Turkse archeologie

Çatalhöyük, bijna 10.000 jaar oud dorp

Turkse archeologie: Tja, eindelijk een stukje over Çatalhöyük. Het heeft een tijdje geduurd, net alsof ik de inspiratie een beetje mistte. Ik kan u verzekeren dat zoiets niet het geval was. Ik ben juist overweldigd van wat ik daar aantrof.
Werelderfgoed sinds 2012, ontdekt in 1958.
Turkse archeologie: Het opgravingsterrein van Çatalhöyük.Çatalhöyük kent 18 bewoningslagen en gaat terug tot 7400 voor Chr. Een terrein vanÇatalhöyük, hoe het er uit kan hebben gezien 13 hectare geeft een schat aan waardevolle informatie weer. Çatalhöyük dateert uit de beginjaren van de landbouw en veeteelt. Dat maakt het juist zo interessant, plus het feit dat het een heel dorp betreft dat wordt opgegraven. De huizen daarvan zijn tegen elkaar aangebouwd, geen straat ertussen, ze zijn van in de zon gedroogde bakstenen.
Binnenin zijn de huizen bepleisterd. De daken waren de straten, soms moest je over het dak van de buren om bij je ingang te komen. Via een steile, houten ladder verschafte men zich toegang in het eigen huis. De entree was meestal aan de zuidzijde op het dak en diende ook voor frisse lucht en afvoer van rook. Aan de beneden zijde waren de huizen dus niet toegankelijk!!

Als een huis gerenoveerd moest worden, brak men de muren af en deze diende als fundament voor het nieuwe huis.
Een huis had een opslagkamer en een grote kamer. De muren van deze laatste waren zorgvuldig bepleisterd en glad gemaakt, er waren verhogingen aangebracht waarop men sliep of waaraan je kon werken.
De doden werden in het dorp en vaak in het huis zelf begraven. Onder de vloeren, heel veel onder deTurkse archeologie: Muurschildering in Çatalhöyük, replica haarden, onder de verhogingen in de kamer of onder de bedden. Lees voor een bijzonder fenomeen in de dodencultus een van mijn vorige artikelen.
Verder troffen de archeologen veel muurschilderingen en beeldjes in de huizen aan. Zowel op de binnen,- als de buitenmuren. In één kamer werd een plattegrond van Çatalhöyük aangetroffen. De oudste ter wereld en zeer gedetailleerd! Natuurlijk een super vondst voor de archeologen.
De afbeeldingen op de muur betreffen mannen met erecties, jachtscènes, rode herten en oerossen, maar ook gieren die eten aan hoofdeloze lichamen. Een soort van openlucht begrafenis waarna de botten weer verzameld werden.
In Çatalhöyük zijn veel schedels van dieren aangetroffen, blijkbaar hingen die aan de wand. In de laatsteTurkse archeologie: Çatalhöyük, gestileerde beren. eeuwen van Çatalhöyük zijn veel beeldjes van vrouwenfiguren gevonden. Waarom? Verering, vruchtbaarheidssymbool? Wie zal het zeggen.
En dan over de landbouw! Veeteelt, vooral in de bovenste lagen. Koe, geit en schapen werden gedomesticeerd. De hond werd gehouden als huisdier. Tarwe, gerst, erwten, amandelen, pistachenoten werden gekweekt. Archeologen vonden sporen van een boomgaard. Maar de jacht bleef ook belangrijk.
Gereedschappen werden gemaakt uit vergankelijke materialen, maar ook uit obsidiaan en vuursteen.
Men bakte haar eigen potten en beelden.
Dit alles valt te zien in een werkelijk schitterend museum bij de opgraving. Kosteloos, waar kom je dat nog tegen! Heel eigentijds en zeer zorgvuldig in haar uitleg. Daarna brengt u, al dan niet met een deskundige gids, een bezoek aan het opgravingsterrein. U zult u ogen uitkijken.
De “Verteller van het Oude” werd er stil van, dat wil wat zeggen!

Çatalhöyük (2)

Turkse archeologie: opgepimte schedel uit ÇatalhöyükIk heb het wel vaker geschreven: “Een jongensdroom kwam uit!”. Ik heb vandaag een bezoek gebracht aan Çatalhöyük. 
In het fantastische, bijbehorende museum kwam ik meerdere met klei opgevulde en met rode oker versierde schedels tegen. Nog nooit eerder gezien! Beetje onwennig en licht huiverend staarde ik er naar.
Archeologen vonden soms in een graf – binnenin een huis in Çatalhöyük- een compleet menselijk skelet met uitzondering van de schedel. Deze werd dan weer in een ander graf gevonden. Het vermoeden bestaat dat deze schedel toebehoorde aan een voorouder. Misschien moeten we wel denken aan een lievelings opa/oma. Wie zal het zeggen.  
De later overledene werd in foetushouding begraven met op zijn/haar buik de tweede schedel. Dicht bij het hoofd van de overledene. Twee dierbaren verenigd? Nogmaals, we weten het niet. Zou zomaar kunnen.
Het tweede hoofd werd zo mooi mogelijk gemaakt, misschien wel zo herkenbaar mogelijk.
Samen naar het hiernamaals.
Of het echt zo geweest is?

Fethiye, wereldberoemde graven

Aan de zuidkust in Turkije ligt de voormalige Griekse stad, want zo kunnen we haar eigenlijk wel noemen, Telmessos. Helaas is er niet veel meer van over. Het eens zo prachtige theater, de belangrijke haven, de woonplaats van een orakel, u treft ze niet of nauwelijks meer aan. Een aardbeving in 1856 en 1957 zorgde ervoor dat de oude stad en ook de huidige stad Fethiye met de grond gelijk werd gemaakt. De weder opgebouwde stad is echter een bezoek meer dan waard. Gelegen aan een beschutte baai -in de oudheid zeer belangrijk- floreert ze als nooit te voren.
Turkse archeologie: Telmessos/Fethiye, het graf van AmyntasNiet in de laatste plaats vanwege de prachtige Griekse en Lycische graven. Ik hoor u denken, hoe kan dat nu?
De vnl. Griekse graven zijn uitgehouwen in de rotsen, spectaculair en mooi om te zien. De Lycische graven zijn de bekende dodenhuisjes op een pilaar. Zie mijn bericht hierover elders in het “Nieuws”.
Deze laatsten staan her en der verspreid in Fethiye, de meesten kunt u aantreffen bij de rotsen waarin de uitgehouwen graven zich bevinden, aan de oostzijde van de huidige bebouwing. Hier vindt u de mooiste voorbeelden. Speciaal het graf van een zekere Amyntas. Dit tempelgraf isPrachtig bewerkte schijndeur van het graf van Amyntas uitgehouwen volgens Ionische principes. Een grote façade met twee Ionische zuilen tussen pilaren. De schijndeur is verdeeld in vieren, ter verfraaiing heeft men siernagels -uit steen- gehouwen. Binnenin treft u één kamer aan met drie stenen dodenbedden tegen de wand.
In dezelfde wand zijn nog vele fraaie graven uitgehouwen. Het mooie is, u kunt ze bezoeken! Het kost u twee euro en een heleboel zweetdruppels. Voor een Laaglander gaat het behoorlijk steil omhoog. De beloning wacht op u.

Boncuklu, ouder bestaat bijna niet

Op de foto ziet ze er lang zo leuk niet uit. In werkelijkheid is ze diep zwart, schittert in de zon en zegt: afslag van obsidiaan“Raap me op!” Dat laatste heb ik maar gelaten, in Turkije ten strengste verboden. Ik liep over een al wat oudere en enigszins verwaarloosde opgraving in het piepkleine dorpje Boncuklu. Negen kilometer verwijderd van Çatalhöyük. In het museum behorende bij deze wereldberoemde opgraving kwam ik de naam Boncuklu tegen. De kleine nederzetting zou nog ouder zijn dan Çatalhöyük, bovendien zou er keramiek gevonden zijn ouder dan 10.000(!!) jaar.
Bij aankomst bleek het terrein op slot te zitten. Maar weldra kwam er een moeder met twee dochtertjes op een scooter aangescheurd om mij het terrein te laten zien.  Heel vriendelijk allemaal, maar toch loop ik liever alleen rond. De jonge dames begonnen gelijk afslagen van obsidiaan te verzamelen. Het terrein lag er nog mee bezaaid, weliswaar allemaal kleine stukjes. En ja hoor, toen vond ik ook mijn eerste. Dank aan de meiden.
Ten behoeve van de bezoeker heeft men een aantal reconstructies uitgevoerd om ons een beeld teTurkse archeologie: Nagebouwd 10.000 jaar oud huis in Boncuklu verschaffen van de nederzetting. Dat is bijzonder goed gelukt. De huizen zijn veel kleiner dan in Çatalhöyük, deels in de grond gebouwd, de ingang zit gewoon aan de zijkant en er is ruimte tussen de gebouwen. Over Çatalhöyük een ander keer meer.
Terug naar obsidiaan. Dit is ontstaan uit snel afgekoeld lava en wordt dus gevonden in vulkanische gebieden. Het is een opaak zwarte, glasachtige steen soms met witte, grijze of rode vlekjes. Ik heb mijn geweihamers meegenomen. Misschien krijg ik nog eens de kans dit voor mij nieuwe materiaal te bewerken.
Slang Met z’n vieren liepen we rondom een van de nieuwe “oude” gebouwen. Men had ook een klein tuintje aangelegd, het tarwe stond hoog! Daarnaast lag een poel waarin de kikkers verschrikt hun toevlucht zochten bij onze nadering. Even later wilde ik -en mijn begeleiding- het kleine bijbehorende museum betreden. Even stonden onze harten stil, een 1 ½ m lange slang met de dikte van een mensenpols, versperde ons de weg. Gelukkig schrikken slangen ook -of zijn ze gewoon verstandig bij menselijke nadering- en ze kroop weg in de bosjes.
Even een fotootje ter herinnering genomen. Een mens moet thuis toch iets te melden hebben, nietwaar!

Een graf op niveau

Rijdend door Lycië, een streek aan de zuidwestkust van Turkije, vallen de merkwaardige grafmonumenten van weleer gelijk op. Ze zijn van vooraanstaande Lyciërs en hebben een prominente plek in de steden gekregen. Het gewone volk moest het doen met een begrafenis buiten de stad in een eenvoudig graf.dodenhuis Xanthos
Veel van de monumenten staan op een pilaar met daarop een dodenhuis. Letterlijk een huis van de doden, want dat moeten ze ook voorstellen.
Meestal is de deuropening deels verwoest door grafrovers en zijn de kostbaarheden eruit verdwenen. Dat doet echter niets af van de schoonheid. Sommige pilaren zijn aan de onderkant voorzien van grafkamers voor de familie. In Xanthos zijn misschien wel de mooiste exemplaren te zien. Het pijlergraf (zie eerste foto) roept echter vragen op. Het onderste gedeelte dat gebruikt is als graf is van eerdere datum dan het dodenhuis dat erop geplaatst is. Dat namelijk dateert uit de hellenistische periode.

Turkse archeologie: Harpij monument van XanthosBij het schoonste der schone graven, het harpij monument -tweede foto- hebben we te maken met een gevalletje roofkunst. Onmiddellijk valt de lichte kleur van het fries op. Het origineel is namelijk in Londen te zien. De Britten zijn wel zo “vriendelijk” geweest om gipsafdrukken te maken. Aan de hand daarvan heeft men het monument kunnen restaureren.
Door de opening zouden de asurn en geschenken van de koning die stierf tijdens de gewonnen zeeslag bij Salamis in 479 v. Chr. -tegen de Perzen-  geplaatst zijn. Op de zijkanten zijn harpijen te zien. Een vogellichaam, een vrouwen gezicht en vleugels. Deze creaturen -soms zelfs met kinderen in de armen –Geperste granaatappel brengen het lichaam van de dode naar het hiernamaals. De 5 ½ meter hoge grafpijler en ruim 1 meter hoge dodenkamer zijn uniek. Ik zou zeggen: “Geef terug die kunst!”
De zittende figuur op het fries krijgt geschenken aangeboden. Vnl. vruchtbaarheidssymbolen: haan, ei en granaatappel.
Hoe toepasselijk dat men bij de receptie granaatappelsap schenkt. Seher en ik hebben het ons laten smaken. Wel erg machtig, verdun het liever.

Syedra, aan de vergetelheid ontrukt

Dertig jaar geleden liet ik de oude stad links liggen. Totaal overwoekerd met af en toe een onduidelijk restant van een gebouw aan de oppervlakte. De steile helling maakte het geheel nog onaantrekkelijker.
Monumentale trappenopgang SyedraNu heerste er volop activiteit in Syedra, gelegen op 700 meter hoogte aan de kust van de Middellandse Zee en op 20 km afstand van Alanya. Archeologen zijn al meer dan twintig jaar bezig de stad op te graven en toegankelijk te maken voor het publiek. Ze zijn daar zeker in geslaagd, hoewel nog maar een gedeelte van de stad is opgegraven.
Syedra is vanaf de 7e eeuw v. Chr. bewoond geweest om uiteindelijk in de 13e eeuw verlaten te worden.
De moderne routing voor bezoekers leidt naar monumentaal trappen aan de zuidzijde van de stad. Deze wordt beschouwd als de hoofdingang tot de stad. Een beetje vreemd omdat karren met goederen deze hindernis zeker niet konden nemen. Zelfs lopend is het al een hele inspanning.
Eenmaal boven aangekomen ziet men aan de linkerhand een Romeins badhuis met mozaïeken. De opgraving daarvan is nog niet helemaal voltooid. Zelfs met temperaturen ver boven de dertig graden was men er aan het werk. Schapeau!
Voor het badhuis bevind zich een cisterne. Via een uitgebreid netwerk aan kanalen wordt deze voorzienPortico Syedra van water. In droge tijden heeft men zodoende altijd voldoende water bij de hand. Ook handig ten tijde van een beleg. En dat heeft de stad meerdere malen moeten doorstaan. De Romeinse keizer Septimus Severus feliciteert de mensen van Syedra die zich verzetten tegen de bandieten en heidenen die de stad aanvielen, zo valt te lezen op een teruggevonden inscriptie. Pontificaal stond de tekst in een blok gebeiteld langs de portico.
Een weg naar een heiligdom dat belangrijk was voor de stad. De grote zandstenen plavuizen en de 220 meter lange Ionische zuilengalerij waren overdekt met een houten dak. Aan het eind bevond zich een uitgehouwen graf met een nu nauwelijks meer te herkennen grafveld eerste christenen Syedrafresco. Blijkbaar het heiligdom waar religieuze handelingen werden uitgevoerd. Er boven valt een vroegchristelijk grafveld te ontdekken. Eenvoudig, zonder opschmink. Een gat in de grond -nauwelijks langer dan de overledene, zijkanten bedekt met platte stenen en afgedekt met bredere, waarna er een lage zandheuvel overheen werd gelegd.

Door Christenen werd het eerder besproken Romeins grafmonument gebruikt als doopgrot (!). Zie het maar al recycling!
Naast het grafveld is in de 11e eeuw een grote kerk gebouwd over de restanten van een voorganger.Turkse archeologie: weefgewicht
Doorlopend komt men terecht op de Akropolis en de niet opgegraven huizen. Aan de kant van de weg ligt veel archeologisch materiaal. Even bekijken en dan weer neerleggen. Absoluut verboden om ook maar iets mee te nemen.
Mijn begeleidster Uta en ik hebben vier uur rondgelopen in de stad. En nog hadden we alles bij lange na niet gezien. Compliment voor de archeologen. Zorgvuldig opgegraven en overzichtelijk voor het publiek gemaakt.

Troje, Troy, Truva

Turkse archeologie: Troje, uitzicht over de baai waar eens de Griekse schepen lagen.Voor dat hij erop uittrok om (o.a.) het Perzische Rijk te veroveren, bracht Alexander de III van Macedonië, beter bekend als Alexander de Grote, in het voorjaar van 334 v. Chr. een bezoek aan Troje. Niet zomaar, nee vanwege zijn verering van de Griekse held Achilles, die volgens de overlevering voor de poorten van Troje gestorven is aan een wond in zijn hiel veroorzaakt door een afgeschoten pijl van Paris (de ontvoerder van de schone Helena).  Alexander bracht er een offerande aan zijn voorbeeld om vervolgens tien jaar vechtend de wereld over te trekken.
Iedere keer als ik met de auto naar Turkije rijd, breng ik ook een bezoek aan Troje. Tot zover de enige vergelijking tussen Alexander en mijn persoontje.
De eerste keer dat ik in de vml. Trojaanse stad kwam was in jaren 80 van de vorige eeuw. Ik liep erTroje, oostpoort met bastion en muren. helemaal alleen rond, geen toerist te zien. Ook geen informatieborden etc. Alleen een aanduiding in welke laag van Troje ik mij bevond. Je moest maar tussen de ruïnes doorlopen, geen touw aan vast te knopen. Geheel verward verliet ik de stad. Ze was minder groot dan ik verwacht had, van haar imposante verdedigingsmuren was nauwelijks iets te zien. Nee, ik kon me niet voorstellen dat dit Troje was.
Tien jaar later heb ik nog twee maal een bezoek gebracht aan de door Heinrich Schliemann ontdekte stad.
Het werd er drukker, bewakers verschenen, boeken waren beschikbaar en er stond een reusachtig kitscherig houten paard waar toeristen inklommen.  Ik begon dingen te herkennen. Zo is Troje VI, de laag waar mijn belangstelling naar uit gaat. Ze dateert tussen 1700 en 1250 v. Chr., helaas nog steeds weinig info ter plekke. De dikke ommuring van Troje was slechts op enkele plaatsen gevonden. De stad leek nog steeds te klein.

Troje, zuid poort met bastionHoe anders in 2024. De muren zijn ontdekt in het dal, fantastische rondgang door middel van een nieuw aangelegd houten pad voor toeristen. Fantastische informatieborden, veel gekwalificeerde gidsen. Een nieuw, modern ingericht, museum. Vele nieuwe opgravingen en restauraties. Kortom Troje, met haar 9 opgravingslagen begint te leven.  De enige toerist ben ik al lang niet meer, met busladingen komen ze. Vooral vroeg in de ochtend, daarna wordt het rustiger.
Voor de liefhebber een opsomming wat er te zien is uit het Troje van Homerus.
De oostelijke muur -6 meter hoog- welke rondom de citadel loopt, 330 meter van de 550 m is nog steeds te zien. Evenals een bijbehorende verdedigingstoren. De oostelijke poort met daarachter de koninklijke paleizen.
De noordoostelijke bastion. Tenslotte de zuidelijke poort, welke vml de hoofdingang van de stad was. Daar vond Schliemann ook de ”schat van Priamus”, de oude koning van Troje. De gouden juwelen etc.Troje. Noord-Zuid doorgraving van Schliemann. hebben echter niets met het Troje van Homerus te maken, ze dateren van veel eerder. Hij nam ze mee naar Berlijn waar ze uiteindelijk in het Pergamon museum terechtkwamen, nadat hij zijn vrouw ermee getooid en gefotografeerd had. Tijdens de oorlog zijn ze zoekgeraakt. Onlangs werd bekend dat een speciale eenheid van het Rode leger in 1945 de schat heeft veilig gesteld en mee naar Moskou heeft genomen. In het Poesjkin museum schijnen ze te zien te zijn. Waarschijnlijk krijg ik ze niet meer te zien.
Maar Troje, door alle verbeteringen krijgt het iets van zijn oude glorie terug. Ga eens kijken!

Onbereikbare Griekse inscriptie

Overzicht Damlica siteSoms is het moeilijk om je doel te bereiken, vandaag mocht ik dat weer eens ervaren. In het plaatsje Damlica, gelegen naast de Euphraat aan de weg Adiyaman – Sanli Urva is nog niet zo lang geleden een begraafplaats ontdekt uit de tijd van koning Antiochos en zijn zoon Mithradates II. Ik was bijzonder geïnteresseerd in een inscriptie die daar te vinden zou zijn in een graf. Uitgehouwen in de rotsen en bestaand uit twee verdiepingen. Elke etage bestaat uit meerdere kamers, waarbij de onderste laag gebruikt is om te wonen(!).
De inscriptie, het enige wat onderzocht is van de gehele site, vermeldt dat de voltooiing geschiedde onder leiding van een zekere Ariaramnes -de architect van koning Mithradates II-, verder kunnen we e.e.a. lezen over Antiochos. Hij wordt niet meer met zijn volledige titulatuur aangeduid, vooral het woordje “God” ontbreekt. Ten tijde van de realisatie van de graven moet Antiochos dus overleden zijn. Een roerige periode in de geschiedenis van het koninkrijk Kommagene. Zijn zoon probeert met alle macht onafhankelijk te blijven van Rome, hetgeen hem niet zal lukken.
Over deze tijd weten we niet veel, daarom is ze zo interessant. Ik hoopte er nog meer aanwijzingen te vinden. Helaas werkt de natuur niet altijd mee. Recent zijn enorme rotblokken naar beneden gegleden en versperren de bezoeker de toegang over het toch al smalle paadje. Ik strandde 10 meter voor de ingang!!Kommageens graf Damlica

Ondanks de teleurstelling heb ik een prachtige tocht gemaakt, door de Euphraat gelopen, steile hellingen beklommen en diverse bewoningsplaatsen uitgehouwen in de rotsen uit latere perioden mogen aanschouwen. Maar bovenal de natuur en de gastvrijheid van de mensen mogen genieten.
Ik moet er zeker weer naar toe en hopen dat de natuur dan meewerkt.

Een jongensdroom komt uit op de Euphraat

Als kind droomde ik er al van om eens de Euphraat te mogen bevaren. Ik heb er dus lang op moeten wachten, maar vandaag was het eindelijk zover.
Turkse archeologie, varen op de EuphraatTurkse archeologie: Verteller van het Oude op de EuphraatOp de weg tussen Kartha en Siverik heeft de Turkse overheid een prachtige brug neergelegd. Nog niet zo lang geleden kon dit stuk over de Euphraat alleen via een veerbootverbinding overwonnen worden. Door de brug is deze laatste overbodig geworden en ligt ze sindsdien aan de ketting, hopende op betere tijden. Helaas laat het toerisme in deze uiterst rustige regio het afweten. Al drie jaar wacht men tevergeefs op terugkerende groepen. Wie weet kan dan de veerboot weer eens gebruikt worden. Via een goede kennis -Bayram- kregen we -reisgenoot Kees en de Verteller van het Oude- de tip om bij een lokale visser langs te gaan.
Tussen twee vangsten door zou hij wel tijd hebben om ons rond te varen. Uiteindelijk -na een aantal vergeefse pogingen- kwam de droom vandaag uit. Het polyester bootje van 5 meter lengte heeft ons veilig over de indrukwekkende rivier gebracht. Ze is vele malen breder en dieper dan in vroegere  tijden. Het water van de rivier wordt opgestuwd door Atatürk dam. Helaas werden ook diverse historische sites uit Kommageense tijd (zie website) onder water gezet. Een van de belangrijkste, een cultplaats, tegenwoordig Gerger Kalesi geheten ligt veilig 100 meter boven de Euphraat. En daar zijn we naar toe gevaren. Onderweg adembenemende rotspartijen, een waterslang die een visje aan het verslinden was, grote roofvogels, Romeinse graven, tientallen duiven, duizenden vissen in allerlei soorten en maten.
Maar bovenal de indrukwekkende moederrivier! Nu alleen de Tigris nog, maar dat zal nog wel even duren!

Een hete vuistbijl

Al jaren zoek ik in het Zuidoosten van Turkije naar vuistbijlen. Tot nu toe met heel veel succes.
In de diepe dalen van de uitlopers van het Taurusgebergte moet vroeger heel wat groot wild hebben gelopen. En te oordelen aan de tientallen vuistbijlen die ik soms vind op een akker, zal er ook veel op hen gejaagd zijn. Verteller van het Oude vindt vuistbijl langs de kant van de weg
Opgetogen en vol verwachting trok ik vandaag met mijn zoekmaatje Kees erop uit. Kamera’s en notitieblok in de aanslag, want meenemen is natuurlijk uit den boze. Na een reis van anderhalf uur, waarbij de temperatuur boven de 45 graden steeg, wachtte ons een bittere teleurstelling. De gewassen stonden nog volop te groeien. Bezichtiging van de hotspot(ten) bleek niet mogelijk. Dan maar van de nood een deugd maken en in de berm zoeken. 22 cm lange vuistbijl uit Adiyaman
En jawel hoor. Een prachtexemplaar, weliswaar aangetast door de tands des tijds en de vele akkerbranden, lag op mij te wachten. Tweeëntwintig centimeter lang, bifaciaal bewerkt en duidelijk bedoeld voor het grotere werk. Oprapen was bijna niet mogelijk, de buitentemperatuur zat ook in de steen!

Vuistbijlen vinden, fotograferen en liggen laten!

De hitte was bijna ondraaglijk, we spreken over het jaar 1999, zonder mededogen scheen de koperen ploert onophoudelijk op het dak van de minibus. Alle ramen stonden open, maar de hete bries zorgde nauwelijks voor verkoeling. Ik kon  nauwelijks geloven dat ikzelf deze safari -zo noemde de Turkse chauffeur de onderneming- bedacht had. De hele dag was ik al op zoek naar artefacten geweest. En wat had ik een bijzondere dingen gezien! Het begon in alle vroegte, de temperatuur bedroeg nog maar 25 graden, met een bezoek aan een tweetal prachtige Romeinse graftombes. Een paar kilometer verderop lag een verticaal doorgesneden bewoningsheuvel (hüyük), afgegraven bewoningsheuvelondenkbaar in Nederland maar een eldorado voor steentjeszoekers. Een tijdje later was een Romeinse mijlpaal(!) aan de beurt, ze lag direct naast de stoffige  kiezelweg waarop wij onze tour vervolgden.
Op de aanpalende akker lagen duizenden neolithische afslagen, ik voelde mij in het Walhalla. Maar dan die hitte! De temperatuur vlak boven het aardoppervlakte liep op tot over de 50 °C, teveel voor een normaal gesproken redelijk koele Nederlander. In de verte ontwaarde zich een riviertje, een verfrissende duik lonkte. De weg er naar toe was duidelijk niet gemaakt voor auto’s, de gaten waren soms een meter diep. Na een gigantische omweg arriveerde ik tenslotte bij de rivier.
Tot mijn verbazing was de naast gelegen akker net afgebrand (verbranden van het kaf). Even verderop lag zelfs een hüyük. Weer zo’n historische plek, zoals er velen zijn in dit prachtige land. Na uitgestapt te zijn droogde mijn -van het zweet nat geworden- blouche  binnen enkele tellen op. Ik lette meer op de anderhalf meter lange slang die voorzichtig tussen doornen laverend, een veilig heenkomen zocht.  Twee bijeneters zweefden door de lucht, hun Turkse vuistbijl in situprachtige felle kleuren zou een ieder hebben bekoord.
Vol bewondering keek ik hen na, vervolgens richtte mijn blik zich op de grond voor mijn voeten. En daar lag ze, ik kon mijn ogen niet geloven. Voor het eerst van mijn leven aanschouwde ik in de natuur een vuistbijl! Geen twijfel over mogelijk, tweezijdig bewerkt, snijdende kanten en een (enigszins afgeronde) punt.
Wat was ze groot! Achter vitrines had ik natuurlijk wel diverse exemplaren mogen aanschouwen, maar die waren allen rond de 10 centimeter. Dit exemplaar was ongeveer 25 cm lang en woog tenminste een kilo. Ik voelde mij een soort Indiana Jones, 4500 kilometer van huis en een spectaculaire ontdekking doende. Toen de rust weer een beetje in mijn gemoed terug was gekeerd, ontdekte ik een verborgen vuistbijlnog meerdere exemplaren. In totaal 12 (!) om precies te zijn. Allen liggen ze op een plateau, 25 meter daaronder  stroomt de dieper in het landschap uitgesleten rivier. Alsof de vroegere gebruikers van de vuistbijlen speciaal op deze plek hun gereedschap maakten om hun pas gedood voedsel te ontleden.
Niets meenemen van het gereedschap, gewoon binnen een paar minuten ter plekke maken. Bruikbaar vuursteen ligt er genoeg. In een klein museum vond ik de Turkse datering, tussen 150 KA (zoals dat tegenwoordig heet) en 500 KA.  Een ruime datering welke aangeeft dat het onderzoek er naar nog in de kinderschoenen staat.
Vele malen ben ik terug geweest, op deze en andere plekken heb ik meer dan 100 vuistbijlen mogen aanschouwen. Mooie afslagen, gefabriceerd met de zgn. Levallois-techniek kwam ik niet tegen. Dat maakt een datering van 300.000 jaar (300 KA) en ouder het meest waarschijnlijk.
U vraagt zich af of ik inmiddels een uitgebreide collectie bezit? Het antwoord is “Nee!”. Ten eerste is het streng verboden artefacten mee te nemen en ten tweede, ze horen in Turkije thuis! Dus fotograferen, inmeten, tekenen etc.! En laten liggen!
De zon kan me niks meer schelen, ik weet dat er na elke tocht een prachtige beloning wacht. Volgend jaar maar weer.

Zo maar 100 graven!

Turkse archeologie: Romeinse graven KuyuluWat ligt de geschiedenis hier toch voor het oprapen. Af en toe moet je er een paar uur voor reizen, maar dan krijg je ook wat te zien. Vooral in de omgeving van Adiyaman, de hoofdstad van de gelijknamige Turkse provincie, liggen nog tientallen niet of nauwelijks opgegraven sites. Zo ook in bij Kuyulu. Bovenop een heuveltop, brandend in de zon, ligt een vermoedelijk Turkse archeologie: Kuyulu, in een Romeins grafRomeinse steengroeve met aan de zuidelijke zijde een honderdtal graven. Alleen de graven zijn haastig opgegraven. Ze bevatten alleen een trap naar beneden, waarna de deur van het graf komt en de dodenbedden zichtbaar worden.
Allen uit dezelfde periode. Ik denk zo 1e eeuw voor Chr. tot 1/2e eeuw Turkse archeologie: Romeinse steengroeve Kuyuluna Chr. Er zijn geen  sarcofagen, of inscripties gevonden. In een paar zijn nog kleurpigmenten te vinden. Voor een goed onderzoek moet men snel zijn, helaas voor de site zijn er nog zovele andere historische plekken die op zoek zijn naar een archeoloog. Waar moet men ook beginnen?

Of de steengroeve ten tijde van de necropolis in gebruik was, of juist erna, is niet bekend. Kortom, nog veel werk te doen.