Losse verhalen over een mysterieus onderwerp. Op mijn reizen kom ik ze regelmatig tegen -zowel de geheimzinnige menhirs als op hunebed gelijkende megalithische graven-, iedere keer ben ik weer onder de indruk. Vanaf nu zal ik onze ontmoetingen op mijn website bijhouden.
Op stap met Obelix (1) De kennismaking
In de voorbereiding op deze reis had ik al het een en ander gelezen over de megalieten van Carnac. Ze was immers volop in het nieuws vanwege de toelating tot de Wereld Erfgoedlijst van UNESCO. Maar dat was niet de reden waarom ik hier naar toe ben gegaan. Ik wilde de enorme rijen met opgestelde menhirs zo wie zo eens gezien hebben.
Mijn geest kon niet begrijpen dat de prehistorische mens zoveel moeite stak in het kilometers lange, rijen breed, opstellen van deze zware -ook nog eens bewerkte- stenen.
Ik sta in het plaatsje Ménec, voor twee dagen gereserveerd op een camping (Kerabus), op vijfhonderd meters van de menhirs.
Hier staan over een afstand van vier kilometer ruim 3000 van deze stenen opgesteld. Op plaatjes gemaakt met een drone, ziet het er allemaal redelijk overzichtelijk uit. Maar op de grond is een ander verhaal. De rijen zijn duidelijk minder zichtbaar en de afstand is moeilijk in te schatten. Je eigen richting vinden is niet zo moeilijk, de megalieten staan perfect oost-west uitgericht. De menhirs in het oosten zijn kleiner dan in het westen, waar ze “steenvast” (hihihi) eindigen in een cirkel van grote menhirs.
Volgens de stem in mijn koptelefoon was dat vanwege het feit dat alleen Druïden het daar aanwezige heiligdom mochten betreden en andere gelovigen er buiten moesten blijven. Ben benieuwd hoe zij aan die wijsheid komt. U hoort het goed, mijn koptelefoon! Bij het zien van zoveel indrukwekkends -10 minuten nadat ik op de camping was gearriveerd- sloeg me de schrik om het hart. Wat zijn er hier veel monumenten! En waar liggen ze allemaal? Per jaar bezoeken 500.000 belangstellenden de monumenten, genoeg om een bloeiende toeristenindustrie op te zetten. Een uur lang toeren met een treintje voor €8,- langs de bijzondere plaatsen. Helaas eerst drie kwartier door de stad en verhalen over de drumband en de jachthaven aan te moeten horen, voordat het echt interessant
werd. Kunt u zich voorstellen; de Verteller van het Oude geheel onder de indruk, zwijgend achterin een overvol toeristentreintje. Niet kunnen vertrouwend op zijn kennis van het gebied en totaal overweldigd.
Dit is zo’n beetje het uitgangspunt voor morgen. Dan wordt het elektrisch aangedreven stalen ros gepakt en zullen de eerste lacunes in mijn brein gevuld zijn. O ja, mijn populaire titel heeft eigenlijk niets uit de staan met de monumenten. Het klinkt wel leuk en Obelix droeg (smeet) tenslotte ook menhirs. Alleen 5000 jaar later! Men neemt namelijk aan dat de monumenten tussen 5000 en 3000 v. Chr. gebouwd zijn.
Ik heb maar snel een boek gekocht, vanavond doorlezen en morgen gedegen voorbereid op pad.
Op stap met Obelix (2) Het land van de Menhirs
De hoofdstad van het Neolithicum wordt Carnac in Bretagne wel genoemd. Een vleugje overdreven als u het mij een maand geleden gevraagd had. Na vandaag denk ik er wel een beetje anders over. Ik had voor mijzelf een fietstocht uitgestippeld langs kenmerkende Neolitische hoogtepunten, daarbij geholpen door een toeristische kaart met daarop Menhirs, rijen van megalieten, grafheuvels en dolmen. Vooral naar deze laatste was ik benieuwd. In mijn geest bestaat ze uit vier staanders en daar bovenop een grote zware
deksteen om de grafkamer af te sluiten. Hier in Frankrijk is ze de benaming voor allerlei soorten Neolitische stenen graven. Groot was dan ook mijn verbazing toen ik een hunebed tegenkwam -overigens is een dolmen, grafkamer in Eext, volgens de Nederlandse indeling ook een hunebed-, genaamd “Dolmen du Mané Brazil. Voor de aparte benaming heb ik geen verklaring kunnen vinden. Een kort stuk gang is bewaard gebleven. Net als de grafkamer. Deze meet bij benadering 3m bij 2,5 meter en was oorspronkelijk voorzien van drie dekstenen welke hedentendage spoorloos zijn. In 1850 is ze al opgegraven, zestien jaar later heeft een oude bekende van de Drenten haar getekend en topografisch vastgelegd. Ik heb het over William Lukis, de man heeft samen met zijn maatje Dreyden van 1 t/m 22 juli 1878 ongeveer 40 hunebedden in Drenthe bezocht en gedocumenteerd. Over de beide mannen kocht ik een aantal jaren geleden een prachtig, door Wijnand van der Sanden geschreven, boek; “In het spoor van Lukis en Dreyden”. Anders had ik nooit van hem gehoord. Verrassend dat één van hen hier ook werkzaamheden heeft verricht. De vondsten uit het hunebed -ik blijf het toch zo noemen- liggen in het museum van Carnac, iets voor morgen!
Ik heb vandaag zo’n 10 dolmen bezocht, allen voor mij hunebedden. De meesten waren ingetekend door Lukis. Ik begrijp nu ook waarom de man zo nieuwsgierig was naar de Drentse graven. Hij was op zoek naar overeenkomsten, begrijpelijk omdat de afstand tussen Carnac en Drenthe zo’n 1000 km bedraagt.
Ik wil u nog één door hem gecartografeerde hunebed niet onthouden. Die van de Roch-Feutet. Acht grote draagstenen met daar bovenop twee dekstenen. Ervoor een korte gang, die oorspronkelijk langer moet zijn geweest. Drie draagstenen en een deksteen vormen de lage ingang. De dekheuvel is nog goed zichtbaar. Ze staat op het hoogste punt in de omgeving, van verre zijn haar imposante stenen zichtbaar. Tijdens de opgraving in de 19e eeuw zijn fragmenten van een gepolijste bijl, 2 pijlpunten met vleugels, keramiek (fragmenten van versierde bekeraardewerk) en gecremeerde botten (3 menselijke tanden, paardentanden) gevonden.
Het voert een beetje te ver om alle bezochte graven en menhirs hier op te sommen. De reus van Le Manio springt er echter uit. Deze grootste menhir van Carnac en omgeving -meer dan 6,5 meter hoog- mag zich verheugen op veel belangstelling. Menhirs werden vaak opgericht bij graven. Er zijn er hier vier gevonden. Aan de voet van de menhir lagen vijf, geslepen stenen bijlen en er zijn slangen onderin de reus gegraveerd. Tegenwoordig moet men op gepaste afstand blijven, de massa’s toeristen en vandalen hebben voor de stabiliteit niet veel goeds gedaan. De top doet denken aan een hoofd, vandaar de naam. Waarschijnlijk heeft de bliksem een rol gespeeld bij het vormen ervan.
Even voorbij de reus begint een overweldigende hoeveelheid aan uitgelijnde menhirs. Hier in Carnac liggen er zo’n 3000 verdeeld over drie van elkaar gescheiden concentraties. De grootste is die van Le
Ménec. Twaalfhonderd menhirs verdeeld over twee velden en gegroepeerd in 11 rijen. De kleinste menhirs (0,9m) bevinden zich (altijd) aan de oostzijde, de circa 3 meter hoge aan de westzijde. Hier hebben de archeologen ook de resten van een nederzetting gevonden. Echter niet in alle drie de concentraties. Door één loopt een stenen weg, maar verder is er binnen de uitlijning geen menselijke activiteit aangetroffen. Waarvoor ze diende? Men weet het niet exact. Vermoedelijk een religieuze betekenis, te meer omdat er altaarstenen tussen de grootste menhirs zijn aangetroffen.
Gedurende mijn 25 kilometer lange fietstocht heb ik meer graven gezien dan waar ook ter wereld. Ik zit dit verhaal dan ook te typen terwijl ik nog zwaar onder de indruk van al het aangeschouwde ben.
Puntje van kritiek: de bewegwijzering kan veel beter en bij de kleinere monumenten (m.n. de dolmen) ontbreekt elke informatie.
Ik blijf hier nog een dagje langer!!
Op stap met Obelix (3) Ergernis van de Verteller van het Oude
Een Fransman beweerde bij hoog en bij laag dat niet de rijen met menhirs de mooiste monumenten van Carnac zijn, maar dat die eer aan de tumulus van St-Michel toekomt. Ik had haar in de verte al zien liggen, ze steekt majestueus boven het landschap uit en vormt een richtpunt voor alle toeristen -zoals ik- die weer eens hopeloos verdwaald zijn.
Ik had er zin in, opgetogen stapte ik op het onmisbare fietsje en toog erheen. Even een paar feitjes; de tumulus is 125 m lang, 65 m breed aan de basis en 16 m breed aan de top, ze heeft een hoogte van 12 m. Geen kleine jongen -of dame-, zult u zeggen.
In 1862 werd met de eerste opgraving begonnen, vanaf de top gaten boren om te kijken of zich ergens een grafkamer bevond. Twee jaar later werd deze inderdaad ontdekt, de verstevigde muur -rondom de tumulus aanwezig en ervoor zorgend dat er geen aarde en stenen naar beneden kon vallen- werd doorbroken en een grafkamer blootgelegd. Een centrale grafkamer met diverse zijkamers. Prachtige voorwerpen werden aangetroffen, diverse bijlen en waardevolle kralensnoeren alsmede menselijke en dierlijke resten. In de 20e eeuw werd een andere ingang ontdekt. Van twee zijden kon men dus dit belangrijke graf bezoeken. Ze zal zeker zijn opengesteld, de gestorvenen -mannen of vrouwen(?)- moeten van een hogere klasse zijn geweest. Immers voor wie wordt anders zo’n enorm monument gebouwd.
Laat ik zo langzamerhand toekomen aan mijn ergernis. Tweehonderd jaar geleden ging het om schatgraven, ik kan het niet anders zeggen. De structuur van de heuvel is verstoord. Zo erg dat er beton ingezet moest worden in de grafkamer, op de vloer en in het plafond om instorting te voorkomen. Toeristen -waaronder ikzelf- klimmen nog steeds de heuvel op, daarmede nog meer schade veroorzakend. Mea culpa!
Maar daarmede zijn we er nog niet mee. Sinds 1700 bouwen Christenen er een kerkje. Ja, bovenop de heuvel. Inmiddels drie keer verwoest door geweld. En het staat nu weer op instorten. Ze verzakt elk jaar iets. Wie bouwt er nu op zo’n monument een zwaar belastend gebouw? De kerk had overal kunnen staan, maar nee, het moest goed te zien zijn. Andere tijden, ik weet het wel, maar bouwen op een “heidens” monument is toch wel hoogst ongebruikelijk. Christenen boven de heidenen (?). Wat ook de beweegreden moge zijn, het gebouw zorgt voor extra druk op de grafkamer. Vroeger misschien niet zo
erg vanwege de intacte heuvel, maar nu hoogst onwenselijk.
De kerk kan men niet meer in. De centimeters brede scheuren in de buiten muren duiden op instortingsgevaar. Sinds 1999 is ook de grafkamer dicht. In de tussentijd is er niets aan restauratie gebeurd, de zwaartekracht haar werk laten doen. Als het zo doorgaat zal de tumulus van St. Michel weldra onherstelbaar beschadigd worden.
Ze is niet het mooiste monument in de streek naar mijn mening, maar wel het meest zorgelijke.