaal overwoekerd (zie: ouder nieuws van de Verteller van het Oude). Ze zijn er in geslaagd!
Het spoor en perron van SobiborTegenwoordig heeft men deze plekken summier aangegeven. Indrukwekkend is vooral de weg naar de gaskamers. Langs de randen van het pad zijn stenen aangebracht met daarop teksten van nabestaanden/familieleden van de slachtoffers. Onder de plaquettes zijn opvallend veel Nederlandse.
Eén ding zijn de Nazi’s vergeten te vernietigen. Het spoor waarop de slachtoffers werden aangevoerd. Inclusief perron ligt dat er nog net zo bij als 82 jaar geleden.

Jules Schelvis overleed in 2016 op 95 jarige leeftijd.

Tour de Misère (6 – Treblinka)

Hoe maak je van niets toch nog iets?
Klinkt eigenlijk niet passend als je het hebt over een Nazi vernietigingskamp waar ongeveer 900.000 Joden vergast en doodgeschoten zijn. Tel daar nog 3000 Sinti en Roma, duizenden arbeiders en honderden gevangenen van de Gestapo bij op. Durf dan maar eens het woord “niets en iets” in de mond te nemen.
Ik zal er later uitgebreid op terug komen. Maar eerst de verschrikkelijke geschiedenis van Treblinka in een notendop.
Het kamp ontleent zijn naam aan de plaats in Polen die er het dichtst bij lag; Treblinka. Zelfs hedentendage heet de plaats nog zo, terwijl ik op z’n minst toch wel verwacht had dat de bewoners na de oorlog voor een andere niet-besmette naam zouden hebben gekozen. Dit geldt overigens ook voor Sobibor.
Kiezel en grint groeve TreblinkaMaar laat ik niet teveel uitweiden, terug naar de geschiedenis. Een mijnbedrijf ontdekte grote ladingen grint in de ondergrond en begon voor de oorlog deze te delven. De Nazi’s, nadat ze eenmaal heer en meester waren over Polen, besloten de winning over te nemen. In 1941 kwam het werkkamp Treblinka (1) gereed. Als werkkrachten dienden Joden en Polen. In het kamp waren deze strikt van elkaar gescheiden, ook mannen en vrouwen leefden apart. Althans de Polen. Er waren continue tussen de 1000 en 1200 mensen in het kamp. De mannen werden voor het grootste gedeelte tewerkgesteld in de groeve. Twaalf uur of meer zware arbeid verrichten, volladen van karren, deze tegen een steile heuvel opduwen, daarna de wagons volgooien die door een locomotief getrokken werd.
Alles onder toeziend oog van de brute en mishandelende SS-ers. Wie niet hard genoeg werkte of een lichamelijk gebrek kreeg, werd zonder pardon doodgeschoten. Hun lijken verdwenen in massagraven.
Een ander deel van de mannen moest werken aan het uitbreiden van het spoornetwerk of aan hetJoodse grafsteen fragment in de zwarte weg. Treblinka bestraten van de weg met -en hier aarzelt de Verteller van het Oude om het op te schrijven- kinderkopjes. Het kreeg de benaming “zwarte weg”. Ze bestaat nog steeds, u moet zelfs over een deel lopen als u het arbeidskamp wilt bereiken. Een ander deel is afgesloten na de vondst van stukgeslagen Joodse grafzerken. Een boosaardigheid van de Nazi’s om net als in Sobibor, de grafzerken van het plaatselijke Joodse kerkhof te gebruiken om de weg mee te plaveien. Joden als voetveeg gebruiken, past helemaal in de Nazi doctrine!
Vrouwen moesten werken op de kampboerderij. Eenvoudiger te overleven zult u zeggen. Niets is echter minder waar. De omstandigheden waren voor hen net zo gruwelijk. Weinig eten, voortdurend opgejaagd door SS-ers en hun bondgenoten.
In het kamp durfden mensen niet naar de latrines te gaan. Vaak werd iemand mishandeld als hij/zij eruit kwam of werd geëxecuteerd. Zomaar!
Na tien uur ’s ochtends tot 20.00 uur mocht er zo wie zo geen gebruik van de latrines gemaakt worden. Mensen gingen liever na de vreselijk stinkende en overstromende tonnetjes in de barakken. Hierdoor verspreiden zich nog meer ziektes.
Iedereen was voor de SS vervangbaar. Regelmatig werden groepen Joden weggevoerd naar van te voren -met een kraan- gegraven kuilen, hun levenloze lichamen verdwenen erin! Verse werkkrachten werden aangevoerd.
In het kader van operatie Reinhardt (doden van alle Joden in Europa) liet de SS op 2 kilometer afstand van het reeds bestaande kamp, een nieuw gedeelte bouwen. Het zogenaamde Treblinka (2), het vernietigingskamp. De infrastructuur (= station en trein) was al aanwezig. Het enige wat moest gebeuren was het bouwen van een gaskamer en vele, zeer vele greppels voor de lijken (Treblinka heeft nooit een crematorium gehad!). Binnen twee uur na aankomst was een trein met duizenden mensen verwerkt. Men was er trots op.
Eind ’43 kwamen er Joden in opstand. De wapenkamer werd geplunderd en honderden mensen trachten te vluchten. Zestig van hen is het daadwerkelijk gelukt.
De ontsnapping was het sein om de beide kampen op te doeken. De laatste mensen werden vermoord en het kamp met de grond gelijk gemaakt. Net als in Sobibor kreeg het gebied een agrarische bestemming. Er werd een boerderij gebouw en koolzaad aangeplant. Een Oekraïner die met de Nazi’s heulde mocht zijn gezin laten overkomen en samen werden ze verantwoordelijk voor het boeren bedrijf.
Een korte geschiedenis had ik u beloofd. Niet gelukt, leed laat zich namelijk niet in een paar woorden samenvatten!
Ik arriveerde in Willem III (mijn VW-busje) laat in de middag. Nog net op tijd om het museum te bezoeken en een boekje te kopen. Van het super aardige personeel mocht ik blijven overnachten op het parkeerterrein. In geen velden of wegen was een camping te vinden!
Twee uur voor opening van het centrum kon ik de volgende dag aan mijn wandeling langs de plekken der verschrikking beginnen. Ik heb het geweten. Alleen in Treblinka, een gedachte die vreemd aandoet als u bovenstaande heeft gelezen.
Monumenten in TreblinkaTerug naar “niets en iets”. Er is weinig van het originele kamp over, maar men heeft op zeer subtiele wijze de plekken des onheils aangegeven. Bovendien zijn archeologen (wat moeten we toch zonder hen) druk doende geweest de restanten van de verschillende oorden op te graven.
Ik kwam veel monumenten, rechthoekige menhirs die het kampgebied aanduiden, betonnen leggers die het spoor aanduiden, de zwarte weg, restanten van een bunkertje, tankversperringen, nog meer monumenten en enorme massagraven tegen. Zowaar in Treblinka (1), het werkkamp waren de funderingen van de SS-huisvesting tevoorschijn gekomen..
Ik heb er vijf uur rondgelopen. Dwars door de bossen, steeds weer nieuwe dingen ziende, zwaar onder de indruk van de geleverde prestatie van de Polen. Het is werkelijk een herdenkingsplek geworden. Goed bewegwijzerd en voorzien van veel informatie.onderwijzer en schoolkinderen begraven botten onder een heuvel. Sindsdien een herdenkingsplek in Treblinka
Eén verhaal wil ik u tot slot niet onthouden.
Het was bekend dat ergens het kamp moest zijn geweest. In een paar jaar tijd was het overwoekerd. De plaatselijke onderwijzer (!) van de lagere school -Ja,ja, die onderwijzers toch- begon met zijn leerlingen in 1947 een zoektocht. Al snel kwamen ze menselijke resten tegen, deze werden verzameld en onder een heuvel herbegraven. Een houten kruis markeerde de plek verder. Zolang als hij -Feliks Szturo- onderwijzer geweest is, kwam hij er jaarlijks terug om een herdenking te houden!!!

Tour de Misère (7 – Wolfsschanze)

De aanstichter van het eerder beschreven leed der mensheid, de heer (?) A.H. geboren in Braunau am Inn en gestorven in Berlijn op 30 april ’45, liet door de SS een commandopost bouwen voor de aanval op Rusland -operatie Barbarossa-. Het plaatsje Gierloz werd er speciaal voor uitgezocht. Ze lag in het door de Nazi’s veroverde deel van Polen, een vrij ontoegankelijk merengebied omgeven door moerassen. Gemakkelijk te verdedigen tegen een eventuele Russische aanval op de leider van Duitsland. Bovendien liep er al een spoorlijn naar toe en lag er vlakbij een vliegveld. In alle geheimzinnigheid begon de SS aan de bouw van een complex waarvan de locatie voor de Geallieerden gedurende de hele oorlog verborgen is gebleven. Diep in de dichte bossen, uitstekend gecamoufleerd, werd een “betonnen dorp” uit de grondcamouflagenet, Wolfsschanze Gierloz gestampt. Tachtig gebouwen, waaronder 50 bunkers met meters dikke wanden van zwaar versterkt beton, een eigen elektriciteitsnet en watervoorziening, communicatie posten met versleutelde telefoonlijnen, gastenverblijven, onderkomens voor het bewakings; en onderhoudspersoneel, kantines, een bioscoop en tot slot een treinstation, werden aangelegd.
Het terrein behelst ongeveer twee vierkante kilometer en gaf onderdak aan een staf van 2000 personen. Indringen was bijna onmogelijk, prikkeldraad versperringen, mijnenvelden en elite troepen zorgden daar wel voor.
Twee dagen nadat de Wehrmacht Rusland binnentrok, arriveerde Hitler in het complex. Gedurende de hele oorlog zou hij er zo’n 800 dagen verblijven. Vanuit hier werd de oorlog gevoerd, de vernietiging van de Joden bevolen. Hitler was omgeven door zijn getrouwen, van Göring tot Bormann, van Keitel tot Speer. Al deze kopstukken hadden hun eigen onderkomen van versterkt beton. Niet dat ze graag verbleven in de Wolfsschanze, nee, ze hadden aan de plek eigenlijk een hekel. Ze verbleven er alleen als Hitler hen in Führer bunker, Wolfsschanze Gierlozzijn nabije omgeving wenste. De führer leefde er eigenlijk vrij Spartaans. De inrichting van zijn bunker was minimaal, immers de leider kon zich geen luxurieus leven veroorloven als zijn soldaten vochten op diverse fronten. Heel anders dan “Dikke Herman” zoals zijn bijnaam luidde.  Göring stal overal ter wereld kunstwerken en omringde zich ermee. Ook honderd kilometer verderop in Rominty waar hij een jachtslot betrok van voormalig Keizer Wilhelm II. De luchtmaarschalk vond het klimaat in de Wolfsschanze te slecht. Daar kan ik volledig inkomen. Zelfs hedentendage voel je de vochtigheid van de bunkers. Ze was volledig luchtdicht afgesloten in verband met een mogelijke gasaanval, de ijzeren deuren van de kamers gingen ’s avonds dicht, elke voetstap (net als de stemmen) weerklonk luid. Het luchtverversingsapparaat draaide en lucht werd in de kamer geblazen. Het felle wit licht in de ruimtes -stroom afkomstig van een aggregaat- verspreide geen huiselijke sfeer. Eén voordeel; geluid van buiten hoorde je niet.
Als Hitler dan eens een keer op reis ging, dan deed hij dat met een gepantserde trein met de profetische naam “Amerika”. Dat noem ik nog eens Schicksal! Vliegen deed hij i.v.m. zijn vliegangst zo min mogelijk.
Ho Ten Brink, niet te veel uitweiden! Terug naar de Wolfsschanze.
Als je vijand je niet weet te vinden, dan kan het gevaar alleen maar van binnenuit komen. Op 20 juli 1944Reconstructie aanslag op Hitler, Wolfsschanze Gierloz plaatste Claus Schenk von Stauffenberg een aktetas met daarin twee zware bommen in de vergaderruimte. Alle hoge officieren waren aanwezig. Slechts doordat de aktetas werd verschoven -ze kwam achter een zware eiken tafelpoot te staan- overleefde Hitler de aanslag. Dezelfde avond nog werd Stauffenberg terechtgesteld. Duizenden anderen ontkwamen niet aan Hitlers wraakactie en ondergingen hetzelfde lot.
Vlak bij de aanslagplek zijn vier skeletten opgegraven. Wie het zijn weet men niet, maar ze hadden geen voeten en handen meer. Wat hier achter zit is eveneens onbekend, een merkwaardig verhaal!
Resten bunker aan slag op HitlerVlak voordat het Rode leger kwam, verordonneerde Hitler de totale vernietiging van de Wolfsschanze. Hijzelf trok zich terug in de fürherbunker in Berlijn om er als lijk weer uit te komen. De Duitse genietroepen hebben met enorme ladingen dynamiet de boel opgeblazen, hetgeen maar gedeeltelijk is gelukt. De zware constructie was grotendeels tegen de machtige explosies opgewassen. Het interieur werd verwoest, ook menig dak stortte in, maar de buitenmuren bleven staan. Weliswaar met grote scheuren, maar toch! Meer tijd had de genie niet, de Russen kwamen. Twee jaar na de beëindiging van de oorlog deden deze laatsten ook een poging om het complex verder op te blazen. In 1959 volgde een nieuwe poging. Beiden zonder succes, ja die Duitsers waren gründlich!!Boom en beton. Wolfsschanze Gierlow
Tegenwoordig is het terrein opgesteld voor bezoekers, de mijnen zijn opgeruimd en het prikkeldraad is verdwenen. Een grote parkeerplaats is rondom een paar verwoestte administratiegebouwen ontstaan. Tegen betaling komt u het gebied in, u kunt er zelfs overnachten waarvoor een voor Poolse begrippen hoge prijs wordt gevraagd. Ik adviseer u een audiotour te nemen. Normaal gesproken ben ik daar geen fan van, maar deze verrijkt uw kennis. De grote zware bunkers -in sommigen kunt u zelfs binnentreden- staan op u te wachten. Op de camperplaats wordt ik omgeven door grote Duitse wagens. De voertaal is nog steeds Duits. Ik heb maar niet naar de motieven van onze oosterburen gevraagd.
Tot slot nog weer een feitje. Wolfsschanze betekent hol van de Wolf. Het inmiddels ook in Nederland teruggekeerde dier, was de codenaam voor Hitler. Zoiets als “The Eagle has landed”, maar dan anders!

Tour de Misère (8 – Ogen achter prikkeldraad)

Er zijn van die momenten dat je stomverbaasd blijft staan. De wereld staat op zijn kop. Zoiets beleefde ik een tijdje geleden in Majdanek. Ik was diep in gedachten verzonken, hoe kon het ook anders. Nog geen vijf minuten daarvoor had ik de gaskamers van het beruchte vernietigingskamp bezocht. Lopend over de door gevangenen aangelegde weg keek ik naar links. En daar stond ze, doodgemoedereerd naar me te kijken, de glanzende ogen strak op mij gericht, de poten stijf in het weelderige gras zettend. Een ree! Misschien wel een reebokje.
Een ree in MajdanekHier was ik niet op voorbereid. Waar eens de ongelukkige gevangen liepen, ellendig van de honger en mishandeling, stond nu zoveel schoonheid! Binnen de omheining, achter twee rijen prikkeldraad!
Mijn verstand kon het niet aan. Hoe komt ze daar binnen, waarom kiest ze mij, een reïncarnatie, een ….?, zomaar een paar vragen die me te binnen schoten. Vanaf mijn buik nam ik op goed geluk een foto, mijn ogen strak op haar gericht.
Stom genoeg keek ik even naar beneden of het kiekje gelukt was. Toen ik weer opkeek was ze weg. Mij vol verbazing achterlatend, de ellendige omgeving voor even vergetend.
Ik heb haar (hem) niet weer terug gezien!

Tour de Misère (9 – De Engel van Curaçao)

Eigenlijk heeft het verhaal nauwelijks iets te maken met deze gemeente binnen het Koninkrijk der Nederlanden. Toch heeft zij indirect de levens van duizenden Joden gered.
Ik zal het u uitleggen, het kan niet kort, maar dat bent u van mij gewend. Anders leest u mijn stukjes niet.
Sinds de bezetting van Polen door de Nazi’s zijn vele Poolse Joden naar buurland Litouwen vertrokken. Huis en haard verlatend, op de vlucht vanwege het geloof. In de omgeving van Kaunas kwamen velen terecht.
De rechtvaardigen van Jan BrokkenIk sta daar op dit moment op een prachtige plek aan de rivier het verhaal voor u te typen. Tot voor een paar jaar had ik nog nooit van deze stad gehoord, laat staan dat ik in Litouwen was geweest. Maar na het lezen van het boek “De Rechtvaardigen” van Jan Brokken wist ik zeker dat ik er eens zou komen. Een echt aanrader het boek, het handelt over een Nederlandse en Japanse (!) held in de Tweede Wereldoorlog.
Hij was nog niet zo lang consul voor het Koninkrijk der Nederlanden in Litouwen. Eigenlijk was Jan Zwartendijk de belangenbehartiger voor Philips in dat land. Op verzoek nam hij hetCompilatie Jan Zwartendijk met visum consul schap als een soort bijbaantje aan. “Er valt toch niet zoveel te doen!”, was tegen hem verteld. Hoe anders zou het lopen.
Zwartendijk zag al gauw de hopeloze situatie voor de Joden in. Daar komt nog eens bij dat ons eigen land onder de voet gelopen werd door de fascisten. Hij had hulp nodig en vond deze in de Japanse consul Sugihara. Samen bedachten ze het volgende: Zwartendijk zou visa uitschrijven voor Curaçao en Sugihara doorreis visa verstrekken voor Japan. Het enige probleem was Rusland, de Joden zouden via de Trans Siberië Expres moeten reizen. Hoogstpersoonlijk gaf Stalin zijn toestemming. Voor $400 per persoon kon er door zijn land gereisd worden. Buitenlands geld was welkom, maakt niet uit waar dat vandaan kwam.
Transit visum voor Japan - SugiharaEénmaal in Japan aangekomen konden de gelukkigen verder reizen naar diverse bestemmingen. De meesten vertrokken naar Israël of de VS. In Curaçao zijn maar weinigen aangekomen.
In drie weken tijd schreef Zwartendijk bijna 2200 visa uit. Lange rijen wachtenden stonden er elke dag voor het Consulaat. Veel tijd kreeg Zwartendijk niet. De Russen vielen binnen en het consulaat werd gesloten. Geen visa was er meer te verkrijgen, hetgeen noodlottige gevolgen had voor de achterblijvers. Maar daar morgen meer over.
Hoe liep het af met Zwartendijk. Met afschuw vermeld ik u zijn verdere levensloop. Hij keerde terug naar Nederland. Bleef voor Philips werken, zijn verhaal vertelde hij niet, te veel leefde hij in het besef maar een paar Joden te hebben gered. Niets is minder waar, de uitgereikte visa waren op naam van een familie gesteld. Toch al gauw vier personen per visum toentertijd. Meer dan 8000 Joden zouden van de reis gebruik hebben kunnen maken. Toen eindelijk het verhaal van Jan Zwartendijk naar buiten kwam, hebben onderzoeker meer dan 2300 overlevenden kunnen opsporen.
Zwartendijk ging met pensioen en kreeg zelfs nog een reprimande van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Hij had de diplomatieke regels overtreden. Officieel had Curaçao toestemming moeten geven voor de visa. De man was een held, die sukkels op het ministerie (ik schrijf het terecht zonder hoofdletter) hadden er niets van begrepen. In 1976 overleed de voormalige consul zonder ook maar de waardering te hebben gekregen waar hij recht op had. Al zou hij er waarschijnlijk zelf niet om gevraagd hebben.
De kinderen van Zwartendijk hebben wel genoegdoening gekregen, veel te laat, maar toch!
Uit het buitenland kwamen hoge onderscheidingen, postuum! Uiteindelijk bood de Nederlandse regering haar excuses aan. Niet dat je er veel aan hebt als je onder de zoden ligt. U merkt het; ik ben bitter en kwaad.
Terug naar Kaunas. Het was mijn bedoeling om de twee monumenten die de stad ter nagedachtenis aan de beide consuls heeft geplaatst te bezoeken. Een Drent in den vreemde, op zijn fietsje door het drukke verkeer. Ik heb het geprobeerd, maar ik verdwaalde en het verkeer raasde langs mij heen. Terugkeren en foto’s van het internet halen! Excuus, het is niet anders.
De plaquette voor Jan Zwartendijk heeft ook al zo’n merkwaardige geschiedenis. Ze zou geplaatst worden op het gebouw waar vroeger het consulaat gevestigd was. De eigenaar wilde echter, ik citeer, “Geen plaquette voor Joden aan zijn huis”. Over de rol van een deel van de Litouwse bevolking kom ik morgen te spreken.
Besloten werd om dan maar de plaquette te hangen aan het gebouw wat daarvoor diende als consulaat!Nabestaanden Zwartendijk en de koning
In 2018 -inmiddels was het voormalige consulaat overgegaan in andere handen- kwam ze op de juiste plek terecht. Tevens werd een monument onthuld door Zwartendijks dochter en oudste zoon, in bijzijn van de President van Litouwen en .. Koning Willem-Alexander!!!
Daarmede is het verhaal bijna af. Ware het niet dat de Tweede Kamer unaniem aan de koning het verzoek deed Zwartendijk postuum te onderscheiden. In 2023 werd aan de kinderen de “Erepenning voor menslievend hulpbetoon”, in goud uitgereikt.
De bijnaam van de consul; de Engel van Curaçao, gegeven door de overlevenden vind ik het mooiste eerbetoon.
Wat een held!!

Tour de Misère (10 – Het “Negende Fort”)

Mocht u ooit naar Litouwen willen vertrekken en u zoekt op het internet de bezienswaardigheden daar op, dan leest u vast en zeker dat het land uit 90% bos bestaat, vriendelijk is om te fietsen -tot nu toe heb het negende fort, Kaunas, Litouwenik alleen gestrest in de stad gereden- en over een paar bijzonderheden. Het “Negende Fort” wordt daarbij steevast genoemd. Oorspronkelijk bedoeld om met tien andere fortificaties te dienen als verdedigingswerk voor de stad Kaunas. Tussen 1902 en 1913 heeft men aan het betonnen werk gebouwd. Echter de tijd van fortificaties was met de komst van zware kanonnen en beter penetrerende granaten al lang voorbij. Vergelijkt u dat maar eens met de Stelling van Amsterdam. Toen ze klaar was, was ze alweer verouderd.
Litouwen heeft een geschiedenis van geweld, overheersing door anderen, vrijheidsstrijd en oorlogen. Te veel om allemaal hier te vermelden en voor mijn verhaal niet zo relevant.
Maar om terug te komen op de forten. In 1915 vallen de Duitsers tijdens de Eerste Wereldoorlog het land binnen. Het grootste kanon uit die tijd (Dikke Bertha) schiet diverse betonnen stellingen aan gort. Dit lot blijft het “Negende Fort” bespaart.
Het onafhankelijk geworden Litouwen bouwt na de Duitse overgave het fort om tot gevangenis. Niet bepaald prettig om daar vast te komen zitten. Het is er kil, vochtig en Spartaans. Maar geïnterneerden mochten tenminste bezoek ontvangen en (levensmiddel)pakketten aannemen. De cellen moesten worden gedeeld, maar waren groot genoeg. De straffen waren niet mals. Toen ik vandaag in de stromende regen er een bezoek bracht, zag het er nog troostelozer uit. Aanvankelijk scheen de zon en oogde het fort vriendelijk in een (althans hedentendaagse) omgeving van groen. Binnenin kwamen de muren al gauw op mij af, de gangen zijn nauw en duister. Op de bovenste etage bevindt zich the coffin (de doodskist). Een cel die mede vanwege haar vorm die naam heeft gekregen. Speciaal voor eenzame opsluiting van een gevangene! Als de ijzeren deur eenmaal dicht ging raakte de zuurstof snel op. Slechts door een gaatje onderin kon de ongelukkige -plat op de koude betonnen vloer liggend- nog ademen. Langer dan een paar uur (!) mocht niemand in de cel verblijven. Sommigen overleefden het niet.
Tussen 1941 en ’42 bezetten de Russen het land. Politieke gevangenen worden nu in het fort opgesloten. Vervolgens vallen Hitlers hunnen binnen en verandert het “Negende Fort” in een concentratiekamp. Beter gezegd; een vernietigingskamp.fusillade plek, Kaunas, negende fort
Aanvankelijk werden de Nazi’s door een groot deel van de Litouwse bevolking gezien als bevrijders. Dat veranderde deels nadat de eerste Joodse bewoners van het getto van Kaunas naar het fort werden afgevoerd. Aan de executie -zonder aanziens des persoons- werd ook door Litouwers meegedaan!
De lijken werden in massagraven gegooid en de volgende “lading” kon komen. Meer dan 50.000 (precieze aantallen is nog steeds onderdeel van discussie) mannen, vrouwen en kinderen vinden zo op weerzinwekkende wijze de dood.
In 1943 keerden de kansen in de oorlog, op diverse fronten werden de Nazi’s teruggedreven. Om hun daden te verdoezelen kregen 69 Joodse mannen de opdracht de lijken op te graven en te verbranden. Inmiddels waren er meer dan 25 massagraven, van heinde en ver werd hout aangevoerd om de restanten van de lichamen te verbranden. Uiteindelijk lukte het de negenenzestig om te ontsnappen, niet nadat ze twaalf massagraven hadden geleegd. Elf bleven er uiteindelijk uit handen van de Duitsers, zij verklaarden ongeveer 12.000 mensen te hebben gecremeerd. Recent archeologisch onderzoek heeft de plaatsen aangetoond waar de andere vermoorden moeten liggen. Het hele terrein wordt inmiddels als één groot grafveld beschouwd, voor de slachtoffers is een gigantisch monument gebouwd. Ze bestaat uit drie clusters van 32 meter hoge betonnen palen. Op de top afgebroken en naar de hemel reikend. Op mijn fietsje aan komen rijdend, keek ik vol ongeloof naar boven. In eerste instantie vond ik ze verschrikkelijk, bombastisch en absoluut niet passend in het landschap. Maar welk monument past er eigenlijk wel bij deze volkenmoord? Ik zou het ook niet weten.
Monument Kaunas, Negende fortDichterbij komend zag ik iets wat mijn mening totaal deed veranderen. In de betonnen pilaren zijn gestileerde gezichten van mensen opgenomen. De blik is vol onbegrip en lijden. Tenminste dat zag ik erin, oordeelt u zelf als u op de foto klikt ter vergroting.
Het Rode leger veroverde Litouwen, de Russen gebruikten het “Negende Fort” om -ik citeer-“politieke gevangen en vijanden van de staat” erin op te sluiten. Ook toen werden er gruwelijkheden begaan. Tijdens de Glasnost en Perestrojka periode werd Litouwen onafhankelijk en kon het fort omgebouwd worden tot museum.
Trekt u een jas aan als u het bezoekt, kil en koud is ze nog steeds. Ook zonder al die misstanden. Maar uit museaal oogpunt heb ik van rondtoer binnenin genoten. De geschiedenis van het fort wordt prima weergegeven, de entourage helpt natuurlijk ook mee! De Joodse geschiedenis van het getto van Kaunas krijgt veel aandacht. Fantastisch!
Eén van de voormalige cellen bezorgde mij echter de grootste verrassing. Ze was geheel gewijd aanEerbetoon Jan Zwartendijk en Sugihara - Kaunas, negende fort Consul Zwartendijk en zijn Japanse collega Sugihara en hun heldendaden. Simpel van opzet, maar vol bewondering en eerbied.
Mij werd via een enquête om mijn mening gevraagd over het fort en haar exposities. Ik was vol lof, maar kon het toch niet nalaten een puntje van kritiek te leveren. Je bent Nederlander tenslotte!
Er is geen aandacht voor de rol van de Litouwers bij de executie van de Joden. Na mijn mening behoort dat ook naar voren te komen. Het heeft jaren geduurd voordat wij in Nederland (en Indië) aandacht hadden voor foute Nederlanders en oorlogsmisdaden. Dus; misschien komt dat in Litouwen ook over een aantal jaren.

Tour de Misère (11 – De Engel van Curaçao deel 2)

Zo, mijn kleine rondreis door de Baltische Staten zit er nagenoeg op. Ik kan het u -liefhebber van natuurschoon- van harte aanraden om de drie landen eens te bezoeken. Op cultureel gebied valt er ook genoeg te beleven, maar archeologisch gezien vond ik het er minder interessant.
Ik sta weer op mijn uitvalsbasis in Kaunas, de stad waar ik heen wilde vanwege de Nederlandse consul Jan Zwartendijk. De doortastende man die eigenhandig visa uitschreef aan Joden om hen een reis naar Japan en dus de vrijheid te kunnen bezorgen. Leest u vooral Tour de Misère deel 9 indien u niet op de hoogte De Spiraal. Monument voor Jan Zwartendijk in Kaunas.bent van het verhaal. Een ware held die in Litouwen nog steeds al zodanig wordt vereerd.
De vorige keer dat ik hier was, regende het verschrikkelijk, reed ik op mijn fietsje (hetgeen in deze stad ook niet aan te bevelen is), verdwaalde ik en uiteindelijk bleek het monument voor mij op die dag onbereikbaar. Tijdens mijn verdere reis bleef het aan me klagen. Ik mocht er best nog een keer op zoek naar gaan.
Ik kan u zeggen: ”Het is gelukt”. Met de auto deze keer.
Tussen de bomen en voor de vroegere werkplek van Jan Zwartendijk, hangt als het ware een verlichte spiraal. Op foto’s ziet het er niet zo spectaculair uit, meer een zwevend licht. In werkelijkheid echter is ze zeer bijzonder. De spiraal bestaat uit meer dan 2000 streepjes/lampjes, allen één van de geredde mannen/vrouwen of kinderen voorstellend. De kleuren verschillen in sterkte en af en toe loopt er een beweging doorheen. Deze verbindt de lampjes als het ware met elkaar, immers de mensen zijn allemaal gered door het visum van Zwartendijk. Verbonden voor het leven.
Bovenstaande zou te zien moeten zijn, helaas vroeg in de ochtend (07.00 uur), bleek het licht niet aan te zijn. Bij navraag bleek dit alleen ’s avonds het geval te zijn. Het monument wordt er minder spectaculair door, maar blijft imposant.
De “zwevende” spiraal is iets meer dan zeven meter lang, in het midden ligt een herinneringstekst (wel verlicht): “Jan Zwartendijk (1895-1976) Honorary Consul of the Netherlands and representive of the company Philips in Kaunas, who saved thousands of Jewish people from the holocaust by issuing Visas for Live in the summer of 1940.”Verlichte plaquette, herinnering aan Jan Zwartendijk
Het in 2018 onthulde monument -o.a. door twee kinderen van Jan Zwartendijk en koning Willem-Alexander- kunt u in Kaunas bezoeken aan de Laisvès al. 18-40, 44311.

Zeker doen als u in de buurt bent, de man verdient het.
Teruglopend naar mijn auto over de op een boulevard gelijkende winkelstraat, kwam ik een foto reportage tegen over Sugihara. De Japanse Consul zonder wiens hulp niet zoveel mensen gered konden worden. Op een andere plaats in de stad heeft hij zijn eigen welverdiende monument.

Tour de Misère (12 – Lidice, “het Putten van Tsjechië)

Hij stond bekend als “de slager van Praag”, maar ook als “de beul” en “het blonde beest”. We hebben het hier over Reinhard Heydrich. Chef van de Gestapo en de SD, beiden organisaties waren bekend om hun opsporingsdienst en gewelddadigheden. Hun leidinggevende werd door Hitler gezien als een model Nazi en hij zag in hem zijn gedoodverfde opvolger. Heydrich liet Hitlers tegenstanders verdwijnen (hierover later in mijn komende verslagen meer) en was belast met het bedenken en plannen van de moord op de Joden, zigeuners en homoseksuelen. Eerst vormde hij zo genaamde Einsatzgruppen, SS-mannen die massa executies van deze groepen doorvoerden. Direct na de verovering van een gebied kwamen Heydrichs mannen om hun gruwelijke taak uit te voeren. Toen bleek dat de uitvoering niet snel genoeg ging en de belasting voor de SS-ers te groot werd (!!!!), belegde Heydrich de Wannsee -vlak bij Berlijn-conferentie op 20 januari 1942. Daar werd besloten de Joden en andere bevolkingsgroepen te gaan vergassen in speciaal daarvoor ingerichte kampen. Een definitieve oplossing voor het Joden vraagstuk!
Geen wonder dat Hitler zo tevreden was, Heydrich was de verpersoonlijking en uitvoerder van zijn gedachten. Als beloning werd het blonde beest aangesteld als gouverneur van Tsjechië  en omstreken met als voornaamste taak het verzet de kop in te drukken en de Joodse bevolking af te voeren. Met grote dadendrang, niets en niemand ontziend, ging Heydrich aan de gang. Een waar schrikbewind voerde hij vanuit zijn vestigingsplaats Praag.
auto van Heydrich na de aanslagZijn arrogantie zou hem uiteindelijk de kop kosten. Op zijn bureau had hij zijn reisplan voor 27 mei (1942) laten liggen. Een schoonmaakster nam het verfrommelde stuk papier mee en gaf het door aan het verzet. Maanden daarvoor waren twee Tsjechen -Gabčík en Kubiš, beiden opgeleid in Engeland- per parachute gedropt met als opdracht Heydrich om te brengen. De reisroute kwam als een geschenk!

Op de bewuste dag stonden de mannen -geholpen door enkele verzetsstrijders- te wachten. Het duurde lang, maar daar kwam eindelijk de open wagen(!) van Heydrich aan. Hij zat er alleen in met zijn chauffeur. Geen escorte! De man voelde zich machtig, niemand kon hem iets maken. Tot dat aan de overkant van de weg een tram stopte, de mensen uitstapten en de wagen van Heydrich daardoor tot stilstand kwam. Eén van de parachutisten sprong tevoorschijn, pakte onder zijn jas een machinegeweer (stengun?) vandaan. Haalde de trekker over en …. Er gebeurde niets. Het wapen was smerig, het had verstopt gezeten onder groente. Hoe knullig. Heydrich ging rechtop staan, pakte zijn pistool en haalde de trekker over …. En er gebeurde niets. Geen kogels. Hoe knullig.
De tweede parachutist rende naar de wagen, gooide een zelfgemaakte bom. Deze ontplofte tegen het voorwiel. Heydrich werd geraakt door scherven en zakte bloedend ineen. Maar hij leefde nog. Waarom de tweede bom niet gegooid werd is me nog altijd een raadsel. Niet dat het veel uitmaakte, acht dagen later na een pijnlijk ziekbed (!) stief Heydrich. De officiële lezing toetertijd is dat bloedvergiftiging door een paardenhaar (uit de bekleding van de auto) de oorzaak was. Pas in 1990 sprak de dokter die verantwoordelijk was voor de operatie voor het eerst. De eerste incisie was niet goed geweest, een tweede noodzakelijk. De wond was daardoor veel groter geworden, waardoor complicaties waren ontstaan.
Hitler ontstak in woede. Dagenlang broedend op wraak.Terrein van het voormalige dorp Lidice
Uiteindelijk werd het dorp Lidice -vlak boven Praag- er de dupe van. Op geen enkele wijze betrokken bij de aanslag, rustiek en vredig gelegen.
Op 10 juni 1942 werd ze omsingeld. De mensen werden bijeengedreven, 173 mannen werden gelijk geëxecuteerd, de vrouwen en kinderen afgevoerd naar concentratiekampen. Als een kind “Arische” kenmerken had werd deze naar Duitsland gestuurd om daar op te worden gevoed door nazi getrouwe burgers. Had een jongeling deze kenmerken niet dan werd hij/zij gelijk doorgestuurd naar een concentratiekamp om daar bij aankomst vergast te worden. “Total Ausrotten”, schijnt Hitler geroepen te hebben.
Van de naar de kampen gestuurde vrouwen overleefden 70 de oorlog niet. Voor hen staat tegenwoordig een prachtig monument op het grondgebied van het voormalige Lidice. In totaal zijn 340 van de 500 dorpsbewoners vermoord.
Alsof dit nog niet genoeg was, kreeg de SS de opdracht het dorp met de grond gelijk te maken. UrenlangHuilende vrouw Lidice beheersten zware explosies het anders zo landelijk geluid. Er bestaan zelfs opnames van, zo trots waren de mannen op hun werk. De beelden kunt bekijken in het museum van Lidice.
Nog was de moordlust niet gestild. Een aantal dagen later onderging het dorp Lézáky hetzelfde lot.
Tegenwoordig is het gebied waar eens het dorp stond een park. De rust wordt er enkel verstoord door grasmaaiers, knetterende regen en het geluid van opstartende en landende vliegtuigen. Lidice is namelijk vlakbij het vliegveld van Praag gelegen.
Slechts her en der zijn nog een paar fundamenten te zien. Een informatiepaneel is alles wat herinnert aan de vroegere glorie.
Kindermonument LidiceOp het terrein vindt u indrukwekkende monumenten aan de vroegere bewoners, maar het monument voor de omgekomen kinderen laat de koude rillingen over uw rug lopen. Daar staan ze dan, als groep bijeen. Afwachtend, wereldvreemd voor zich uitstarend, bang en angstig, op zoek naar houvast. De lichamen en de hoofden zijn getrouw aan hun uiterlijk afgebeeld. Levende doden, so to speak.
In het museum, op het terrein en in een voormalige brandweer kazerne, kunt u een film bekijken over het leven voor de aanslag en hoe het dorp vernietigd werd. De rest van het getoonde vond ik minder interessant, geen interesse voor. Klinkt gek misschien, maar ik heb meer te doen met de mensen dan met bezittingen. Deze laatste kun je weer vergaren, een leven krijg je niet terug.
Maar wat zijn de paralellen tussen Putten en Lidice? Daarvoor moet u de artikelen aan het begin van “Tour de misère” lezen. Er zitten verbluffende overeenkomsten bij.

Maar dat kinder monument. Br…..

Traces of War!

“Schrijf ook eens een wat kleiner stukje”, schreef één van mijn trouwe lezers. Dat snap ik wel, maar overGeschutsopstelling WOII Krzemionki de dingen die ik zie valt ook zoveel te vertellen. Meestal laat ik de helft van de informatie weg, anders kan ik net zo goed voor een krant of ander media gaan werken.
Lopend/slenterend door de bossen van Krzemionki kwam ik gaten tegen die qua grootte deden denken aan de toegangsschachten uit de prehistorie. Ze waren minder begroeid en de randen leken wel omheiningen, zo hoog waren de losgewerkte stenen opgestapeld. Ongeveer anderhalve meter diep, rond en in het midden een klein Pak 40 anti tank kanonplatform waardoor de omgeving ervan wel leek op een afwateringsring. De “omheining” was op diverse plekken onderbroken. Nee, dit was niet het werk van de voorouders, maar van niet al te lang geleden. Het moest met de Tweede Wereldoorlog te maken hebben. Een optelling voor een Duits anti-tank kanon, de 7,5 cm Pak 40 kanon (7,5 cm Panzerabwehrkanone 40), vooral ingezet tegen de Russische tanks. Gaten in de stelling waren gemaakt om in diverse richtingen te kunnen schieten.
Een eindje verder bevestigde een bord mijn vermoeden. In de zomer van 1944 waren de Nazi’s begonnen om door heel Polen -van noord naar zuid- een verdedigingslinie aan te leggen. Maar door het snelle oprukken van het Rode Leger kwam het nooit tot gevechten rondom Krzemionki. Direct na de zegevierende, oprukkende Russen werden vele stellingen dichtgegooid. In het gebied van de schachten zijn er gelukkig enkelen bewaard gebleven. Ook dat is geschiedenis, helaas uit een tijd waar we niet zo graag aan herinnerd willen worden. Af en toe lees ik weer eens dat in Nederland een bunker in de weg staat, plaatsmaken voor een supermarkt (b.v. Julianadorp in Noord-Holland). Weer een stuk geschiedenis uitgewist. De Verteller van het Oude begrijpt het niet! Gelukkig gaan ze in Polen er toch een beetje anders mee om.

Tour de Misère (13 – Theresienstadt – het kleine fort)

Niet voor te stellen! Ik had aan één dag niet genoeg om het concentratiekamp Theresienstadt te bezoeken. Ik was er zelfs al vroeg en ging als een van de eersten naar binnen. Nee, daar lag het niet aan. Het complex is groot en er valt zoveel te zien. En mooi dat de buitenkant is, ongelooflijk. U leest het goed, mooi! Dat klinkt gek als het gaat om een plek waar zoveel mensen de dood vonden of werden doorgestuurd naar andere kampen. Ik zal het u uitleggen.   
Dit gedeelte van Tsjechië maakte eind 18e eeuw onderdeel uit van Oostenrijk/Hongarije. Ter verdediging van het rijk werd besloten om vestingwerken te bouwen. Ter ere van Keizerin Maria Theresa werd de Tweede Wereldoorlog: Cellenblok, kleine fort Terezingestichte stad met haar imposante vestingwerken Terezin genoemd.  De twee forten, de zogenoemde kleine en grote, waren van buiten bekleed met baksteen en voorzien van een pleisterlaag. Er overheen lag een laag aarde, begroeid met gras, zeer effectief tegen de kanonskogels uit de begintijd van de forten. Binnen waren de diverse kamers van beton, koel, veilig en vochtig. Benauwd in de zomer, koud in de winter. Het kleine fort deed vanaf haar bouw ook dienst als gevangenis. De aanslagplegers op Frans Ferdinand -en daardoor mede de Eerste Wereldoorlog uitlokkend- zijn o.a. daar vastgezet.
Toen de Duitsers de baas waren in Tsjechië kon de Gestapo zonder al te veel aanpassingen er zo haar intrek innemen. Immers de infrastructuur was al aanwezig.
Het grote fort ging vanaf november 1941 dienst doen als Getto voor Joden. Zoals eerder gememoreerd heb ik vandaag daar geen bezoek aan kunnen brengen. Vanwege de tijd heb ik me moeten beperken tot het kleine fort.Tweede Wereldoorlog: Grafveld voor het kleine fort Terezin
Aankomen rijdend op de fiets, zag ik haar al van verre liggen. Een fort torent nu eenmaal boven haar omgeving uit. Dichtbij komend viel mijn mond op. Het verdiepte terrein ervoor ligt bezaaid met duizenden grafstenen. Hier liggen 10.000 door het naziregime vermoorde  mannen en vrouwen herbegraven. Allemaal na de oorlog uit massagraven gehaalde lijken, voor zover mogelijk geïdentificeerd. Niet alleen afkomstig uit het kleine fort, maar ook uit het getto van Terezin en het vlakbij gelegen werkkamp Litomerice. Rondom de begraafplaats -in 1947 al uitgeroepen tot een monument ter herinnering en herdenking- zijn stenen zitplaatsen gecreëerd. Terwijl de zon door de wolken brak en ik de stralen weldadig over mijn lichaam voelde trekken, zat ik op een arena gelijkende tribune te mijmeren. Zo’n mooie omgeving en dan zoveel geweld!
Ik liep door de poort, net als de eerste gevangenen van de Gestapo in 1940. Het was er stil, twee uur later was het druk. Diverse Tsjechische groepen en zelfs een Nederlandse schoolklas (heel goed!) bezochten de vesting. Voor het eerst kreeg ik een vage glimlach om mijn lippen, misschien een lichtpuntje in wat nu een donkere toekomst lijkt!
Ondertussen had ik al het vrouwengedeelte bezocht, meer dan 5000 -op een totaal van 32.000- hebben er gedurende de oorlog vastgezeten. Vele cellen en gebouwen waren opengesteld voor publiek, diverse waren ingericht als tentoonstellingsruimte met verschillende thema’s. Buitengewoon kundig gedaan en zeer wetenswaardig. Eenmaal beginnend te lezen kun je niet meer stoppen, de tijd staat stil en de hersenen denken na.
Tweede Wereldoorlog: Spreuk, kleine fort TerezinIn eerste instantie waren het vooral Tsjechische verzetsstrijder en politieke gevangenen die terecht kwamen in het kleine fort. Werken moesten ze, in de mijnen. Zwaar werk, voor velen te zwaar. Tweehonderdvijftig gram brood per dag, een beker waterige soep en een kop surrogaat koffie, dat was alles wat men kreeg.
Voeg daaraan de gruwelijke verhoormethoden van de Gestapo toe, de mishandeling door de bewakers en het beeld is duidelijk. Onmenselijk!
Later kwamen daar uit omliggende landen mensen bij en tegen het einde van de oorlog zelfs Franse en Britse krijgsgevangenen.
In een apart gedeelte werden een paar honderd Joden -speciaal geselecteerd voor werk- gevangen gehouden. Hun behandeling tart elke vorm van beschrijving. Deze groep werd regelmatig “ververst”!
Het kamp heeft alles wat u van een kamp mag verwachten. Isoleercellen, overvolle barakken, riantTweede Wereldoorlog: Poort des doods, kleine fort, Terezin onderkomen voor de 150 SS-ers die het kamp bewaakten, verhoorkamers, kleding magazijnen, mortuarium, zwembad voor de gezinsleden van de bewakers, woning van de kampcommandant, cellen, veel cellen en een bioscoop.
Veel indruk maakte het executieterrein. Door de poort des doods werden de gevangen naar deze plek geleid. Op 2 mei 1945 -de dag dat Berlijn zich overgaf- Tweede Wereldoorlog: Executieplaats, kleine fort, Terezinwerden nog eens 55 gevangen neergeschoten. Volkomen willekeurig!
De leefomstandigheden werden als maar slechter, er brak vlektyfus uit. De SS-ers verlieten de kleine vesting op 5 mei. De administratie werd deels vernietigd, die in de mijnen werd bijgehouden echter niet. Daardoor zijn de namen van de te werk gestelden bekend gebleven.
In het kleine fort kwamen in totaal 2500 mensen om het leven. Een klein aantal vergeleken met de gedeporteerden uit het getto. Het leed was echter net zo groot!!

Tour de Misère (14 – Theresienstadt – het ghetto)

Een half jaar geleden las ik een boek over Kamp Vugt. De auteur schreef het boek al in 1946, geheel vanuit zichzelf met alle woede over het gebeuren doorklinkend in zijn woorden. Op dit moment herinner ik me noch titel, noch schrijver. Lezen door de ogen van iemand die het zelf meegemaakt heeft is anders. Verdriet, boosheid en afkeer komen sterker over. Maar enfin, het gaat over een passage die me bijgebleven is. Als er weer een trein vanuit Vugt vertrekt zegt een Joodse medegevangene tegen de auteur: (bij benadering) “Ik hoop als ik op transport ga, dat ze me naar Theresienstadt sturen. Daar is het leven nog niet zo slecht.”
De man moest eens weten!Tweede Wereldoorlog: Gezicht op Terezin, grote fort, kerk en huizen van het Ghetto Theresienstadt
Op het internet kom je eindeloze discussies tegen of Theresienstadt nu een zogenaamd “durchgangslager” of een “concentratiekamp” is. Ik zal later in mijn verhaal mijn mening hierover geven.
Gelegen in het grote fort -één kilometer verwijderd van het kleine fort- ligt het ghetto van Theresienstadt. Vanaf november 1941 speciaal ingericht voor het huisvesten en doorzenden van haar Joodse bevolking. Heydrich, hij weer, had daartoe de aanzet gegeven. Onder de bewoners zat een groot aantal kunstenaars, musici en juristen. Er ontstond een druk cultureel leven.
Echter, door een enorme aanvoer van personen puilde het kamp uit. De kamers in de stenen gebouwen Tweede Wereldoorlog: Art museum, reconstructie woonomstandigheden in Ghetto Theresienstadtbinnen het fort puilden uit. Geen enkele vorm van privacy. De strijd tegen luizen en ongedierte vormde een dagelijkse bezigheid. Ziektes waren niet te voorkomen, mensen stierven met honderden per dag. Alleen al in 1942 zo’n zestienduizend ongelukkigen. Er was niet genoeg water en het voedsel was schaars.
Barakken werden bijgebouwd om de overbevolking dragelijker te maken, maar ook deze zaten binnen de kortste keren vol. Volgens een berekening in het museum -nu gehuisvest daar waar eerst de jongens tot 15 jaar waren ondergebracht- bedroeg de gemiddelde leefruimte in de gebouwen 1,65 m². Later zou dit oplopen tot maximaal 3 m². Niet omdat de Duitsers het dodental onacceptabel vonden -verre van dat zelfs-, maar door een reden van buitenaf. Begin ‘43 waren 500 Joden uit Denemarken naar het ghetto gestuurd. De Deense regering eiste toegang tot het kamp om te zien hoe het met de landgenoten ging. Eind van het jaar gingen de Nazi’s akkoord met een bezoek van het Rode Kruis medio 1944. Men had zich tijd verschaft om de zoveelste leugen de wereld in te helpen. Zorgvuldig werd ze opgebouwd, ten eerste werden de transporten naar de vernietigingskampen opgevoerd waardoor er meer ruimte in het ghetto ontstond. Voorlopig lag men nog maar met drie personen op de kamer. Diverse winkels en cafés werden geopend, ineens was er volop eten en water beschikbaar. De bewoners werden zorgvuldig geïnstrueerd hoe ze zich moesten gedragen bij de inspectie. Het Rode kruis constateerde tevreden bij haar bezoek dat de gevangen prima behandeld werden. Het werd zelfs op schrift vastgelegd.
Ongeveer terzelfder tijd werd er een film opgenomen. Voetbalwedstrijden werden vastgelegd, net als andere sportactiviteiten, kinderen werden met de camera gevolgd, gezellig kletsende mannen en vrouwen op beeld opgenomen, de tuintjes werden bewaterd, de Raad van ouderen kwam bijeen (soort Joodse Raad, ze moesten ook de transportlijsten opstellen) etc.. En overal lachende mensen. Dat moet een toer voor ze zijn geweest. Na de opnames verging het lachen snel. Met het document van het Rode Kruis in de hand en de op beeld vastgelegde leefomstandigheden veranderde de houding van de bezetter snel. Er werden drastische maatregelen genomen, het kamp stroomde weer vol met mensen, uit 30 verschillende landen! De acteurs uit de film die zo vriendelijk poserend voor het nageslacht zijn behouden, verdwenen in de gaskamers.
Ik reed -wederom in alle vroegte- door het voormalige kamp. Er lopen nu geasfalteerde wegen doorheenTweede Wereldoorlog: Museum Theresienstadt, grote fort. met de bijpassende weggebruikers. Eigenlijk is het nauwelijks voor te stellen dat hier het ghetto is geweest. Restaurants, winkels, u treft ze aan. Allemaal echt deze keer. Diverse gebouwen – op een plattegrond aangegeven- kunt u bezoeken. Ik begon mijn tour door het ghetto in het museum. Ik wilde de Nazi propaganda film –“De geschonken stad”- zien. In de goed zittende bioscoop werden mij twee film voorgeschoteld. Beiden indrukwekkend en zeer aanbevelingswaardig. De rest van het museum staat in het teken van de jongeren die er gewoond hebben. Met prachtige tekeningen van kinderen die verlangen naar de vrijheid. Veel bloemen, dieren en blauwe luchten, zonder de muren van het fort.
Zoals ik eerder al opgeschreven heb, woonden er veel kunstenaars. De nazi’s gaven hen opdrachten, bijvoorbeeld artistiek impressies van het kamp te maken. Maar dan wel volgens hun beeld. Muziek maken/opera’s uitvoeren, u kunt het allemaal in het Art museum bekijken en bewonderen! Zeker de moeite waard omdat men in een gedeelte van het gebouw een getrouwe weergave van een kamer van destijds nagemaakt heeft. Met een heel veel achtergebleven spulletjes van Joodse mensen. Ik heb nog nooit zo’n reconstructie gezien, meestal waren het kale bedden met een paar strozakken matrassen erin. Maar hier vindt u een compleet ingerichte kamer met scheerspullen, schaakbord, kleren en koffers, potten en pannen etc.
Tweede Wereldoorlog: Spoorlijn Theresienstadt, grote fort Terezin.Buiten het dorp, maar binnen de vesting, liggen op diverse plekken nog authentieke spoorrails. Lopend naar het (niet meer bestaand) stationnetje vanwaar de treinen naar de vernietigingskampen vertrokken. Boulevard de Misère, maar dan (ook) in Terezin!
In 1945 bouwden de Nazi’s in een ondergrondse gang een gaskamer, gelukkig is ze nooit in gebruik genomen. Er waren al veel te veel doden gevallen, in mijn optiek dan.
Gedurende de gehele oorlog zijn er in het kamp bijna 134.000 joden gearriveerd. Achtentachtig duizendTweede Wereldoorlog: Crematieresten dumpplaats, Theresienstadt werden doorgestuurd -waaronder 5000 Nederlanders-, waarvan 19 duizend werden bevrijd (slechts 142 kinderen!), ongeveer 34.000 stierven in het kamp door ondervoeding, ziektes, martelingen en executies. De meesten werden in het crematorium verbrand. Hun as werd “keurig” bewaard in dozen. Toen het einde voor het Nazi regime naderde, liet men gevangenen in lange rijen met deze Tweede Wereldoorlog: Huilende vrouw, monument crematieresten dumpplaats Theresienstadtcrematieresten naar de rivier lopen. Zonder ceremonie, maar met de gewetenloosheid van een oorlogsmachine werden deze in de rivier gedumpt. Op de plaats waar het gebeurde staat nu een prachtig monument.
Het interesseert me geen moer welke benaming u geeft, “durchgangslager” of “concentratiekamp”, één op de vier overleefde zijn/haar verblijf binnen Theresienstadt niet. Daar past volgens mij maar een enkele benaming bij: Moordkamp!

Tour de Misère (15 – Hans Oster – vergeten en nooit geëerd)

Ik waarschuw alvast, het wordt het langste verhaal dat ik ooit in mijn “Nieuws” heb geschreven. Het gaat over een man waaraan wij als land dankbaarheid en erkenning verschuldigd zijn. Waar hij niet op uit was, maar ook nooit gekregen heeft.Tweede Wereldoorlog: Kolonel Hans Oster
De Verteller van het Oude vindt het onterecht, en probeert het een beetje recht te zetten. Met uw hulp!
Bijna een halve eeuw geleden studeerde ik af aan de Pedagogische Academie “De Eekhorst” in Assen. Naast allerlei pedagogische vakken deed ik ook examen in Geschiedenis. De aankomende onderwijzer moest zelf een onderwerp uitkiezen waarover hij op het examen ondervraagd wilde worden. Ik las het boek “Offiziere gegen Hitler” van Fabian von Schlabrendorff en was gelijk gefascineerd. Het handelde over het verzet binnen het Duitse leger (Wehrmacht) tegen Hitler. Het boek werd al geschreven in 1948 en was één van de eerste gepubliceerde boeken over een oppositiegroep tegen de dictator. Von Schlabrendorff wist waar hij over sprak, hij behoorde namelijk tot deze verzetsgroep en was een van de weinigen die zijn oppositie niet met de dood heeft moeten bekopen. Op wonderbaarlijke wijze ontsprong hij die dans.
Wat mij zo trof was het feit dat er officieren binnen het leger waren geweest die de plannen van Hitler wilden dwarsbomen, ja zelfs durfden te verraden en dat al voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Waarom wist ik daar niet van? Toentertijd – mijn jonge jaren-  kwamen door toedoen van Lou de Jong de verhalen pas los. Onder zijn bezielende leiding verscheen er op de tv documentaires en van het standaardwerk van De Jong  verscheen het eerste deel.
Heel Nederland had in het verzet gezeten, ontnuchtering volgde. Joden waren massaal geholpen, ontnuchtering volgde…. etc. Lou de Jong heeft baanbrekend werk verricht!
In die context groeide ik op, thuis werd niet over de Tweede Wereldoorlog gesproken. Toevalligerwijs (toeval?) kwam ik erachter dat mijn grootouders onderduikers op de boerderij hadden gehad. Tijdens hun 50 jarig huwelijksfeest kwamen er ineens voor mij onbekende mensen binnen, feest afgelopen, de emoties hadden bij alle familieleden de overhand. Het bleken de ex-onderduikers te wezen. Hoe en wat? Het is mij tot op de dag van vandaag nooit verteld. Misschien ligt hier de kern wel van mijn fascinatie. Ik moest alles zelf uitvinden.
Tweede Wereldoorlog: Admiraal Wilhelm CanarisTerug naar Von Schlabrendorff. De officieren in het boek waren hoog in rang, tot legerleiders toe. Maar de kern van het verzet werd gevormd door de Abwehr, zeg maar de geheime dienst van het leger. Aan het hoofd stond de legendarische, ondoorgrondelijke en mysterieuze, Admiraal Canaris. Over hem zijn films gemaakt, tientallen boeken geschreven en in alle publicaties omschreven als een patriot met heldenmoed. Allemaal volkomen terecht volgens mij. De man op de achtergrond, het verzet dekkend, sporen uitwissend etc..
Maar de feitelijke leiding van het verzet rustte bij -toen nog- Kolonel Hans Oster. Over hem wil ik het met u hebben. Iets langer dan normaal.
Hans Oster werd in 1887 in Dresden als zoon van een predikant geboren. Al vroeg begint hij aan een carrière in het leger. Deze komt abrupt tot een einde als een affaire met de vrouw van een officier  uitkomt. Via Canaris komt hij uiteindelijk toch weer in het leger terecht, een onbelangrijke post weliswaar. Hij werkt zich op en in 1935 komt hij bij de contraspionagedienst van de Abwehr te werken en wordt hij de rechterhand van Canaris. Uit die tijd stampt ook de vriendschap met de Nederlandse Militaire Attaché Bert Sas, werkzaam op het consulaat van Nederland in Berlijn. In die tijd hadden alleen de grote mogendheden (+ België na de 1e W.O.) een ambassadeur als vertegenwoordiger van hun land. Op den duur wordt Sas teruggeroepen naar Nederland. Het zou tot 1939 duren alvorens hij terugkeerde naar Duisland. In die tussentijd had Oster een hele verzameling van samenzweerders om zich heen verzameld. De meesten waren militair, maar er zaten ook geestelijken onder. Allen hadden een diepe afkeer voor Hitler en zijn regime. Oster was monarchist. Hij had ooit trouw gezworen aan keizer Wilhelm II en daar hield hij zich aan. Hij verafschuwde de nazi ideologie. Voor ons land schijnt hij een plekje in zijn hart gereserveerd te hebben. De gevluchte keizer kreeg immers politiek asiel in Nederland. Toen de regering in 1919 verzocht werd om de in huis Doorn -bij Utrecht- verblijvende ex-keizer uit te leveren en te laten berechten, weigerde ze. De monarchist Oster heeft dit nooit vergeten.
Toen Sas terugkeerde in Berlijn was Oster al betrokken geweest bij twee mislukte pogingen om Hitler te vermoorden, door een speling van het geluk bleef de dictator in leven. Met alle gevolgen van dien.
Beide mannen, Sas en Oster, hernieuwden hun vriendschap onmiddellijk. De oorlog stond voor de deur., de militaire voorbereiding was in volle gang. Gezamenlijke zorgen om de wereldvrede en de machtswellustiger Hitler. Oster, boven wiens kantoor de oud Servische spreuk “Een adelaar eet geen vliegen” hing, zag voor zichzelf geen andere mogelijkheid om de aanvalsplannen van Hitler door te geven aan Sas. Hij hoopte dat door de paraatheid en mobilisatie van de betreffende landen, Hitler tot uitstel te dwingen of zelfs wel een oorlog te voorkomen. Naïef,  misschien wel. Maar alle andere pogingen hadden ook niet gewerkt. Oster was ongeduldig, koppig maar werkloos toezien kon hij niet. “De Pest”, u raadt wie daarmee bedoeld wordt, moest bestreden worden. In Sas vond hij een medestander. Erg voorzichtig waren de mannen in hun contact niet. Het was overigens niet ongebruikelijk dat een chef van de geheime dienst overlegde met een buitenlands contact. Inlichtingen moesten immers op een andere manier dan tegenwoordig verzameld worden. Soms spraken ze af op een geheime locatie, dan weer in een gewoon restaurant.
Tijdens een van deze bijeenkomsten gaf Oster de aanvalsplannen (Fall Gelp) voor de verovering van o.a. Nederland door aan Sas. Dat gebeurde al in 1939, wat weinig mensen weten is dat Hitler -afhankelijk van het verloop van de veldtocht in Noorwegen- al aan het eind van dat jaar de oorlog in het Westen wilde ontketenen. Oster, als hoge officier van de inlichtingendienst, had toegang tot die plannen. Zodoende kon hij zeer gedetailleerde informatie doorgeven. Niet alleen de datum van de aanval, maar ook de militaire doelen. Voor Nederland gold dat hij o.a. waarschuwde voor parachutisten die de opdracht hadden de koningin gevangen te nemen, de te volgen route van de 9e pantserdivisie en de verovering van diverse cruciale bruggen.
De aanval stond gepland op 7 november 1939!!!
Geschrokken keerde Sas terug naar het gezantschap, riep een aantal vertrouwelingen bijeen, deelde zijn informatie en trad in contact met Den Haag. Allemaal niet zo gemakkelijk als hier beschreven staat. Ten Eerste kon Sas de naam van zijn informant niet noemen zonder deze in gevaar te brengen. Hij was 100% overtuigd dat deze de waarheid sprak en ook zijn medewerkers twijfelden hier niet aan. Troepen samentrekking rond de Nederlandse en Belgische grens waren hen niet ontgaan en versterkten hun bange voorgevoelens.
Tijdens de gehele oorlog heeft Sas de naam van Oster niet genoemd, pas toen hij na de oorlog moest verschijnen bij de Parlementaire Enquête Commissie heeft hij diens naam voor het eerst vermeld.
Ten tweede, bellen naar Den Haag was onmogelijk. De lijn werd met zekerheid afgeluisterd. Versleutelde telegrammen en persoonlijk overgebrachte boodschappen waren de enige mogelijkheid.
In Den Haag hechtte men weinig waarde aan de boodschap van Sas. Helemaal niet toen de aanval werd uitgesteld naar 12 november, vervolgens naar 15, dan 19,22 en 26 november.
Mocht u details willen weten dan raad ik u één van de boeken van J.G. de Beus aan; “De geheimeTweede Wereldoorlog: Morgen bij het aanbreken van de dag informant”, of “Morgen bij het aanbreken van de dag”. Beiden verschenen al in 1977, net op tijd voor mijn afstuderen. De Beus was werkzaam op het gezantschap en maakte alles van dichtbij mee.
Sas lichtte ook de Belgen in, zij stonden net zo sceptisch tegenover zijn meldingen als de Nederlandse regering.
Een Duitse officier met toegang tot de zeer geheime informatie en deze zou doorspelen, ondenkbaar! Misschien was het wel een truc van de Duitsers om hun ware plannen te verdoezelen. En steeds dat uitstel, in diplomatentaal; hoogst ondenkbaar. Bovendien was Nederland neutraal, ons leger mobiliseren of anders zou deze neutraliteit in gevaar kunnen brengen.
In december en januari volgden nog zeven waarschuwingen. Maar iedere keer weer dat uitstel. De strenge winter gooide roet in de aanvalsplannen, daarmede ons land en de rest van de Westerse wereld nog ongeveer vijf maand in vrede laten levend.
Pas in april liet de geheime informant weer van zich horen. Negen april zou de datum zijn voor een grootscheepse aanval. Denemarken en Noorwegen waren het doelwit ditmaal. Sas informeerde de zaakgelastigden van die landen. Hetzelfde resultaat als anders. Ongeloof!
Ditmaal was er echter geen uitstel. Hitlers oorlogsmachine denderde hun landen binnen. Voor Den Haag had dit een teken moeten zijn om de berichten van Sas serieuzer te nemen. Echter dat gebeurde niet. Men was zelfs zeer ontevreden over hun militair attaché.
Ondanks de teleurstelling over de reactie van zijn eigen regering bleef Sas op zijn post. Op acht mei zou de aanval plaats vinden op ons land. Stug bleef hij doorgaan met het verzenden van zijn informatie. Slecht weer, met name voor de vliegtuigen van Göring, zorgde wederom voor uitstel. Ondertussen moest een Duits vliegtuigje een noodlanding maken in België, aan boord waren de complete aanvalsplannen voor De Lage Landen en Frankrijk. Ze werden als vals bestempeld, een truc!
Via een ander kanaal, Het Vaticaan, bereikte Den Haag ook het bericht over de op handen zijnde Duitse aanval. Ons leger was toen al in verscherpte staat van paraatheid gebracht, direct naar de aanval op Denemarken en Noorwegen.
Op 9 mei volgde weer een ontmoeting tussen Oster en Sas. Ditmaal had Hitler groen licht gegeven voor de aanval. Terwijl ze zaten te dineren -hoe zou dat gesmaakt hebben onder die omstandigheid?- gaf Oster te kennen dat er nog een mogelijkheid tot uitstel was. Tot 21.00 uur, daarna was het bevel definitief! In dezelfde auto zittend, (waar is de voorzichtigheid?) reden ze naar het hoofdkwartier van de Abwehr. Sas bleef zitten, even later kwam Oster terug. “Morgen bij het aanbreken van de dag!”. Het was definitief. De mannen schudden elkaar de hand, het was een afscheid voor eeuwig.
Ik zal u onthouden hoe de berichtgeving van Sas aan de Nederlandse overheid ging, maar de reactie is een van ongekende knulligheid.
Vijf jaren van diepe duisternis volgde alvorens het weer licht werd. Niet voor Oster. Hij bleef op zijn post bij de Abwehr en bleef hulp verlenen aan diverse tegenstanders van het regime.
Tijdens een inval van de Gestapo in het bureau van een van zijn medewerkers probeerde Oster een belastend document voor deze van het bureau te halen. Dat werd opgemerkt en het betekende in 1943 zijn ontslag. Maar belastend materiaal tegen Oster zelf had men niet. Ook uit Den Haag en Brussel niet. Al het door Sas en zijn collega’s doorgestuurd materiaal was vernietigd. Direct na de inval had Canaris – wie anders- er een onderzoek naar uitgevoerd. Vanzelfsprekend werd niets gevonden. Tegen hem en Oster bestond een verdenking als tegenstander van het regime, maar niets meer!
Nadat op 20 juli 1944 Von Stauffenberg zijn aanslag pleegde op Hitler werden de tegenstanders van het Nazi regime opgepakt. Waaronder Oster en Canaris. De twee mannen werden in het concentratiekamp Flossenbürg op hardhandige wijze ondervraagd. Beiden gaven geen krimp, over Osters “verraad” aan Sas was de SS niet op de hoogte. Op bevel van Hitler werden de moedige mannen op 9 april 1945 opgehangen. Vlak voor de bevrijding van het kamp.
Was de daad van Oster landverraad. In de letterlijke betekenis van het woord wel. Geen twijfel mogelijk. Maar misschien heeft hij zelf wel het beste antwoord op die vraag gegeven tijdens zijn laatste samenzijn met Sas: „Man kann nun sagen, daß ich Landesverräter bin, aber das bin ich in Wirklichkeit nicht, ich halte mich für einen besseren Deutschen als alle die, die hinter Hitler herlaufen. Mein Plan und meine Pflicht ist es, Deutschland und damit die Welt von dieser Pest zu befreien.“
En daarmee is eigenlijk alles gezegd! Diepe overtuiging om het onrecht -in zijn ogen- te moeten bestrijden.

Tweede Wereldoorlog: Bert SasHet einde van Sas is ook tragisch. Door alle spanningen was zijn huwelijk op de klippen gelopen. In 1948 vond hij het geluk terug, stapte met zijn nieuwe vrouw in het vliegtuig naar Washington -hij was benoemd tot hoofd van de militaire delegatie aldaar-, maar kwam nooit aan. Bij Prestwick (Schotland) stortte het vliegtuig neer.
Nu kom ik bij U! Deel a.u.b. mijn stukje op het internet. Mijn website is te beperkt om ook maar enige indruk te maken. Maar samen staat we sterk!! U en ik!
Hans Oster heeft nooit erkenning gekregen. Ja, een plaquette als tegenstander van Hitler- in Duitsland-, maar meer niet. De Nederlandse regering heeft nooit enige respect getoond voor de man die ons land zeer waardeerde en uiteindelijk zijn leven gaf voor de idealen waarin hij geloofde. Kom op zeg! Geef de man een monument, een plaquette of een medaille in de Orde van de Nederlandse Leeuw -ik heb zo mijn voorkeur-, maar geef hem de erkenning die hij verdient.
Laten we de verantwoordelijke mensen wakker schudden zodat Hans Oster uit de vergetelheid wordt losgerukt. Laat de adelaar die geen vliegen at weer rondzweven!

Tour de Misère (16 – Flossenbürg – KZ, eindstation van Verzetshelden)

“Een streek zo somber, dat men ook zonder concentratiekamp al zelfmoordneigingen krijgt.”
Een uitspraak van de dochter van Hans Oster toen ze de plek bezocht waar haar vader door de nazi’s vermoord werd.

Tegenwoordig is het wel anders. Lieflijk gelegen in een mooi natuurgebied, omgeven door bossen, met gravel verharde paden, schoon en de ruïnes van de burcht kijken op de onheilsplek neer. Wat zal ze een ellende hebben gezien. Dat begon in 1938 toen het kamp voor tegenstanders van Hitler werd gebouwd. Al snel veranderde ze in een concentratiekamp waar diverse nationaliteiten werden ondergebracht. Allen moesten werken in de Messerschmitt (oorlogsvliegtuigen) fabrieken en de steengroeves. Albert Speer (levenslang na de oorlog vast in de Spandau gevangenis in Berlijn) was de rijksbouwmeester van Hitler. Voor zijn pompeuze gebouwen had hij graniet nodig. Hier was ze voorhanden, en ook de arbeidskrachten. Aanvankelijk schommelde het aantal gevangenen tussen de 3000 en 4000, maar na mate de oorlog vorderde en steeds meer kampen ontruimd werden vanwege de oprukkende geallieerden, steeg het aantal explosief. Eind 1944 herbergde het 40.000 (!) personen, waaronder 11.000 vrouwen. Tot overmaat van ramp  werd ze ook nog eens het opleidingscentrum voor vrouwelijke SS bewakers. Wat zullen de gevangen wat te verduren hebben gehad!
Hun levensverwachting was zeker aan het eind van de oorlog niet lang. Gemiddeld stierf iemand na drie maanden als hij/zij te werk was gesteld in de steengroeve. Ondervoeding speelde daarbij een grote rol, net als de brutaliteiten van de bewakers, de ziektes die onherroepelijk uitbreken wanneer zoveel mensen op een kluitje wonen. Van de 98.000 mensen die vanaf het ontstaan in het kamp gezeten hebben, stierven er meer dan 30.000! Tweede Wereldoorlog: De enige nog bestaande strafgevangenen barak. KZ Flossenbürg
Het crematorium kon het niet meer aan. Massagraven werden gegraven (na de oorlog geopend en herbegraven). Tegenwoordig lijkt het naast de verbrandingsoven wel een park. Keurig aangelegd, een piramide met crematie resten, een keurig onderhouden executieplek en diverse andere monumenten ter herinnering  aan al die verschrikkingen.
Tweede Wereldoorlog: Cel voor eenzame opsluiting, KZ FlossenbürgDe stenen gebouwen staan grotendeels nog overeind. Een deel is ingericht als expositieruimte. Met daarin aandacht voor Oster en Canaris (zie vorige artikelen) en al die andere verzetsstrijders wiens naam ik niet genoemd heb, maar het o zo verdienen.
Tegen het einde van de oorlog gingen de gevangenen op (doden)mars. Naar andere kampen om daar vernietigd te worden. Immers de nazi’s wilden de sporen uitwissen. Tijdens de barre voettocht stiervenTweede Wereldoorlog: Expositie militaire oppositie tegen Hitler. KZ Flossenbürg duizenden. Wie viel werd doodgeschoten. Sinds 1965 hebben al deze doden (5000!) een plaats gekregen op de erebegraafplaats bij het kamp.
Ik heb met interesse en afschuw al deze plekken bezocht. Maar eigenlijk kwam ik maar voor één ding, nl. de plaats bezoeken waar mijn helden Oster en Canaris hun laatste dagen hebben gesleten. Vol van martelingen en vernedering.
Tweede Wereldoorlog: Daden Oster, expositie KZ FlossenbürgSlechts een deel van de strafgevangenis waar beiden opgesloten zaten staat nog overeind. De rest is afgebroken. Maar wat er staat maakt genoeg indruk. Tegenwoordig kan men aan de fundering nog zien waar de cellen voor eenzame opsluiting stonden. Twee zijn zelfs bewaard gebleven, ervoor ligt een nauwe gang.
De binnenkant is verder afgebroken en vormt een open ruimte in het enige nog bestaande gebouw. Daarin is een kleine tentoonstelling gemaakt over verzetshelden tegen Hitler, waaronder natuurlijk Oster en Canaris.
Opmerkelijk dat bij Osters onderschrift staat dat hij de invasieplannen heeft doorgegeven aan de LageTweede Wereldoorlog: Executieplek Oster en Canaris, KZ Flossenbürg Landen. Dat ben ik nog nergens anders tegen gekomen.
Boven de deuren stond het nummer van de cel vermeld. Boven de nu nog bestaande -en deels gerestaureerde- heeft men geen nummer gezet. Ik weet dat Canaris in cel 22 zat. Osters cel is bij mij niet bekend. De enige bron over de laatste dagen komt van de Deense chef van de inlichtingendienst,Tweede Wereldoorlog: Gedenkteken verzet tegen Hitler, KZ Flossenbürg Lunding. Hij zat opgesloten in cel 21. Canaris en hij onderhielden via klopsignalen in morse contact met elkaar. Ik zal u de details besparen, maar hij zag hoe op 9 april de gevangenen (zes in totaal) één voor één naakt naar buiten kwamen, met tussenpozen van 5 minuten. Oster en Canaris stierven niet zoals gebruikelijk was bij militairen voor een executiepeloton, zelfs in hun laatste ogenblikken werden ze vernederd. Opgehangen!
Lunding beweert dat hun lijken daarna op een brandstapel zijn gecremeerd. Toch is er in Dresden een graf van Oster. Ter herinnering? Ik ga het voor u uitzoeken, ik moet het weten!

 

Tour de Misère (17 – Aan het graf van een held)

Tweede Wereldoorlog: Ingang Nordfriedhof DresdenMidden in de bossen van Dresden ligt het Nordfriedhof, of beter gezegd verscholen. Een nauwelijks begaanbaar gravel pad met diepe kuilen voert naar een kolossaal hek waarin een dito toegangspoort zit. Ter hoogte van mijn hoofd -ik ben bijna twee meter- zit de klink. Een hele toer om deze loodzware deur te openen. Er achter staat direct de imposante kerk met haar Christus kruis. Op het plaatje valt het hoge gras op. Dat gaf me te denken. Maar ik was nu eenmaal niet hier om kritisch te zijn. Dus doorlopen!
Volgens mijn kaart moest ik direct naar links afslaan en dan het tweede pad rechts nemen (Gedenkstätte no. 9). Het bleek te kloppen. Even later stond ik oog in oog met het graf van Hans Oster. Het was toch wel een beetje een shock, het eens zo mooie kruis was sterk vergrijsd en zelfs een beetje aan het rotten, deTweede Wereldoorlog: Graf van Hans Oster, Nordfriedhof Dresden muurplanten overwoekerden de plaquette en de plantjes op het graf stonden er verwaarloosd en door elkaar bij. Een lint van de Bundeswehr op de grond verfraaid het graf ook niet. Via een paar 30×30 tegels kon je bij het kruis komen. Ik voelde een leegte.
Er zat geen emotie bij, niet bij het graf en niet bij mij.
In Flossenbürg had ik dat veel meer, toen kon je de ellende voelen. Vandaag alleen maar leegte.
De namen op de graven aan de overzijde -allen vermoorde verzetsstrijders- zijn niet of nauwelijks Tweede Wereldoorlog: Houten kruis op het graf van Hans Oster, Nordfriedhof Dresdenleesbaar. Elk jaar houdt de Bundeswehr hier een grootschalige herdenking, een peloton soldaten zou de graven van hun dode collega’s wel eens kunnen opknappen. Laat ze anders adopteren, schoolklassen bijvoorbeeld. Alles beter dan hoe ze er nu bijliggen.
Hans Oster zelf ligt er niet begraven, Overste Lunding van de Deense geheime dienst had gelijk. De lichamen van Oster en Canaris zijn op de brandstapelTweede Wereldoorlog: Plaquette bij het graf van Hans Oster, Nordfriedhof Dresden terechtgekomen. Hun as is vermengt met 30. 000 anderen. Wat mij betreft had de gedenkplek beter daar (KZ Flossenbürg) neergezet kunnen worden. Vandaar de leegte(?).
Ik ben ondanks alles toch blij er geweest te zijn, sinds 1979 (zie mijn eerste stukje over Oster) loop ik al met die gedachte. Is de cirkel dan rond?
Helemaal klaar ben ik nog niet. De ereschuld van Nederland, weet u wel.

(Verhalen eerder gepubliceerd in 2025 in “Nieuws van de Verteller”)
Klik hier voor meer verhalen van de Verteller van het Oude en zijn reizen/vondsten.

Keyphrase: Tweede Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog,

 

Laat u inspireren door mijn verhalen uit het verleden!